Op 30 juni 2025 werden binnen het plangebied zes landschappelijke boringen uitgevoerd. De boringen dienden om de intactheid van het bodemprofiel te controleren, de diepte van het archeologisch niveau te bepalen en de bodem- en landschapsontwikkeling van het terrein te reconstrueren. De boringen werden handmatig uitgevoerd met een Edelman-combiboor met een diameter van 7 cm en waren verspreid over het volledige plangebied ingeplant. De bodemopbouw werd per boring beschreven volgens bodemkundige en lithologische kenmerken. Tijdens het onderzoek werden overal vergelijkbare bodemprofielen aangetroffen met een bouwvoor (Ap-horizont) boven één of meerdere lemige C-horizonten.
Tijdens het daaropvolgende proefsleuvenonderzoek bleek bovendien dat de diepte van het colluvium in de boringen onderschat was. Daarom werd ter hoogte van referentieprofiel 3.4 aanvullend een diepe boring uitgevoerd. Deze boring reikte samen met het profiel tot circa 4,10 m onder het maaiveld en maakte het mogelijk de opeenvolgende colluviale pakketten en de onderliggende eolische leemafzettingen beter te onderscheiden.
Het proefsleuvenonderzoek werd uitgevoerd op 15 en 16 juli 2025. Tijdens het veldwerk werden zeven proefsleuven met bijkomende kijkvensters aangelegd. In totaal werd 1.472 m2 onderzocht, wat overeenkomt met ongeveer 14,4% van het plangebied.
Tijdens het onderzoek werden bovendien meerdere bodemprofielen geregistreerd. Twee daarvan (profielen 2.3 en 3.4) werden als referentieprofielen uitgewerkt om de complexe opbouw van de colluviale afzettingen en de onderliggende moederbodem beter te begrijpen.
Auteurs: Dyselinck, Tina
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: BAAC Vlaanderen bvba
Bron: Dyselinck T., Anneessens A. & Desmet C. 2025: Nota Zottegem, Erwetegem, Kronegem. Deel 1: Verslag van Resultaten, BAAC Vlaanderen Rapport 3166, Evergem.
Type: nota (archeologieportaal)
Datum: