Via 48 boringen werd onderzocht welke bodemhorizonten aanwezig waren, hoe intact deze waren en waar archeologisch relevante niveaus konden voorkomen. Daarbij werd vastgesteld dat delen van het gebied een bewaarde B-horizont bezitten, terwijl andere zones sterk geërodeerd zijn.
In de zones met een gunstige bodembewaring werd vervolgens een verkennend archeologisch booronderzoek uitgevoerd. Met een relatief ruim boorgrid werden 163 boringen onderzocht op de aanwezigheid van steentijdindicatoren. De bemonsterde sedimenten werden gezeefd en gecontroleerd op lithische artefacten en andere archeologische indicatoren. Hierbij werden in zeven boringen kleine antropogene vuursteenfragmenten aangetroffen. Hoewel deze vondsten wezen op een mogelijk archeologisch potentieel, liet de spreiding en de beperkte hoeveelheid materiaal nog geen uitspraak toe over de aanwezigheid van een effectieve vindplaats.
Om de potentieel interessante zones uit het verkennend onderzoek nader te evalueren, werd een waarderend booronderzoek uitgevoerd met een fijnmaziger boorgrid. Het onderzoek richtte zich op de positieve zones uit de vorige fase. Alle monsters werden opnieuw gezeefd en geanalyseerd. Hierbij werden geen bijkomende antropogene indicatoren aangetroffen. De resultaten toonden aan dat de eerder gevonden vuursteenfragmenten waarschijnlijk afkomstig waren uit colluviale afzettingen en niet uit een intacte archeologische context. Daardoor werd de verwachting op goed bewaarde steentijdsites sterk naar beneden bijgesteld en kon het steentijdtraject worden afgesloten.
Ten slotte werd een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd om de verwachting voor sporensites uit de Romeinse tijd en de Middeleeuwen te toetsen. Door middel van 17 proefsleuven en 16 kijkvensters werd ruim 13% van het onderzoeksgebied onderzocht. Hierbij werden bodemprofielen geregistreerd, sporen ingemeten en vondsten verzameld. In de oostelijke zone kwamen verschillende antropogene sporen aan het licht, waaronder greppels en kuilen, samen met Romeins en middeleeuws aardewerk. Op basis hiervan werd een archeologische vindplaats afgebakend en als waardevol beoordeeld, met een matige tot goede bewaringstoestand. Deze fase leverde uiteindelijk de belangrijkste gegevens op voor de waardering van het terrein.
Auteurs: Belis, Brent
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: VLAAMS ERFGOED CENTRUM bvba (VEC)
Bron: Belis B., Vennekens W. & Siemons J. 2025: Collector Kleine Beek/99.240 (Zaventem, Vlaams-Brabant) 2025A241 – 2025E143 – 2025H267 – 2025H112. NOTA VERSLAG VAN RESULTATEN: Landschappelijk Bodemonderzoek, Verkennend Archeologisch Booronderzoek, Waarderend Archeologisch Booronderzoek, Proefsleuvenonderzoek, Geel.
Type: nota (archeologieportaal)
Datum: