Bij werkzaamheden aan de zuidzijde van de Heilig Kruiskerk, in het kader van de herbestemming van de kerk tot een multifunctionele ontmoetingsruimte werd bij de plaatsing van citernes botmateriaal aangetroffen. Nadat deze menselijk resten aan het licht kwamen werd een toevalsvondst gemeld, waarop het agentschap Onroerend Erfgoed besliste een opgraving te starten. Hieruit bleek dat het kerkhof in de 19de eeuw geruimd werd, maar dat deze ruiming zich beperkte tot de bovenste laag Omdat de geplande diepte van de put voor de citernes ca. 3 meter onder het maaiveld bedroeg, waren de intacte begravingen direct bedreigd door de werken. Daarom werd besloten om over te gaan tot een opgraving.
De werkput was ongeveer 4 meter breed en 6,5 meter lang, en was zuidwest-noordoost georiƫnteerd. Het eerste archeologisch niveau, de top van het kerkhofpakket, bevond zich gemiddeld 1,5 m tot 2 m onder het maaiveld. De opgraving bestond voornamelijk uit het registreren en bergen van de menselijke resten. Het volledige kerkhofpakket kon over het grootste gedeelte van de werkput van boven tot de moederbodem worden onderzocht. Hier zijn dan ook twee profielen aan de noord- en zuidzijde van de put geregistreerd.
Bij de opgraving kwamen in totaal 62 sporen aan het licht. De meerderheid hiervan betreft funeraire contexten met menselijke resten. Concreet gaat het om 51 verschillende begravingen met primaire deposities en vijf knekelputten met secundaire deposities.
Auteurs: Moens, Jan
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Bron: VAN EYNDE M., DOLMAN N. & DE DECKER S. 2025: Archeologisch onderzoek op het voormalige parochiekerkhof van Boekhoute (Assenede, O.-Vl.). Eindverslag van een toevalsvondst, Onderzoeksrapporten agentschap Onroerend Erfgoed 369, Brussel.
Type: eindverslag (archeologieportaal)
Datum: