Het beeld van het ijzertijdlandschap berust op de palynologische gegevens van de waterkuilen S113 en S390. De relatieve chronologie is onbekend; het is onduidelijk welke van de twee waterputten ouder is.
Het palynologisch materiaal is in beide waterkuilen hoofdzakelijk afkomstig van bomen en grassen, maar de verhoudingen verschillen sterk. In S390 is het boompollenpercentage 70%, in S113 40%. Het hogere boompollenpercentage lijkt te wijzen op een meer bosrijke omgeving, het lagere op een halfopen bos.61 Het zijn wel dezelfde boompollentypen, waarbij S390 naar verhouding meer pollen van berk, eik en linde bevat. Dit zijn boompollentypen van droge grond, wellicht reflecterend dat deze waterkuil meer centraal op de dekzandrug ligt. Pollen van linde en maretak doen denken aan de Atlantische bossen uit de midden- en jonge steentijd. De verschillen in pollensamenstelling zijn vermoedelijk toe te wijzen aan chronologische verschillen tussen de beide sporen, de ijzertijd is immers een lange periode. In dat geval was er vermoedelijk sprake van ontbossing of juist herbebossing op de drogere gronden rond de site tussen het gebruik van S390 en S113.
De boompollentypen wijzen verder op elzenrijke bossen in de laagten rond de site. Dit moeten de dalen van de Kleine Beek, Kleine Aa of Weerijsbeek en de depressie van de Parkloop zijn geweest. Op de zandrug en in de andere hoge delen van het landschap stond een eikenbos, vermoedelijk gedomineerd door zomereik en ruwe berk. Samen met het hoge percentage hazelaar wijzen deze boompollentypen op een relatief licht bos met open bladerdak. Dit wijst op een bos dat vrij intensief werd geëxploiteerd voor bijvoorbeeld bosbeweiding. Het grasland rond de site werd eveneens geëxploiteerd, er zijn althans enkele graslandpollentypen aangetroffen die geïnterpreteerd worden als indicatoren voor beheer, zoals smalle weegbree-type, scherpe boterbloem-type en veldzuring-type.62 Er zijn geen mestschimmelsporen aangetroffen, die meer direct zouden wijzen op de aanwezigheid van vee. In beide kuilen zijn slechts zeer beperkte palynologische indicatoren voor heide of hoogveen aanwezig, in de vorm van struikheipollen en veenmossporen. In S390 is een zwak signaal voor akkerbouw aangetroffen in de vorm van enkele stuifmeelkorrels van granen. Pollentypen indicatief voor bodembewerking, zoals alsem, de ganzenvoetfamilie, het perzikkruid-type en varkensgras-type zijn in beide kuilen aanwezig, maar eveneens beperkt.
Het pollenonderzoek wijst op een halfopen landschap. Het hoge percentage pollen van els, alsook het pollen van wilg en gewone es wijst op bosvegetatie in natte laagten, zoals de dalen van de Kleine Beek, Kleine Aa of Weerijsbeek en de depressie van de Parkloop. Van de boompollentypen op droge grond zijn hazelaar, berk en eik het sterkst vertegenwoordigd, wijzend op eikenbossen met een vrij open bladerdak, die vermoedelijk geregeld werden geëxploiteerd. Knopschubben van wilg, zwarte els, eik en hazelaar geven aan dat deze bomen ook vlakbij de waterput groeiden. Pollen van beuk, haagbeuk en hulst wijst wellicht op meer schaduwrijke, oudere delen van het bos.
Opvallend is het vrij hoge percentage pollen van den, wat mogelijk in verband is te brengen met open, zure bodem, zoals verstoven zand of droog hoogveen. Zeer waarschijnlijk betreft dit het gebied wat nu de Wuustwezelheide is. Ook het vele pollen van struikhei, heidefamilie en de sporen van veenmos zullen grotendeels uit dit gebied afkomstig zijn. In het macrorestenstaal vormt vegetatie van droge tot natte en venige heide een nog veel grotere component, met resten van struikhei, dophei, veenmos, wateraardbei, veenbies, trekrus, wilde gagel, pilzegge en tormentil. Trekrus is daarbij een indicator voor de exploitatie van deze heide (bijvoorbeeld voor de veeteelt, plaggenwinning, vervening etc.).
Bron: Bouckaert K., Pepermans J. & De Ruiter C. 2025: Een depressie met vondsten die teruggaan tot de steentijd en bewoningssporen uit de ijzertijd t.e.m. de volle middeleeuwen: Eindrapport van een opgraving ter hoogte van Hofakker te Wuustwezel, J.Verrijckt rapport 23-0499-2A0, Beerse.
Auteurs: van der Meer, Wouter
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Indar
Bron: VAN DER MEER W. 2025:Onderzoek van palynologisch materiaal en botanische macroresten uit twee waterkuilen uit de ijzertijd en een waterput uit de volle middeleeuwen te Wuustwezel-Hofakker, BIAXiaal 1784, Zaandam.
Type: eindverslag (archeologieportaal)
Datum: