Tijdens de opgraving werden drie contexten geselecteerd voor palynologisch onderzoek: twee mogelijke waterkuilen (S32 en S141) en de potstalvulling van STR8 (S403). Deze sporen werden bemonsterd met verticale pollenprofielen. Een waarderend onderzoek door Archol toonde aan dat slechts één staal – afkomstig uit de onderste laag van waterkuil S141 – voldoende pollen bevatte voor een volledige analyse. De stalen uit S32 en S403 bleken te pollenarm of slecht geconserveerd voor verdere uitwerking.
De gedetailleerde analyse van S141 door ArBoReaL wijst op de aanwezigheid van een overwegend open landschap tijdens de opvulling van de kuil. Het pollenspectrum toont een combinatie van heidevegetaties (o.a. Calluna vulgaris), graslanden (Poaceae, Plantago lanceolata) en beperkte akkeractiviteiten, geïndiceerd door de aanwezigheid van graanpollen (Cerealia type). Daarnaast komen boompollen voor van hazelaar, berk en linde, met slechts geringe hoeveelheden eik en iep. De dominantie van heide, grassen en varensporen wijst op droge omstandigheden, terwijl de aanwezigheid van elzenpollen verband houdt met natte zones in de bredere omgeving, zoals beekvalleien. Er werden nauwelijks water- of oeverplanten aangetroffen, wat erop duidt dat de kuil niet permanent onder water stond.
Het palynologisch onderzoek ondersteunt de interpretatie van een halfopen, agrarisch gebruikt landschap met heidevelden, graslanden en beperkte akkerbouw rondom de nederzetting. Hoewel de analyse slechts op één spoor uitvoerbaar was, levert ze waardevolle informatie over de vegetatie en landgebruiksdynamiek tijdens de Romeinse periode.
Auteurs: Storme, Annelies
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Archaeobotany Research Laboratory UGent (ArBoReal)
Bron: STORME A. 2025: Nijlen Klokkenlaan 25 – Palynologische analyse van een waterkuil. ArBoReaL Rapport 006. 6 pp.
Type: eindverslag (archeologieportaal)
Datum: