Gebeurtenis

Post-Excavation-onderzoek opgraving Boekhoutedorp

palynologisch onderzoek, radiokoolstofdatering, fysisch-antropologisch onderzoek, post-excavation onderzoek
ID
1088341
URI
https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/1088341

Beschrijving

Fysisch antropologisch onderzoek

Tijdens de opgraving werden in totaal 51 individuen geregistreerd en ingezameld. Gezien de kleine hoeveelheid individuen en weinige archeologische en historische informatie die voorhanden is in de omgeving werd besloten om alle individuen integraal te analyseren.

Voor 27 individuen kon het geslacht bepaald worden. Hiervan is 30% vrouwelijk en 37% is mannelijk.

Wat betreft de sterfteleeftijd zijn bijna alle leeftijdscategorieën vertegenwoordigd, met uitzondering van de categorie perinataal (38-42 weken oud). Er zijn in totaal zestien subadulten opgegraven (31% van het totale aantal individuen). Van de 35 volwassen individuen kon bij 31% de leeftijdscategorie niet in meer detail bepaald worden. Er is slechts één individu dat als vroeg jongvolwassene (18-25 jaar) gecategoriseerd kan worden. Zes individuen (12%) zijn tussen 26 en 35 jaar oud en vallen binnen de categorie van oud jongvolwassenen. De midden volwassenen, of individuen met een leeftijd tussen 36 en 50 jaar vormen 20% van de opgegraven populatie. Slechts 4% van de individuen uit deze opgraving had een leeftijd van meer dan 50 jaar bereikt.

Voor negentien individuen kon de lichaamslengte bepaald worden. De lichaamslengte van de vrouwen schommelt tussen 137,88 en 168,54 cm. De mannen zijn tussen 169,59 en 181,59 cm groot.

Wat betreft de gebitsstatus kan gesteld worden dat deze bij de voormalige inwoners van Boekhoute eerder aan de slechte kant was met een groot aantal ante-mortem verloren tanden (15,5%), het vele voorkomen van glazuurhypoplasie45 (bij 33% van de individuen) en gaatjes.

In totaal werden bij 41 van de 51 individuen pathologische verschijnselen of traumata geobserveerd, dit is 80% van de populatie (onder meer stofwisselingsziekten, gewrichtsaandoeningen, infectieziekten, groei-of ontwikkelingsstoornissen). Naast de algemene ziektebeelden is er bij één individu (volwassen vrouw van ongeveer 26-35 jaar oud met een grootte van 137,88 ± 4,24 cm) mogelijk sprake van dwerggroei.

14C-onderzoek

Om de resultaten zoveel mogelijk in de tijd te kunnen plaatsen zijn er radiokoolstofdateringen op het menselijk botmateriaal uitgevoerd. Voor de eerste fase werden elf individuen geselecteerd (IND14, 27, 29, 32, 33, 35, 38, 47, 50 en 51). Op basis van de resultaten die tijdens de eerste fase bekomen werden, werden voor de tweede fase aanvullend negen bijkomende individuen geselecteerd (IND11, 15, 25, 28, 36, 39, 45 en 49). Op basis van de radiokoolstofdateringen van de geselecteerde individuen kunnen er drie belangrijke perioden onderscheiden worden: de postmiddeleeuwen, de late middeleeuwen en de volle middeleeuwen. De oudste graven (IND35 en IND36) dateren beide tussen ca. 890 en 1030. Het meest recente gedateerde graf (IND25) dateert na 1654.

Uit de meting van de isotopen is duidelijk te zien dat zoet- en zoutwatervoedsel vanaf de 14de/15de eeuw een belangrijk deel uitmaken van het dieet, in tegenstelling tot de volle middeleeuwen. De metingen laten niet toe om een haarscherpe grens te trekken, maar de data lijken te bevestigen dat de mariene invloed op Boekhoute en het ontstaan van een vissersgemeenschap op het einde van de 14de eeuw gesitueerd moet worden, als gevolg van de stormvloeden en het ontstaan van de Braakman in 1375.

Palynologisch en endoparasitologisch onderzoek

In totaal zijn er negen stalen (vier ter hoogte van een schedel, vijf ter hoogte van een bekken) gewaardeerd op de aanwezigheid van macroresten, pollen en endoparasieten.

Varens van vermoedelijk de streepvarenfamilie zijn zowel in de grafcontexten als referentiestalen aangetroffen en waren dus wellicht al in de bodem aanwezig. Het is niet volledig uit te sluiten dat de varens deel uitmaakten van het grafritueel. Ook de zogenaamde ‘ton’-schimmel is in het bekkenstaal van een individu aangetroffen. Deze schimmel groeit op rottend hout, in dit geval wellicht het hout van de grafkist. In de meeste stalen zijn ook grote concentraties verkoold plantaardig materiaal en houtskoolfragmenten aangetroffen. Een verklaring hiervoor is mogelijk af te leiden van het christelijke gebruik om de doden te begraven op een bed van stro en as. Een alternatieve verklaring is een meer praktisch gebruik van as en stro om het lijkvocht op te vangen. In het bekkenstaal van twee individuen zijn stuifmeel en/of de zemelen van granen aangetroffen, alsook van andere eetbare planten van het type brokkelspoorzwam en mestvaasje, een duidelijk bewijs voor restanten van de maag- of darminhoud. In het bekkenstaal van een ander individu zijn resten van brak/zoutwater diatomeeën aangetroffen. Mogelijk zijn bij de consumptie van mosselen, garnalen of kleine visjes dergelijke diatomeeën eventueel in het menselijk darmkanaal terecht gekomen. In de bekkenstalen van twee individuen zijn parasitaire wormen, meer specifiek de spoelworm en zweepworm aangetroffen.

Houtonderzoek

Bij veertien grafcontexten zijn kistnagels ingezameld. Ondanks dat de planken van de kisten niet meer bewaard zijn, kunnen er in de corrosie van de kistnagels houtresten zitten die kunnen gedetermineerd worden op soort. De meest voorkomende houtsoort is populier of els, soorten die als laagwaardig worden beschouwd. Bij één context werd er naast els ook eik vastgesteld.

Auteurs: Moens, Jan
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)

Bronnen

Bron: VAN EYNDE M., DOLMAN N. & DE DECKER S. 2025: Archeologisch onderzoek op het voormalige parochiekerkhof van Boekhoute (Assenede, O.-Vl.). Eindverslag van een toevalsvondst, Onderzoeksrapporten agentschap Onroerend Erfgoed 369, Brussel.
Type: eindverslag (archeologieportaal)
Datum:


Relaties

Bekijk gerelateerde erfgoedobjecten


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2026: Post-Excavation-onderzoek opgraving Boekhoutedorp [online], https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/1088341 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.