In het kader van een geplande ontwikkeling van een commercieel pand werd op een terrein langs de Zelebaan en de Dijkstraat in Lokeren een vlakdekkende opgraving van 4658m2 uitgevoerd. Het voornaamste resultaat is een nederzetting uit de volle middeleeuwen. Het palynologisch onderzoek bestond in eerste fase uit de waardering van vier stalen afkomstig uit twee waterputten. Het staal met de beste bewaring uit elk van de waterputten werd verder geanalyseerd.
De analyse maakte duidelijk dat de verhouding van bos-, kruiden- en heideplanten verschilt in de twee waterputten. In de oudere waterput 0281 domineren boom- en struikpollen het spectrum, terwijl in 0280 grassen en heideplanten aan belang wonnen. Beide stalen vertonen gelijke hoeveelheden van Alnus (els) en Betula (berk), maar in de oudere waterput is het aandeel Quercus (eik) en Fagus (beuk) beduidend hoger. Dit wijst voor spoor 0281 op de nabijheid van een eiken-beukenbos. Ook in het gewaardeerde, maar niet geanalyseerde, minder goed bewaarde staal uit de onderste laag van 0280 bleek het aandeel boompollen groter te zijn dan in het geanalyseerde, hoger gelegen staal. Gezien de ligging vlak naast elkaar, wordt er vanuit gegaan dat het gaat om een werkelijke achteruitgang van het eiken-beukenbos in de decennia na 1040 n.Chr. en dat er toen flink wat bos werd gekapt in de omgeving van de site. In de pollenspectra gaat het om een daling van 55,1% (bomen en struiken, droge taxa) en 29,8% (natte taxa) in 0281 naar 24,1% en 18,4% in 0280. Het hogere percentage aan sporenplanten in spoor 0281 sluit aan bij het voorkomen van varensoorten in een bos(rand)milieu.
Door de teruggang van het bos konden heidevelden en grasland aan belang winnen. Het aandeel heide groeide aan van 9,2% tot 15,8%. Het aandeel droge kruiden, waaronder Poaceae (grassen), van 35,7% tot 41,8%. In de stalen kwam ook Ceralia voor wat wijst op het telen of verwerken van graan in de nabije omgeving. In het bosrijke staal ging het om 5%, in het latere staal is dit slechts 1% en lijkt het land minder intensief bewerkt te zijn geweest, of werd graan niet meer lokaal gedorst. Verder kwamen in beide stalen verschillende schimmeltypes voor en wijzen mestschimmels op de beperkte vervuiling van het water.
Bron: Allemeersch L. & Storme A. 2024: Lokeren Zelestraat. 2023E144. Lokeren, Oost-Vlaanderen. Assessment palynologie, macrobotanie; analyse palynologie, macrobotanie, Rapport natuurwetenschappelijk onderzoek 2024-21, Ruben Willaert nv, Sint-Michiels-Brugge., Malfliet L. & Hoorne J. 2025 :Lokeren - Zelebaan. Eindverslag archeologische opgraving mei-juli 2023, DL&H-Rapport 60, Adegem.
Auteurs: Malfliet, Lisa; Storme, Annelies; Allemeersch, Luc
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: De Logi & Hoorne bvba
Bron: MALFLIET L. & HOORNE J. 2025 :Lokeren - Zelebaan. Eindverslag archeologische opgraving mei-juli 2023, DL&H-Rapport 60, Adegem.
Type: eindverslag (archeologieportaal)
Datum:
Toelichting: Archeootanisch uitgevoerd door Luc Allemeersch en Annelies Storme. Referentie: Allemeersch L. & Storme A. 2024: Lokeren Zelestraat. 2023E144. Lokeren, Oost-Vlaanderen. Assessment palynologie, macrobotanie; analyse palynologie, macrobotanie, Rapport natuurwetenschappelijk onderzoek 2024-21, Ruben Willaert nv, Sint-Michiels-Brugge.