De analyse identificeerde verspreid over zes werkputten botmateriaal van ten minste 17 individuen: 10 jonge kinderen, voornamelijk overleden vóór de leeftijd van één jaar, en 7 volwassenen, waaronder één man en één vrouw. De bewaringstoestand varieerde van gemiddeld tot matig, met een hoge fragmentatiegraad die volledige reconstructie meestal onmogelijk maakte. Pathologische afwijkingen omvatten onder meer lichte periostitis bij zeer jonge kinderen, vermoedelijke meningitis bij een kind van circa 6,5–7 jaar, en Schmorl‐noduli bij een volwassene als indicatie voor axiale overbelasting.
De hoge proportie kinderresten — circa 60% van de populatie — is opvallend binnen een kerkcontext, maar kan door de beperkte omvang van de ingreep vertekend zijn. Rituele of sociale differentiatie kon niet worden vastgesteld. Slechts één in situ bewaard graf (G1) werd gedeeltelijk onderzocht en opnieuw afgedekt; meerdere aangetroffen holtes suggereren bijkomende, niet aangesneden inhumaties.
Auteurs: Pijpelink, April
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: CRINA
Bron: CLAESEN J., GEELEN N., BOUCKAERT K., VAN GENECHTEN B. & PIJPELINK A. 2025: Eindverslag Bierbeek – Sint-Hilariuskerk, ARCHEBO rapport 2020H153.
Type: eindverslag (archeologieportaal)
Datum: