Er werden 7 landschappelijke boringen uitgevoerd, waarbij een AC bodemprofiel werd waargenomen. Op basis van deze resultaten bleek verder steentijdonderzoek niet meer zinvol en werd meteen overgegaan tot proefsleuvenonderzoek. De proefsleuven en kijkvensters werden aangelegd op een oppervlakte van 573m2 of 12.15% van het plangebied. Er werden14 kuilen, een karrenspoor en een greppel aangetroffen. Het onderzoek leverde geen vondsten op.
Auteurs: Mathys, Greet
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Bron: VAN EYCK B., VAN STEENLANDT M., 2026: Kalmthout, Heiken, Nota landschappelijk booronderzoek en proefsleuvenonderzoek, Indar, Beerse.
Type: nota (archeologieportaal)
Datum: