Voorafgaand aan de uitgraving van de bouwput diende het terrein gesaneerd te worden. In functie van de sanering werden verspreid over het terrein vooraf enkele sleufjes/putten gegraven om de situatie in te schatten. Op 29-1-2021 werden sleuven 1-2-3-4 uitgevoerd. Aangezien de locatie van sleuf 4 onbereikbaar was, werd deze 7m meer naar het zuiden opgeschoven. Sleuf 5 kon op die dag niet worden uitgevoerd, omdat de vloerplaat van de stookplaats op deze plaats minstens 1 m dik is.
Naderhand werd op de originele plaats van sleuf 4 nog een sleuf gegraven (sleuf 6) en werd sleuf 5 alsnog gezet (maar dan net naast de vloerplaat van het stookhuis, tss P8002 en P8003).
De voorafgaande sleufjes werden onder archeologische begeleiding aangelegd. Ook de erop volgende saneringswerken waarbij de vervuilde grond nauwkeuriger werd gelokaliseerd en afgegraven alsook het verwijderen van de verhardingen en ondergrondse structuren werden op regelmatige basis
archeologisch opgevolgd. Hierbij kon worden vastgesteld dat het terrein grotendeels verstoord was tot op een diepte van ca. 1,5 tot 2 m. Slechts enkele muren/structuren werden in meer of mindere mate intact aangetroffen en werden geregistreerd.
Na de sanering werd het terrein genivelleerd en aangehoogd met steenpuin om een palenwand van bovenaf in te kunnen heien. Na het uitharden ervan diende deze ook verankerd te worden. Hierbij werd een strook van enkele meter naast de palenwand afgegraven opdat de wand schuin verankerd kon worden.
Na de verankering werd de bouwput uitgegraven. Hierbij werd in zones gewerkt waarbinnen de afgraving in lagen dadelijk tot op de vereiste diepte kon worden afgewerkt. Op een lager niveau werden nog langwerpige sporen opgemerkt.
Auteurs: Vander Ginst, Vanessa
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Studiebureau Archeologie
Bron: VANDER GINST V. 2026: Eindverslag: Leuven Hertogensite Fase 3A Werfbegeleiding, Archeo-rapport 623, Tienen.
Type: eindverslag (archeologieportaal)
Datum: