Het spoor tekende zich op het archeologische vlak af als een onregelmatige ovaal met afmetingen van 9,7m op 8,5m. Er werd gekozen om de context in verschillende vakken op te delen. Deze zijn vervolgens geschrankt in big bags ingezameld en later uitgezeefd. Zo konden gegevens over de verspreiding van het vondstmateriaal worden verkregen en was het mogelijk meerdere profielen van het spoor te registreren. Ondanks dat de diepte van het spoor zich op basis van het onderzoek in 2014 beperkte tot 40 cm onder het archeologische vlak, bleek het centrale gedeelte dieper te liggen. Zo werd uiteindelijk een profiel bekomen dat aanvankelijk gekenmerkt wordt door een zwak dalend verloop (noordwesten) richting het centrum van de waterkuil. Aanvankelijk bedraagt de
diepte er ca. 20cm en die daalt geleidelijk tot -45 cm. Nog voor het centrum maakt de kuil een tweetrapsverdieping tot een maximale diepte van -2,2 m onder het archeologische vlak. Ter hoogte van de zuidoostelijke rand is de bovenste helft van de kuil aanvankelijk scherp ingesneden. De onderste helft is steil. De kuil heeft een horizontale gelaagdheid. De grote vondstconcentratie beperkt zich tot de bovenste helft van de context. De onderste helft heeft en lage vondstdensiteit.
Auteurs: van der Velde, Henk
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: VLAAMS ERFGOED CENTRUM bvba (VEC)
Bron: Mestdagh, B., 2022: Archeologische opgraving Borsbeek R11 ‘Spoor 374’ (provincie Antwerpen). Rapporten Monument Vandekerckhove 2022/01, Ingelmuster: Monument Vandekerckhove.
Type: literatuur
Datum: