Voor de inplanting van de proefsleuven is voornamelijk rekening gehouden met de topografie van het terrein waardoor de proefsleuven dwars op de isohypsen staan ingepland. Dit komt in totaal neer op tien parallelle proefsleuven. De proefsleuven hebben een oppervlakte van 1 864 m2 wat neerkomt op 12,5 % van de totale oppervlakte van het projectgebied. Door de proefsleuven (Fig. 2.9) in te planten op een onderlinge afstand van ca. 15 m, wordt meteen gebiedsdekkend gewerkt en kan gemakkelijk ca. 10 % van zone van verder vooronderzoek onderzocht worden zoals bepaald in de Code van goede Praktijk. Aanvullend, om minimaal 12,5 % van het terrein te onderzoeken, worden kijkvensters of volgvensters aangelegd indien sporen aangetroffen worden. De proefsleuven worden machinaal uitgegraven door middel van een tandenloze graafbak van 1,8 m tot 2 m breed tot op het eerste leesbare archeologische niveau.
Auteurs: Decramer, Ward; Doucet, Alexander; Van den Bruel, Liesbet
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Bron: IGNACZ G., VAN DEN BRUEL L., DECRAMER W. & DOUCET A., 2026: Nota Uitgesteld vooronderzoek zonder en met ingreep in de bodem Lanaken – Pannestraat, Sint-Truiden.
Type: nota (archeologieportaal)
Datum: