De opgraving zal in twee fasen worden uitgevoerd, waarbij in de eerste fase het zuidelijke deel binnen het projectgebied werd aangepakt. Het noordelijke deel zal in een tweede en latere fase worden uitgevoerd. In totaal werden 7 werkputten aangelegd over een oppervlakte van 1.180 m2. Tijdens het veldwerk werden in totaal 57 spoornummers en 27 vondstnummers uitgeschreven. Het grootste deel van het verzamelde vondstenmateriaal wordt uitgemaakt door aardewerk (66 fragmenten). Hierin kunnen een drietal groepen onderscheiden worden: één uit de volle tot late middeleeuwen, één uit de late middeleeuwen en één uit de late middeleeuwen tot nieuwe tijden. Naast aardewerk werd in mindere mate ook nog natuursteen, metaal, dierlijk bot, fragmenten verbrande leem en glas aangetroffen. Door de aard van de sporen, met name leemwinningskuilen opgebouwd uit dempingspakketten, werden geen stalen verzameld.
Auteurs: Moens, Jan
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Bron: SCHYNKEL E. 2026: Eindverslag Opgraving. Asse, Koensborre – Fase 1, BAAC Vlaanderen Rapport 3352, Evergem.
Type: eindverslag (archeologieportaal)
Datum: