In totaal werd het onderzoeksgebied (ca. 3.900 m2 waarvan ca. 276 m2 niet te onderzoeken was vanwege de aanwezigheid van het huis en bijbehorende verhardingen) onderzocht door middel van proefsleuven en kijkvensters over een oppervlakte van ca. 362 m2. Dit komt neer op ca. 10% van de onderzoekbare oppervlakte (ca. 3.624 m2) van het te onderzoeken terrein. De niet onderzoekbare zone is aangeduid op het puttenplan. De zone die wel nog te onderzoeken was had een oppervlakte van ca. 3.624 m2. In totaal is ca. 362 m2 (10%) onderzocht, er is met andere woorden iets minder dan 12,5% aangelegd. Er werden vijf werkputten aangelegd en één kijkvenster. Dit kijkvenster werd aangelegd aan de oostelijke zijde van werkput 1 teneinde een beter zicht te krijgen op de aard, interpretatie en uitbreiding van de aangetroffen sporen in deze zone. De sleuven werden
aangelegd door middel van een kraan van 15 ton, op rupsbanden met een gladde kraanbak van 1,80m breed.
Auteurs: Van Steenlandt, Margo; De Molenaer, Sebastien
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Bron: DE MOLENAER S. & VAN STEENLANDT M. 2026: Oudenburg, Oude Brugseweg 104 Nota landschappelijk bodemonderzoek, verkennend booronderzoek en proefsleuvenonderzoek: Verslag van Resultaten, Beerse.
Type: nota (archeologieportaal)
Datum: