Het vooronderzoek omvatte twee fasen op het terrein van de geplande bufferbekkens.
Er werden 11 manuele landschappelijke boringen geplaatst tot in de moederbodem (8 in het noordelijke bufferbekken langs de Roebeek en 3 in het zuidelijke bufferbekken langs de Wellebeek) met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm of een guts met een doorsnede van 3 cm.
Proefsleuven werden machinaal laagsgewijs afgegraven tot op het archeologisch leesbare niveau met behulp van een rupskraan van 21 ton voorzien van een gladde graafbak van 1,80 m breed. In het noordelijke bufferbekken werden 10 proefsleuven aangelegd (596 m2, dekkingsgraad 9,25% van de toegankelijke zone van 7.850 m2). In het zuidelijke bufferbekken (1.420 m2) werden 2 proefsleuven aangelegd (ruim 13% dekkingsgraad). Er werden geen vondsten ingezameld noch stalen genomen.
Auteurs: Hellinx, Alice-Jan; Desmet, Charlotte; Janssens, Niels
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Bron: HELLINX A., DESMET C. & JANSSENS N. 2026: Nota Lede, Wegenis- en rioleringswerken – Collector Smetlede – Zone bufferbekkens, Deel 1: Verslag van Resultaten, Evergem.
Type: nota (archeologieportaal)
Datum: