Tijdens het vooronderzoek werd de methode van parallelle proefsleuven gebruikt. Over het terrein werden systematisch parallelle proefsleuven van ca. 1,80 - 2 m breed aangelegd met een tussenafstand van maximaal 15 meter. Rekening houdend met de specifieke topografie van het onderzoeksterrein werden de proefsleuven dwars over de lokale rug in het landschap aangelegd. Op deze manier maakten de proefsleuven een transect op het landschap. De precieze locatie van bijkomende kijkvensters bij deze proefsleuven was vrij te bepalen op basis van het aangetroffen sporenbestand.
Er werd 497 lopende meter proefsleuven ingepland, goed voor 894,6 m2 onderzochte oppervlakte. Het totale terrein is 7.675 m2 groot. Op deze manier werd met de proefsleuven 11,6 % van het terrein onderzocht. De bedoeling was om met de proefsleuven en de kijkvensters ca. 12,5% van het terrein te onderzoeken.
Auteurs: De Herdt, Toon
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Bron: DE HERDT T. & HAZEN P. 2026: Nota Ranst, Kromstraat 104 Deel 1: Verslag van Resultaten, Evergem.
Type: nota (archeologieportaal)
Datum: