Tijdens de uitvoering van het proefsleuvenonderzoek diende afgeweken te worden van het voorgestelde sleuvenplan. Door de aanwezigheid van nog te behouden bomen aan weerszijden van de noordoost-zuidwest georiƫnteerde sleuf en op het traject van de dwarssleuf, kon het gedeelte van de dwarssleuf in fase 1 niet volledig uitgevoerd worden. Hierdoor werd geopteerd om twee kijkvensters aan weerszijden van werkput 1 aan te leggen om zo alsnog voldoende inzicht te krijgen in de spreiding van de sporen. Verder werd ook in het noordoosten van werkput 1 een kijkvenster aangelegd ter hoogte van de aangetroffen sporen. In totaal werden er dus 1 centrale werkput en 3 kijkvensters aangelegd, waardoor 159 m2 onderzocht werd door middel van het proefsleuvenonderzoek. Dit komt overeen met 13,7 % van de oppervlakte van fase 1 van het plangebied (1.164 m2). De sleuven werden aangelegd door middel van een kraan van 21 ton, met een gladde kraanbak van 2 m breed.
Auteurs: Van Eyck, Bart; Van Steenlandt, Margo
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Bron: VAN EYCK B. & VAN STEENLANDT M., 2026: Oud-Turnhout, Neerstraat: Nota landschappelijk bodemonderzoek en proefsleuvenonderzoek: Verslag van Resultaten, Beerse.
Type: nota (archeologieportaal)
Datum: