Gebeurtenis

Inventarisatie bouwkundig erfgoed Wortegem-Petegem

geografische inventarisatie
ID
560
URI
https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/560

Beschrijving

De inventaris bouwkundig erfgoed van Wortegem-Petegem, bestaande uit de deelgemeenten Elsegem, Moregem, Ooike, Petegem-aan-de-Schelde en Wortegem, werd gepubliceerd in 1998 in boekdeel 15n2 van de reeks Bouwen door de Eeuwen heen in Vlaanderen. Een inventaristeam van de Afdeling Monumenten en Landschappen binnen de Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg (AROHM) maakte de inventaris op. De optekeningsperiode ter plaatse liep van zomer 1996 tot voorjaar 1998. De inventarisatie van bouwkundig erfgoed in Wortegem-Petegem leverde 154 inventarisfiches op.

Context en doelstelling

De inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in Wortegem-Petegem situeert zich in de hoogtijperiode van de grootschalige geografische inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in België. De inventaris vormde in de jaren 1990 een essentieel instrument binnen het beleid van de opeenvolgende ministers Johan Sauwens en Luc Martens. Allebei wilden ze een snelle afwerking en een actualisatie van de inventaris, om een optimaal beschermingsbeleid te kunnen voeren. Gedreven door deze beleidsvisie, publiceerden de inventaristeams in Vlaanderen in de jaren 1990 negentien boeken, dubbel zoveel als wat ze in het vorige decennium realiseerden. In Oost-Vlaanderen zijn er twee inventaristeams aan de slag, die zes boekdelen publiceerden in de jaren 1990. Ze finaliseerden het arrondissement Gent met drie boeken (12n3, 12n4 en 12n5) en rondden het arrondissement Oudenaarde af, waarvan de inventaris in drie boekdelen wordt gevat. Het onderzoek dat voor dit arrondissement in 1994 startte, kon men op vier jaar tijd publiceren in de boekdelen 15n1, 15n2 en 15n3.

De doelstellingen van de inventarisatie in de reeks Bouwen door de Eeuwen heen in Vlaanderen bleven doorheen de hele reeks steeds dezelfde:

  1. Vooreerst wil hij een beschermingsinstrument zijn als uitgangspunt voor de op te stellen lijsten van te beschermen monumenten, stads- en dorpsgezichten.
  2. Vervolgens wil de inventaris een gids zijn voor de architectuur van de streek.
  3. Ten slotte wil hij door een eerste, verbeterbaar overzicht te geven van het bouwkundig erfgoed, een uitgangspunt vormen voor verder wetenschappelijk onderzoek.

Methodologie

Inventarisonderzoeker van het eerste uur Suzanne Van Aerschot-Van Haeverbeeck bleef centraal instaan voor de eindredactie van elk boek om op die manier een gelijkvormige aanpak binnen de vijf provinciale teams te garanderen. De verantwoording die de onderzoekers schreven aan het begin van boekdeel 15n2, geeft aan dat ze de standaard methodologie voor inventarisatie gebruikten en daarbij heel dicht bij de klassieke manier van werken bleven, zowel wat veldwerk, onderzoek als publicatie betreft.

Het overwegend landelijke karakter van het gebied, zonder stedelijke centra, leende zich uitstekend voor de standaard methodologie. Systematisch en “uitkammend” veldwerk was de basis voor de opname van het erfgoed in de inventaris: de kritische visuele vaststelling en ontleding van het gebouw ter plaatse fungeerden als uitgangspunt. Registratie van interieurs bleef, op enkele uitzonderingen na, in deze publicatie beperkt tot kerken en een aantal openbare gebouwen.

Ook qua onderzoek bleef het inventaristeam dicht bij de standaard. Om de belangrijkste gebouwen in hun context te situeren en eventueel hun vroegere functie en evolutie te belichten, consulteerde men de voornaamste bibliografische en archivalische bronnen. Omwille van tijdsefficiëntie behoorde een systematische consultatie van niet gepubliceerd archiefmateriaal nooit tot de standaardmethodologie van het project Bouwen door de Eeuwen Heen. We merken echter op dat men bij het inventariseren voor boekdeel 15n2 ook voor hoeves en boerenarbeidershuizen aanvullend onderzoek van de historische cartografie en kadasterkaarten uitvoerde, om zo “hun organische groei en verspreiding” na te trekken.

Men nam het arrondissement steeds als studiegebied voor de geografische aanpak van het onderzoek en de selectie. Door de ruimere selectiecriteria was de publicatie van de inventaris van één arrondissement per boekdeel al snel niet meer haalbaar, waardoor men vanaf de jaren 1980 overschakelde naar kantons. Dat deed men ook voor het arrondissement Oudenaarde, dat bestond uit het kanton Oudenaarde en het kanton Ronse. Omwille van de grote rijkdom aan erfgoed, splitste men het kanton Oudenaarde nog eens op in twee delen. Daarbij kreeg de stad Oudenaarde met de talrijke fusiegemeenten een eigen boekdeel, boekdeel 15n1. In boekdeel 15n2 werd het westelijke deel van het kanton Oudenaarde opgenomen, bestaande uit de gemeenten Maarkedal en Wortegem-Petegem.

De beschrijving van het erfgoed gebeurde volgens het stramien uit de inventarismethodologie. Die werden, mee evoluerend met de professionalisering van de monumentenzorg, steeds uitgebreider en gespecialiseerder. Bij de eerste inventarissen maakte men de beschrijving op basis van een visuele evaluatie en screening van het erfgoed ter plaatse. Vanaf de jaren 1990 vulde men dat aan met onderzoek van beschikbare literatuur en archiefonderzoek, waarbij het onderzoek in het archief van het kadaster steeds systematischer werd uitgevoerd. Deze bouwhistorische achtergrondinformatie kon de gebouwen in hun context situeren, hun vroegere functie en evolutie belichten, en op die manier de erfgoedwaarde extra motiveren. Deze contextuele aanpak resulteerde in de introductie van beschrijvingen van straatbeelden en (deel)gemeente-inleidingen. Bij het begin van elk boekdeel legde een algemene inleiding het verband tussen het bouwkundig erfgoed en de geografische, landschappelijke en historische en stedenbouwkundige omgeving en evolutie. Bij boekdeel 15n2 maakte men een uitgebreide algemene inleiding voor de inventaris bouwkundig erfgoed van Maarkedal en Wortegem-Petegem.

Waarden en criteria voor opname in de inventaris bouwkundig erfgoed

Men selecteerde panden en constructies binnen de afgebakende geografische context steeds omwille van de op dat moment geldende erfgoedwaarden, vermeld in de wetgeving. De inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in Wortegem-Petegem gebeurde in 1996-1998. Men gebruikte bij de inventarisatie de criteria opgenomen in het decreet van 3 maart 1976 en gewijzigd bij decreet van 22 februari 1995. Vanaf 1976 werd bouwkundig erfgoed geselecteerd op basis van de artistieke, wetenschappelijke, historische, volkskundige, industrieel-archeologische of andere sociaal-culturele waarde, wat een zeer ruime interpretatie van de definitie van bouwkundig erfgoed mogelijk maakte. Er was grote aandacht voor straatbeelden en ensembles; naast religieuze, burgerlijke en industriële gebouwen selecteert men een ruim aantal doorsneewoningen en -constructies, representatief voor de basisbebouwing van een bepaalde gemeente of streek. Kleinere bouwkundige elementen, zoals straatmeubilair, kregen systematisch hun plaats in de inventarissen. In het woord vooraf van boekdeel 15n2 geeft de minister uiting aan die ruime en contextuele interpretatie van bouwkundig erfgoed: in de inventaris registreerde men bijvoorbeeld “de alomgekende kasseiwegen die een typisch element uitmaken in het gehumaniseerde landschap van de Vlaamse Ardennen.” De inventaris getuigt van een zeer grote aandacht en bekommernis voor het bescheiden, streekeigen agrarische erfgoed dat men in de twee gemeenten aantrof en dat in hoog tempo onderhevig was aan wijzigingen. Men zette de inventaris in om rond dit kwetsbare erfgoed te sensibiliseren, en wilde de authentieke kenmerken van deze architectuur ruim documenteren.

Meestal heeft een geselecteerd inventarisobject niet één bepaalde erfgoedwaarde, maar gaat het om een wisselwerking tussen meerdere waarden. Een ander belangrijk aspect bij de selectie dat het decreet van 1976 genereerde, was het achterwege laten van de chronologische limiet. In principe bestond er sindsdien geen chronologische limiet meer voor opname in de inventarissen, maar in praktijk werd deze toch vastgesteld op circa 1940. Dit sloot echter de optekening van recentere “kwaliteitsvolle en representatieve” gebouwen niet uit. Verder hield men rekening met volgende criteria: de zeldzaamheid, de herkenbaarheid, de authenticiteit, de representativiteit, de ensemblewaarde en de contextwaarde.

Deze waarden en criteria worden niet afzonderlijk beschouwd. Het is de globale beoordeling die het uitgangspunt vormt voor de evaluatie. Voor opname in de inventaris van het bouwkundig erfgoed dienen de waarden en criteria afgetoetst te worden binnen het geografische kader van het inventarisproject. Met andere woorden: de opname van een gebouw of object in de inventaris wordt nooit object per object besloten, maar steeds in het kader van de erfgoedwaarde-afweging van een groep van gebouwen of objecten per regio en/of per type.

Hoewel de inventaris van het arrondissement Oudenaarde formeel in drie aparte boekdelen is gepubliceerd, gebruikte het inventaristeam bij de selectie van het erfgoed de inventarisgegevens uit de toen lopende inventarisprojecten in het volledige arrondissement, om een weloverwogen en ruim selectiekader te creëren.

Inventaris bouwkundig erfgoed in Wortegem-Petegem

Op basis van deze waarden en criteria selecteerde het inventaristeam in 1996-1998 in Wortegem 154 panden en constructies met erfgoedwaarde voor opname in de inventaris bouwkundig erfgoed. In Elsegem registreerde men 25 erfgoedobjecten, in Moregem 12, in Ooike 27, in Petegem-aan-de-Schelde 43 en in Wortegem 47.

Als bouwtype vormen de hoeves in de inventaris van Wortegem-Petegem de grootste groep. Het merendeel van de kleinere boerenhuizen, naast ook een aantal middelgrote hoeven, verdwenen voor nieuwe woningbouw. Andere zijn door renovatie sterk gewijzigd, evenwel niet altijd met het nodige respect voor de specifieke architecturale kenmerken die determinerend zijn voor de authenticiteit van de traditionele hoevebouw en zijn lokaal gebonden karakteristieken. De interesse voor een buitenverblijf in dit deel van de Vlaamse Ardennen heeft bijgedragen tot deze tendens. Voor Wortegem-Petegem blijken daarom vooral eerder grote hoeves in deze inventaris aan bod te komen; van de kleinere is slechts een gering aantal min of meer gaaf behouden gebleven.

De hoeve met losse bestanddelen in een L-vorm, U-vorm of met gebouwen palend aan een rechthoekig erf is kenmerkend voor Wortegem-Petegem; daarnaast komt ook het gesloten hoevetype aan bod, zij het dan vooral bij grote en historische hoeven. De kleinere boerderijen behoren tot het bescheiden langgestrekte type. Ook het boerenhuis met één afzonderlijk bijgebouw waarin de voornaamste bedrijfsfuncties samengebracht werden, komt zoals elders in Oost-Vlaanderen hier voor. Hoeves met een omgrachting waren in het onderzochte gebied eerder zeldzaam. Ook een poortgebouw of een duiventoren die hun aanvankelijk karakter van heerlijke site of het historisch belang als abdij- of aanvankelijke kasteelhoeve nog aantonen, zijn hier uiterst zeldzaam. Zowel mondelinge bronnen als archieffoto's bevestigden dat de oudste constructiewijze voor de hoevebouw, met name de hout- en leembouw samengaand met stro-bedaking, na de Tweede Wereldoorlog nog steeds in enige mate vertegenwoordigd was in de streek. Het inventaristeam documenteerde de laatste resten van deze verdwijnende bouwtechnieken.

De inventaris van Wortegem-Petegem bevat verder het evidente bouwkundige erfgoed dat elke deelgemeente typeerde zoals parochiekerken en pastorieën, kastelen en landhuizen, gemeentehuizen, scholen en onderwijzerswoningen, kloosters, kapellen, dorps-, burger- en notabelenwoningen, brouwerijen, herbergen en cafés.

Auteurs :  Hooft, Elise
Datum  :


Relaties

Is deel van

Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen

Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, West-Vlaanderen


Bekijk gerelateerde erfgoedobjecten

Kortrijkstraat 70 (Wortegem-Petegem)
Voormalige conciërgewoning van het kasteel de Ghellinck, van begin jaren 1870. Woning met hoektoren links achteraan, en lagere aanbouw, links vooraan. Sierlijke baksteenarchitectuur met gebruik van natuursteen onder zadeldak.


Sneppestraat 5 (Wortegem-Petegem)
Boerenhuis van zes + twee traveeën onder zadeldak uit de eerste helft van de 18de eeuw. Gewitte verankerde gevel op gepikte plint.


Heerbaan 5-6, 6A, Koestraat 3 (Wortegem-Petegem)
Het kasteelensemble van 1792-1798, gelegen op de site van verdwenen waterkasteel van 1588 met neerhof en drie opeenvolgende bruggen, werd gebouwd door K. van Spiere in renaissancestijl. De grachten werden gevoed door de Molenbeek. Het domein kwam in de 18de eeuw in het bezit van de familie Van Hoobrouck.


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2022: Inventarisatie bouwkundig erfgoed Wortegem-Petegem [online] https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/560 (Geraadpleegd op )

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.