Gebeurtenis

Inventarisatie bouwkundig erfgoed Genk

geografische inventarisatie
ID
657
URI
https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/657

Beschrijving

De inventaris bouwkundig erfgoed van de stad Genk werd gepubliceerd in boekdeel 6n van de reeks Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. 6n bevat alle gemeenten van het arrondissement Hasselt. Het bouwkundig erfgoed in As, Beringen, Diepenbeek, Genk, Gingelom, Halen, Ham en Hasselt werden gebundeld in boekdeel 6n1. De tweede helft van het alfabet publiceerde men gelijktijdig in boekdeel 6n2: Herk-de-Stad, Heusden-Zolder, Leopoldsburg, Lummen, Nieuwerkerken, Opglabbeek, Sint-Truiden, Tessenderlo, Zonhoven en Zutendaal. Een eenmansteam van de Rijksdienst voor de Monumenten- en Landschapszorg stelde de inventaris samen, in samenwerking met een aantal thematische experts. De optekeningsperiode ter plaatse liep van zomer 1975 tot winter 1978, met een aantal controle- en aanvullende bezoeken in 1979. In 1981 volgde de publicatie. De inventarisatie van bouwkundig erfgoed in Genk leverde 59 inventarisfiches op.

Context en doelstelling

De inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in het arrondissement Hasselt situeert zich in de beginperiode van de grootschalige geografische inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in België. Dat project wordt sinds 1965-1966 door de centrale overheid uitgevoerd onder de noemer “Bouwen door de Eeuwen Heen in Vlaanderen”. Dat is tevens de naam van de boekenreeks waarin men tot 2005 alle inventarisresultaten publiceerde.

De Rijksdienst voor de Monumenten- en Landschapszorg in Vlaanderen stond vanaf 1972 in voor de inventarisatie. Boekdeel 6n is te kaderen vlak na een heel belangrijk moment in de geschiedenis van de monumentenzorg in Vlaanderen. Het Europese Monumentenjaar 1975 en het nieuwe Monumentendecreet van 1976 zorgden voor een zeer positieve evolutie voor de inventarisatie van bouwkundig erfgoed. Men stelde in deze jaren een nieuw team van een twintigtal kunsthistorici samen, die zich verspreid over Vlaanderen exclusief wijdden aan de inventaris bouwkundig erfgoed.

In de tweede helft van de jaren 1970 gebeurde in deze positieve sfeer heel veel veldwerk. Een deel daarvan resulteerde pas in de jaren 1980 in een publicatie. Het onderzoek in de arrondissementen Hasselt, Sint-Niklaas en Veurne verscheen in 1981-1982 in Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen, onder de nummers 6n, 7n en 8n. Op het moment dat boekdeel 6n verscheen, waren er zowat 16.000 inventarisfiches gepubliceerd en zaten er nog eens nagenoeg 10.000 in de pijplijn, wat een regelmatig publicatieritme in het vooruitzicht kon stellen.

Voor boekdeel 6n hield men vast aan de doelstelling die bij het begin van het project Bouwen door de Eeuwen heen was vooropgesteld. De doelstelling was drievoudig:

  • het opmaken van een werkinstrument voor bescherming in de vorm van een lijst met een bondige beschrijving van gebouwen en ensembles die moesten bewaard blijven als waardevol cultuurbezit;
  • een beknopte gids opstellen voor het architecturale patrimonium van onze gemeenten;
  • een voorlopig ontwerp maken van een wetenschappelijke inventaris.

Methodologie

De methodologie, de aanpak van de inventarisatie in het arrondissement Hasselt, sluit naadloos aan bij de methodologie die bepaald werd bij het begin van het project Bouwen door de Eeuwen heen. Veldwerk was de basis voor de opname van het erfgoed in de inventaris: de kritische visuele vaststelling en ontleding van het gebouw ter plaatse fungeerden als uitgangspunt. Wegens het dringende karakter van de operatie, en de wens om zo snel mogelijk een volledig overzicht te bieden van het waardevolle bouwkundig erfgoed in Vlaanderen, koos men er bewust voor het bijkomende bronnenonderzoek te beperken. Men sloot een grondige, volledige raadpleging van literatuur uit en beperkte zich tot een vluchtig bibliografisch onderzoek om de beschrijvingen aan te vullen, en de belangrijkste gebouwen in hun context te situeren en hun vroegere functie en evolutie te belichten. In principe werden geen onuitgegeven archiefstukken geraadpleegd.

De inventarisploegen konden bij de samenstelling van de inventarissen in het arrondissement Hasselt terugvallen op inventarisfiches van de deelnemers aan de actie M75: tijdens het Monumentenjaar in 1975 werkten plaatselijke comités met heemkundigen, gemeentelijke diensten en vrijwilligers mee aan de registratie van het bouwkundig erfgoed van hun gemeente. De talrijke, soms rijk geïllustreerde steekkaarten, brachten heel wat informatie aan. De lijsten waren qua omvang, inhoud en kwaliteit zeer uiteenlopend en meestal objectgericht. Interessant is dat het lokale, bescheiden erfgoed, gaande van herberg, wegkapel, oorlogs- en grafmonumenten tot wegwijzers en grenspalen, door M75 bewust werd voorgedragen en op die manier onder de aandacht kwam van het inventaristeam.

Het boekdeel 5n, waarin de inventaris van het arrondissement Aalst werd gepubliceerd in 1978, diende als voorbeeld voor de publicatie van 6n. Men stelde het arrondissement voorop als afgebakend studiegebied voor het onderzoek en voor de uitgave van de inventaris. Omwille van het grote pakket geïnventariseerd bouwkundig erfgoed in het arrondissement Hasselt, besliste men net als bij het boekdeel 5n (arrondissement Aalst) om het voorziene boekdeel 6n op te splitsen en zo het volume te verdubbelen. Boekdelen 6n1 en 6n2, samen en als één geheel gepubliceerd in 1981, bevatten alle gemeenten van het arrondissement Hasselt. De gemeenten werden in alfabetische volgorde gezet, waarbij in het eerste deel de gemeenten van A tot Ha gepubliceerd zijn, en in 6n2 de inventarissen van de gemeenten van He tot Z.

Overeenkomstig de ruimere kijk op bouwkundig erfgoed, legden de onderzoekers in deze periode in de inleiding van elk boekdeel de nadruk op de nieuwe erfgoedtypes die ze gaandeweg ontdekten en wilden waarderen. Er kwamen in de inventaris van het arrondissement Hasselt bijvoorbeeld voor het eerst in de reeks mergelsteen, Maaslandse stijl en steenkoolmijnsites als belangrijke erfgoedelementen aan bod. Omwille van de onvermoede kwantiteit aan bouwkundig erfgoed in de streek moest dit boek trouwens in twee boekdelen worden uitgegeven. De onderzoekers behandelden de nieuwe onderwerpen met schroom en bescheidenheid, en hoedden zich voor wetenschappelijke fouten: “Een diepgaand onderzoek (...) werd tot nog toe niet doorgevoerd. De hier verzamelde gegevens dienen dus als een voorlopige conclusie gezien te worden.”

Ook de opmaak van een grondige algemene inleiding op de inventaris van het arrondissement was sinds 5n een vaste traditie, die voor het boekdeel van het arrondissement Hasselt werd verder gezet. Op basis van de resultaten van de inventaris bouwkundig erfgoed, schreef de onderzoeker een vrij diepgaande, inhoudelijke analyse van het aanwezige bouwkundige erfgoed in het arrondissement, voorafgegaan door een algemene, administratieve situering, een landschapstypering, een economische schets en een historische achtergrond. In aparte hoofdstukken behandelde men de verschillende types bouwkundig erfgoed in de streek, waarbij men start met de industriële archeologie, die door de mijnbouw de inventaris bouwkundig erfgoed domineert. Het religieus erfgoed gaat in op de kerken, de kapellen en de abdijen en kloosters, waarbij nadruk wordt gelegd op de rol van Sint-Truiden als religieus centrum, de refugiehuizen en de begijnhoven. Bij de bespreking van de burgerlijke architectuur valt op dat belangrijke openbare gebouwen zeldzaam zijn in de streek. Ook historische stadswoningen zijn zeldzaam; ook van de oude stedelijke vakwerkbouw is weinig bewaard. De landelijke architectuur bepaalt het profiel van het bestudeerde gebied, met nadruk op de hoevebouw, waar vakwerkbouw alom tegenwoordig was, tot in het interbellum.

Waarden en criteria voor opname in de inventaris bouwkundig erfgoed

De inventaris bouwkundig erfgoed vormt de voorbereiding voor de opmaak van beschermingsvoorstellen. Men selecteert panden en constructies binnen de afgebakende geografische context steeds omwille van de op dat ogenblik geldende erfgoedwaarden, vermeld in de wetgeving. Boekdeel 6n paste de nieuwe waarden en criteria uit het Monumentendecreet van 3 maart 1976 toe op de selectie van het bouwkundig erfgoed in het arrondissement Hasselt. Volgens de Monumentenwet van 1931 kon men erfgoed beschermen als monument omwille van de historische, artistieke en wetenschappelijke waarde. In het nieuwe decreet werden de waarden verruimd met de volkskundige, industrieel-archeologische en andere sociaal-culturele waarde. Bescherming van ensembles, van bouwkundige gehelen, inclusief eenvoudige architectuur, werd mogelijk via het concept van stads- en dorpsgezichten. Het Monumentendecreet liet daarenboven de chronologische limiet voor het waarderen van erfgoed varen. Deze verruimde typologische en chronologisch waarden en criteria uit het monumentendecreet zijn duidelijk afleesbaar in de resultaten van het inventarisproject in dit arrondissement.

De mogelijkheid die sinds het decreet van 1976 bestond om stads- en dorpsgezichten te beschermen, zorgde vooreerst voor een grote aandacht voor de erfgoedwaardige, bescheiden, vaak 19de-eeuwse basisbebouwing in steden en dorpen. Een tweede typologische verruiming betreft het industrieel-archeologisch erfgoed. In de inleiding van het boekdeel 6n is een apart hoofdstuk gewijd aan deze typologie, met focus op de alomtegenwoordige relicten van de mijnbouw.

Opvallende afwezige in de inventaris van het arrondissement Hasselt is de burgerlijke architectuur uit de 20ste eeuw, hoewel de chronologische limiet bij het waarderen van bouwkundig erfgoed dankzij het Decreet gesneuveld was. Van recente burgerlijke architectuur zijn slechts enkele voorbeelden in de selectie opgenomen. Wellicht valt dit te verklaren door de grote aandacht voor de streekeigen materialen, technieken en erfgoedtypes, waardoor de 20ste-eeuwse burgerlijke architectuur, die een ruimer geografisch evaluatiekader vraagt, naar de achtergrond verschoof.

Een onroerend goed kan geselecteerd worden voor opname als het aan verschillende waarden en criteria tegemoetkomt, maar het kan ook in aanmerking komen voor opname als het in hoge mate aan slechts één criterium tegemoetkomt. Essentieel in deze methodologie is dat deze waarden en criteria niet afzonderlijk worden beschouwd. De totale beoordeling vormt het uitgangspunt voor de evaluatie. Voor de opname in de inventaris wordt rekening gehouden met de geografische of de thematische context. Bij deze beoordeling wordt steeds een relevantie voor Vlaanderen voor ogen gehouden.

Inventaris bouwkundig erfgoed in Genk

Op basis van deze waarden en criteria maakte men in 1975-1981 voor de inventaris bouwkundig erfgoed in Genk 59 inventarisfiches op. Het overgrote deel van het Genkse bouwkundig erfgoed is gelinkt aan de steenkoolmijnen. In dit relatief kleine aantal fiches zijn een groot aantal gebouwen opgenomen, aangezien bijvoorbeeld de mijncités als één geheel in een fiche zijn beschreven.

Het vroegere kerndorp Genk met de centraal gelegen Sint-Martinuskerk werd in 1944 vrijwel volledig verwoest door een bombardement. Er is dus heel weinig historische architectuur in het centrum bewaard. Ook van de oorspronkelijke, landelijke vakwerkarchitectuur in de gehuchten bleef vrijwel niets bewaard, buiten een aantal versteende, langgestrekte hoevetjes. Dat is te wijten aan de ontwikkeling van de steenkoolmijnen. Tot de eerste helft van de 20ste eeuw bestond Genk uit een kerndorp bij de weg Hasselt-Maaseik, en daarbuiten de gehuchten Winterslag ten noord, Gelieren, Waterschei, Langerlo, Camerlo en Sledderlo. De Sint-Martinuskerk en het dorp speelde tot 1910 een centraliserende rol op de andere gehuchten. Door de oprichting van de steenkoolmijnen, Winterslag in 1917, Waterschei in 1924 en Zwartberg in 1925, wijzigt de hele structuur van Genk drastisch. Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden volledig nieuwe wijken met eigen parochiekerk; deze wijken en parochiekerken zijn als naoorlogse architectuur wel opgenomen in de inventaris bouwkundig erfgoed.

Heel typerend voor de inventaris bouwkundig erfgoed van Genk is het provinciaal domein Bokrijk. Het domein van Bokrijk, oorspronkelijk in het bezit van de abdij van Herkenrode, omvat het 19de-eeuwse kasteel van Bokrijk met bijhorend landschappelijk park, het Openluchtmuseum, het arboretum, natuurreservaat het Wik en het vijvercomplex in het westen.

  • SCHLUSMANS F. met medewerking van GYSELINCK J., LINTERS A., WISSELS R., BUYLE M. & DE GRAEVE M.-C. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6n1 (A-Ha), Brussel - Gent.
  • HOOFT E. 2021: Inventariseren van bouwkundig erfgoed in Vlaanderen. Historiek, methodologie, doelstellingen en resultaten, Onderzoeksrapporten Agentschap Onroerend Erfgoed 196 [online], https://doi.org/10.55465/MMYM4330 (geraadpleegd op 15 september 2025).
  • KENNES H. 2020: Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen [online], https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/103 (geraadpleegd op 15 september 2025).
  • SCHLUSMANS F. met medewerking van GYSELINCK J., LINTERS A., WISSELS R., BUYLE M. & DE GRAEVE M.-C. 1981: Genk [online], https://id.erfgoed.net/themas/13855 (geraadpleegd op 15 september 2025).
  • SCHLUSMANS F. met medewerking van GYSELINCK J., LINTERS A., WISSELS R., BUYLE M. & DE GRAEVE M.-C. 1981: Arrondissement Hasselt [online], https://id.erfgoed.net/themas/16242 (geraadpleegd op 15 september 2025).

Auteurs: Hooft, Elise
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties

Is deel van

Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen

Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, West-Vlaanderen

Bekijk gerelateerde erfgoedobjecten


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2026: Inventarisatie bouwkundig erfgoed Genk [online], https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/657 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.