De inventaris bouwkundig erfgoed van de gemeente Alken werd gepubliceerd in 1999 in het zeer omvangrijke boekdeel 14n4 van de reeks Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. Een inventaristeam van de Afdeling Monumenten en Landschappen binnen de Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen (AROHM) maakte de inventaris op. Tussen de start van het inventarisproject in Alken en de publicatie van de gegevens in boekdeel 14n4 verstreek veel tijd. Het veldwerk en het bijhorende onderzoek gebeurde in 1982 en 1985. De gegevens werden in 1996 gecontroleerd, maar de auteurs geven in het voorwoord aan dat de mogelijkheid blijft bestaan dat sommige details niet meer overeenstemmen met de toestand in 1999. De inventarisatie leverde 100 bouwkundige erfgoedobjecten op.
De inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in Alken situeert zich in de hoogtijperiode van de grootschalige geografische inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in Vlaanderen. De inventaris vormde in de jaren 1990 een essentieel instrument binnen het beleid van de opeenvolgende ministers Johan Sauwens en Luc Martens. Allebei wilden ze een snelle afwerking en een actualisatie van de inventaris, om een optimaal beschermingsbeleid te kunnen voeren. Gedreven door deze beleidsvisie, publiceerden de inventaristeams in Vlaanderen in de jaren 1990 negentien boeken, dubbel zoveel als wat ze in het vorige decennium realiseerden. Het Limburgse team, lang bestaande uit één inventarisonderzoeker, bracht vier boeken uit, waarin de inventaris bouwkundig erfgoed van het arrondissement Tongeren is gevat, namelijk boekdelen 14n1, 14n2, 14n3 en 14n4.
De doelstellingen van de inventarisatie in de reeks Bouwen door de Eeuwen heen in Vlaanderen bleven doorheen de hele reeks steeds dezelfde:
De werkwijze bij het opstellen van de inventaris van Alken bleef de basisprincipes van de inventarismethodologie van het project Bouwen door de Eeuwen Heen volgen. Veldwerk vanop de openbare weg bleef de basis voor de evaluatie en de selectie van het bouwkundig erfgoed. Registratie van de visuele waarnemingen ter plaatse op een veldwerkfiche en fotografische opnames vulden elkaar aan. Op schaarse uitzonderingen na, werden door het Limburgse team de interieurs van privégebouwen niet bezocht. Interieurs van kerken werden samen met het voornaamste kerkmobilair, wel geregistreerd. In tegenstelling tot de teams in de andere provincies, had de buitendienst in Limburg lang slechts een eenmansteam voor de inventarisatie. Pas bij boekdeel 14n4, waarin Alken, Borgloon, Heers, Kortessem en Wellen zijn behandeld, werd een tweede onderzoeker ingeschakeld. Door vast te houden aan de strikte methodologie van de snelinventarisatie, met een snelsurvey op het veld, een beperkte, doelgerichte raadpleging van de literatuur, en het streng beperken van archiefonderzoek tot de essentie, kon men een gestage vooruitgang van de inventarisatie garanderen.
Men nam het arrondissement steeds als studiegebied voor de geografische aanpak van het onderzoek en de selectie. Door de ruimere selectiecriteria was de publicatie van de inventaris van één arrondissement per boekdeel al snel niet meer haalbaar, waardoor men vanaf de jaren 1980 overschakelde naar kantons. Dat deed men ook voor het arrondissement Tongeren, dat bestond uit de kantons Riemst, Tongeren, Voeren, Bilzen, Maasmechelen en Borgloon. Boekdeel 14n4 omvat de inventaris bouwkundig erfgoed van het kanton Borgloon.
De beschrijving van het erfgoed gebeurde volgens het stramien uit de inventarismethodologie. Die werden, mee evoluerend met de professionalisering van de monumentenzorg, steeds uitgebreider en gespecialiseerder. Men vulde de beschrijvingen van de aparte gebouwen en constructies aan met beschrijvingen van straatbeelden en (deel)gemeente-inleidingen, om het erfgoed in zijn context te plaatsen. Bij het begin van elk boekdeel legde een algemene inleiding het verband tussen het bouwkundig erfgoed en de geografische, landschappelijke en historische en stedenbouwkundige omgeving en evolutie. Bij boekdeel 14n4 maakte de auteur een uitgebreide algemene inleiding voor de inventaris bouwkundig erfgoed van alle gemeenten in het kanton Borgloon.
Men selecteerde panden en constructies binnen de afgebakende geografische context steeds omwille van de op dat moment geldende erfgoedwaarden, vermeld in de wetgeving. De inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in Alken gebeurde in 1982-1999. Men gebruikte toen de waarden opgenomen in het decreet van 3 maart 1976 en gewijzigd bij decreet van 22 februari 1995. Vanaf 1976 werd bouwkundig erfgoed geselecteerd op basis van de artistieke, wetenschappelijke, historische, volkskundige, industrieel-archeologische of andere sociaal-culturele waarde, wat een zeer ruime interpretatie van de definitie van bouwkundig erfgoed mogelijk maakte. Meestal heeft een geselecteerd inventarisobject niet één bepaalde erfgoedwaarde, maar gaat het om een wisselwerking tussen meerdere waarden. Er was grote aandacht voor straatbeelden en ensembles; naast religieuze, burgerlijke en industriële gebouwen selecteerde men een ruim aantal doorsneewoningen en -constructies, representatief voor de basisbebouwing van een bepaalde gemeente of streek. Kleinere bouwkundige elementen, zoals straatmeubilair, kregen systematisch hun plaats in de inventarissen. Een ander belangrijk aspect bij de selectie dat het decreet van 1976 genereerde, was het achterwege laten van de chronologische limiet. In principe bestond er sindsdien geen chronologische limiet meer voor opname in de inventarissen, maar in praktijk werd deze toch vastgesteld op circa 1940. Dit sloot echter de optekening van recentere gebouwen niet uit. Verder hield men rekening met volgende criteria: de zeldzaamheid, de herkenbaarheid, de authenticiteit, de representativiteit, de ensemblewaarde en de contextwaarde.
Deze waarden en criteria worden niet afzonderlijk beschouwd. Het is de globale beoordeling die het uitgangspunt vormt voor de evaluatie. Voor opname in de inventaris van het bouwkundig erfgoed dienen de waarden en criteria afgetoetst te worden binnen het geografische kader van het inventarisproject. Met andere woorden: de opname van een gebouw of object in de inventaris wordt nooit object per object besloten, maar steeds in het kader van de erfgoedwaarde-afweging van een groep van gebouwen of objecten per regio en/of per type. Hoewel de inventaris van het kanton Borgloon formeel als een apart boekdeel is gepubliceerd in de publicatiereeks, gebruikte het inventaristeam bij de selectie van het erfgoed de inventarisgegevens uit de toen lopende inventarisprojecten in het volledige arrondissement, om een weloverwogen en ruim selectiekader te creëren.
Op basis van deze waarden en criteria werd in de gemeente Alken in 1982-1999 een inventaris opgemaakt die bestaat uit 100 erfgoedobjecten. Alken is een Vochtig-Haspengouwse gemeente; de inventaris vertaalt de typische kenmerken van deze streek. Bij uitstek kenmerkend voor de streek is de vakwerkbouw die zowel de stedelijke als landelijke omgeving bepaalde tot het pas in de loop van de 19de eeuw ingezette versteningsproces.
De talrijke historische kerken en kastelen getuigen van de lange, soms ingewikkelde en bewogen geschiedenis van de streek. De gotische Sint-Aldegondiskerk gaat terug op een zeer oude stichting. De parochie heeft een neoclassicistische pastorie van 1850-1860. De kerken in de andere parochies van Alken zijn voorbeelden van jonge architectuur. Onbevlekte Ontvangenis werd gebouwd in 1960 naar ontwerp van G. Daniëls, Sint-Joris is gebouwd in 1958-1961 door I. Lavigne.
In Alken zijn een zevental kastelen en landhuizen bewaard, allemaal teruggaand tot oude kasteelsites, maar ondertussen bestaande uit gebouwen uit 18de, 19de of 20ste eeuw. Het landhuis Zeegershof is een van de voornamere historische residenties in Alken; het huidige semigesloten complex in classicistische stijl werd in de vroege 19de eeuw gebouwd. Kasteel de Corswarem dateert van 1762-65. Kasteel d’Erckenteel is in kern mogelijk opklimmend tot 1739. Kasteeltje De Geuzentempel, Kasteel Brandepoel met hoeve en Landhuis Groot-Peteren zijn 19de-eeuws. Kasteel Leva werd in 1938 gebouwd op de plaats van het kasteel Saren. De motte van Alken, gekend door opgravingen, werd opgenomen in de inventaris bouwkundig erfgoed, maar is op dit moment onder de discipline archeologie ingedeeld in de inventariswebsite.
Het hoevebestand vormt in het hele kanton de belangrijkste component van het bouwkundig erfgoed. Alken is gelegen in het minder vruchtbare Vochtig-Haspengouw, met relatief kleine hoeves. Er zijn langgestrekte hoeves, gesloten hoeves die het resultaat zijn van een lange historiek van aanpassingen, hoeves met losse bestanddelen en kleine, vrijstaande boerenwoningen. In hun huidige vorm gaan de meeste hoeves terug op de 18de en 19de eeuw. Er komen zeer veel vakwerkhoeven voor, variërend van zeer kleine bedrijven van het langgerekte type tot grote gesloten hoeven, doch het type met losstaande bestanddelen is het meest courante. Eveneens typerend voor het agrarische bouwkundig erfgoed in de regio zijn de twee watermolens in Alken: de Groenmolen en de Nieuwe Molen.
Alken bestaat uit een hoofdorp in het centrum, ontstaan aan de Herk met kleinere nederzettingen aan verbindingswegen. Het eclectische gemeentehuis van Alken gaat terug op een notariswoning uit 1905, aanleunend bij een laatclassicistische woning. Het pand werd in 1929 aangekocht door de gemeente. In een aansluitende eclectische stijl zijn het kloostergebouw in Alken en de gildezaal van 1914. De andere bebouwing met erfgoedwaarde in de centra zijn dorpswoningen van een of twee bouwlagen onder zadeldaken, in baksteenbouw of in vakwerkbouw, doorgaans daterend uit de 19de of 20ste eeuw. Opvallend tussen de bescheiden, traditionele architectuur die Alken typeert, is een villa uit 1911 aansluitend bij de cottagestijl, gebouwd door H. Nicolaï in 1911, eigenaar van het eerste grote fruitbedrijf in Alken.
Klein erfgoed dat in de inventaris werd gewaardeerd zijn de kapellen, waarvan er ook enkele in vakwerkbouw zijn opgetrokken. Voorbeelden van industrieel-archeologische architectuur zijn het station van Alken en de brouwerij van Alken, met gebouwen uit de jaren 1920 en 1940, bepalend voor de gemeente. Men brouwde er het eerste Belgische bier van het pilsener type, een ondergistingsbier, de Cristal.
Auteurs: Hooft, Elise
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)