Gebeurtenis

Inventarisatie bouwkundig erfgoed Lanaken

geografische inventarisatie
ID
698
URI
https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/698

Beschrijving

De inventaris bouwkundig erfgoed van de gemeente Lanaken en deelgemeenten Gellik, Neerharen, Rekem en Veldwezelt werd gepubliceerd in 1996 in boekdeel 14n3 van de reeks Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. Een inventarismedewerker van de Afdeling Monumenten en Landschappen binnen de Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen (AROHM) maakte de inventaris op. De optekeningsperiode ter plaatse liep van zomer 1993 tot zomer 1995. De inventarisatie leverde 212 inventarisfiches op.

Context en doelstelling

De inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in Lanaken situeert zich in de hoogtijperiode van de grootschalige geografische inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in Vlaanderen. De inventaris vormde in de jaren 1990 een essentieel instrument binnen het beleid van de opeenvolgende ministers Johan Sauwens en Luc Martens. Allebei wilden ze een snelle afwerking en een actualisatie van de inventaris, om een optimaal beschermingsbeleid te kunnen voeren. Gedreven door deze beleidsvisie, publiceerden de inventaristeams in Vlaanderen in de jaren 1990 negentien boeken, dubbel zoveel als wat ze in het vorige decennium realiseerden. Het Limburgse team, lang bestaande uit één inventarisonderzoeker, bracht vier boeken uit, waarin de inventaris bouwkundig erfgoed van het arrondissement Tongeren is gevat, namelijk boekdelen 14n1, 14n2, 14n3 en 14n4.

De doelstellingen van de inventarisatie in de reeks Bouwen door de Eeuwen heen in Vlaanderen bleven doorheen de hele reeks steeds dezelfde:

  1. Vooreerst wil de inventaris een beschermingsinstrument zijn, als uitgangspunt voor de op te stellen lijsten van te beschermen monumenten, stads- en dorpsgezichten.
  2. Vervolgens wil de inventaris een gids zijn voor de architectuur van de streek.
  3. Tenslotte wil hij door een eerste, verbeterbaar overzicht te geven van het bouwkundig erfgoed, een uitgangspunt vormen voor verder wetenschappelijk onderzoek.

Methodologie

De werkwijze bij het opstellen van de inventaris van Lanaken bleef de basisprincipes van de inventarismethodologie van het project Bouwen door de Eeuwen Heen volgen. Veldwerk vanop de openbare weg bleef de basis voor de evaluatie en de selectie van het bouwkundig erfgoed. Registratie van de visuele waarnemingen ter plaatse op een veldwerkfiche en fotografische opnames vulden elkaar aan. Op schaarse uitzonderingen na, werden door het Limburgse team de interieurs van privégebouwen niet bezocht. Interieurs van kerken werden samen met het voornaamste kerkmobilair, wel geregistreerd. In tegenstelling tot de teams in de andere provincies, had de buitendienst in Limburg lang slechts een eenmansteam voor de inventarisatie. Pas bij het laatste van de vier boeken werd een tweede onderzoeker ingeschakeld. Door vast te houden aan de strikte methodologie van de snelinventarisatie, met een snelsurvey op het veld, een beperkte, doelgerichte raadpleging van de literatuur, en het streng beperken van archiefonderzoek tot de essentie, kon men een gestage vooruitgang van de inventarisatie garanderen.

Men nam het arrondissement steeds als studiegebied voor de geografische aanpak van het onderzoek en de selectie. Door de ruimere selectiecriteria was de publicatie van de inventaris van één arrondissement per boekdeel al snel niet meer haalbaar, waardoor men vanaf de jaren 1980 overschakelde naar kantons. Dat deed men ook voor het arrondissement Tongeren, dat bestond uit de kantons Riemst, Tongeren, Voeren, Bilzen, Maasmechelen en Borgloon. In boekdeel 14n3 behandelde men de inventaris van twee kantons, namelijk Bilzen en Maasmechelen, met de gemeenten Bilzen, Hoeselt, Lanaken en Maasmechelen.

De beschrijving van het erfgoed gebeurde volgens het stramien uit de inventarismethodologie. Die werden, mee evoluerend met de professionalisering van de monumentenzorg, steeds uitgebreider en gespecialiseerder. Men vulde de beschrijvingen van de aparte gebouwen en constructies aan met beschrijvingen van straatbeelden en (deel)gemeente-inleidingen, om het erfgoed in zijn context te plaatsen. Bij het begin van elk boekdeel legde een algemene inleiding het verband tussen het bouwkundig erfgoed en de geografische, landschappelijke en historische en stedenbouwkundige omgeving en evolutie. Bij boekdeel 14n3 maakte de auteur een uitgebreide algemene inleiding voor de inventaris bouwkundig erfgoed van alle gemeenten in de twee kantons.

Waarden en criteria voor opname in de inventaris bouwkundig erfgoed

Men selecteerde panden en constructies binnen de afgebakende geografische context steeds omwille van de op dat moment geldende erfgoedwaarden, vermeld in de wetgeving. De inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in Lanaken gebeurde in 1993-1996. Men gebruikte toen de waarden opgenomen in het decreet van 3 maart 1976 en gewijzigd bij decreet van 22 februari 1995. Vanaf 1976 werd bouwkundig erfgoed geselecteerd op basis van de artistieke, wetenschappelijke, historische, volkskundige, industrieel-archeologische of andere sociaal-culturele waarde, wat een zeer ruime interpretatie van de definitie van bouwkundig erfgoed mogelijk maakte. Meestal heeft een geselecteerd inventarisobject niet één bepaalde erfgoedwaarde, maar gaat het om een wisselwerking tussen meerdere waarden. Er was grote aandacht voor straatbeelden en ensembles; naast religieuze, burgerlijke en industriële gebouwen selecteerde men een ruim aantal doorsneewoningen en -constructies, representatief voor de basisbebouwing van een bepaalde gemeente of streek. Kleinere bouwkundige elementen, zoals straatmeubilair, kregen systematisch hun plaats in de inventarissen. Een ander belangrijk aspect bij de selectie dat het decreet van 1976 genereerde, was het achterwege laten van de chronologische limiet. In principe bestond er sindsdien geen chronologische limiet meer voor opname in de inventarissen, maar in praktijk werd deze toch vastgesteld op circa 1940. Dit sloot echter de optekening van recentere gebouwen niet uit. Verder hield men rekening met volgende criteria: de zeldzaamheid, de herkenbaarheid, de authenticiteit, de representativiteit, de ensemblewaarde en de contextwaarde.

Deze waarden en criteria worden niet afzonderlijk beschouwd. Het is de globale beoordeling die het uitgangspunt vormt voor de evaluatie. Voor opname in de inventaris van het bouwkundig erfgoed dienen de waarden en criteria afgetoetst te worden binnen het geografische kader van het inventarisproject. Met andere woorden: de opname van een gebouw of object in de inventaris wordt nooit object per object besloten, maar steeds in het kader van de erfgoedwaarde-afweging van een groep van gebouwen of objecten per regio en/of per type. Hoewel de inventaris van de kantons Bilzen en Maasmechelen formeel als een apart boekdeel is gepubliceerd in de publicatiereeks, gebruikte het inventaristeam bij de selectie van het erfgoed de inventarisgegevens uit de toen lopende inventarisprojecten in het volledige arrondissement, om een weloverwogen en ruim selectiekader te creëren.

Inventaris bouwkundig erfgoed in Lanaken

Op basis van deze waarden en criteria selecteerde het inventaristeam in 1993-1996 in Lanaken en deelgemeenten Gellik, Neerharen, Rekem en Veldwezelt 212 panden en constructies met erfgoedwaarde voor opname in de inventaris bouwkundig erfgoed.

De gemeente Lanaken is ruraal van karakter. De landelijke architectuur is de belangrijkste component van de inventaris die werd samengesteld, goed voor een derde van het geïnventariseerde bouwkundig erfgoed. De inventaris bevat representatieve voorbeelden van streekeigen hoeves. In de streek komen hoeves met losse bestanddelen voor, gesloten hoeves en hoeves met L-vormige opstelling. Typisch voor de streek is de vakwerkbouw, echter doorheen de tijd vaak versteend.

Naast het overwicht aan landelijk bouwkundig erfgoed, is een andere conclusie uit de inventarisatie dat er weinig historische architectuur bewaard is in Lanaken: de 16de, de 17de en zelfs de 18de eeuw zijn weinig vertegenwoordigd in de inventaris. Een uitzondering op deze algemene inventarisconclusies vormt Rekem, dat één van de enige historische stadjes is in de regio. Ondertussen evolueerde Rekem tot een bescheiden plattelandsgemeente; het bouwkundig erfgoed getuigt echter van de waardevolle geschiedenis. Interessant qua bouwkundig erfgoed is het oude, omwalde stadsdeel met resten van oude bebouwing teruggaand tot de 16de en 17de eeuw. Getypeerd door een grote historische waarde zijn het 16de-eeuwse waterkasteel, met daarnaast het historische marktplein met de Sint-Pieterskerk en het gerechtsgebouw. Van de 16de- en 17de-eeuwse versterkingen blijven resten bewaard, onder meer grachten en poorten. Er zijn enkele herenhuizen geregistreerd uit de 17de, 18de en 19de eeuw, bijvoorbeeld bij het kasteel Daalbroek is het herenhuis van 1614 bewaard. Rekem is ook op vlak van parochiekerken interessant. Ondanks de vroege stichting van een aantal parochies bleven in Lanaken bijzonder weinig resten van de oorspronkelijke kerken bewaard. De oudste staan in Rekem, namelijk de barokke Sint-Pieterskerk en de minderbroederskerk (1710). De bebouwing in Rekem bestaat verder voornamelijk uit 19de-eeuwse burgerhuizen, waarvan een aantal met oude kern, en enkele stadshoeven. Een voor Limburg belangrijke nijverheid in de 19de eeuw was de jeneverstokerij. In Rekem bleef een gaaf bewaard voorbeeld bewaard in de distillerij F. Senden-Devel, opgericht in 1891.

Typerend voor de inventarissen bouwkundig erfgoed in Vlaanderen, is een groot aandeel religieuze architectuur. In Lanaken zijn de meeste kerken 19de- of 20ste-eeuws. De eerste helft van de 19de eeuw wordt, evenals in de burgerlijke bouwkunst, bepaald door het neoclassicisme. In Veldwezelt/Kesselt staat een neoclassicistische kerk uit 1849. De kerk van Gellik is gebouwd in neogotiek (1913-15); voor die van Neerharen (1875-76) en Veldwezelt (1933-36) werd voor de neoromaanse stijl gekozen. Het bestudeerde gebied in het arrondissement Tongeren bezit een aantal grote kapellen. Bijzondere voorbeelden in Lanaken zijn de Sint-Petronellakapel van Rekem (1620) en de kapel van Onze-Lieve-Vrouw-van-Bijstand te Veldwezelt (1714). Hiernaast komen kleinere kapellen voor; meestal gaat het hier om sobere bakstenen gebouwen uit de tweede helft van de 19de en het begin van de 20ste eeuw.

Behalve het waterkasteel in Rekem, zijn ook in de andere deelgemeenten van Lanaken een aantal kastelen bewaard. Uit de romaanse periode dateert de burcht Pietersheim in Lanaken. Het kasteel de Merode in Pietersheim/Lanaken is typisch voor de 19de eeuw. In Gellik dateert het kasteel Kewith uit de eerste helft van de 18de eeuw.

De minister benadrukt in het woord vooraf van het boekdeel 14n3 dat de typerende architectura minor in de streek bijzondere aandacht verdient en grondig geëvalueerd zou worden ter voorbereiding van beschermingsvoorstellen.

Aangezien Lanaken geen grote, stedelijke kernen kent, is het aantal openbare gebouwen beperkt en van bescheiden omvang, doorgaans 19de- of begin-20ste-eeuws, bijvoorbeeld de gemeenteschool en het gemeentehuis in Veldwezelt. Ook de woonarchitectuur is bescheiden, met vooral dorpswoningen onder zadeldak, aangevuld met een aantal burger- en herenhuizen uit 19de of begin 20ste eeuw. Opvallend in deze streek is dat de vakwerkbouw zowel de stedelijke als de landelijke architectuur veel langer bepalen bleef bepalen dan in andere streken. Pas vanaf de tweede helft van de 19de eeuw wordt baksteenbouw doorgevoerd voor de architectura minor.

Aansluitend bij deze aandacht voor het bescheiden erfgoed, besteedde het inventaristeam niet enkel aandacht aan de vaak eenvoudige, landelijke en dorpsarchitectuur, maar eveneens aan divers klein erfgoed. In Lanaken inventariseerde men vele houten en een aantal ijzeren en stenen kruisen, gedenktekens en een militair kerkhof.

Jonge architectuur werd eigenlijk niet geregistreerd; de streek wordt gekenmerkt door behoudsgezinde architectuur met stijlkenmerken uit de 19de eeuw die lang bleven doorwerken. De enige naoorlogse gebouwen in deze inventaris zijn parochiekerken, namelijk de Sint-Jozefskerk gebouwd in 1956-1957 door G. Daniëls en Erens, Sint-Pieters gebouwd in 1954-1957 naar ontwerp van de architecten P. Boxen en F. De Groodt en Sint-Servaas van circa 1960.

Ook gebouwen met industrieel-archeologische waarde zijn eerder beperkt vertegenwoordigd. Een historisch voorbeeld is Heidemolen, de oude banmolen van de heren de Merode van Pietersem. Het station van Lanaken dateert van rond 1850. Men inventariseerde de stalen spoorwegbrug over het Albertkanaal, van het type Vierendeelbrug, ontworpen in 1937.

  • MARTENS L. 1996: Woord vooraf, in: SCHLUSMANS F., Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Tongeren, Kantons Bilzen - Maasmechelen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 14n3, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Hooft, Elise
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties

Is deel van

Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen

Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, West-Vlaanderen

Bekijk gerelateerde erfgoedobjecten


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2026: Inventarisatie bouwkundig erfgoed Lanaken [online], https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/698 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.