De inventaris bouwkundig erfgoed van de gemeente Borgloon en de twaalf deelgemeenten Bommershoven, Borgloon, Broekom, Gors-Opleeuw, Gotem, Groot-Loon, Hendrieken, Hoepertingen, Jesseren, Kerniel, Kuttekoven, Rijkel en Voort werd gepubliceerd in 1999 in het omvangrijke boekdeel 14n4 van de reeks Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. Een inventaristeam van de Afdeling Monumenten en Landschappen binnen de Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen (AROHM) maakte de inventaris op. Tussen de start van het inventarisproject in Borgloon en de publicatie van de gegevens in boekdeel 14n4 verstreek veel tijd. Het veldwerk en het bijhorende onderzoek in de binnenstad van Borgloon gebeurde al in 1982; de gegevens werden volledig geactualiseerd door controles in de aanloop naar de publicatie in 1999. De opname van de rest van de gemeente gebeurde van september 1996 tot juni 1999. De inventarisatie leverde 297 bouwkundige erfgoedobjecten op.
Op 1 januari 2025 fusioneerden Borgloon en Tongeren tot de gemeente Tongeren-Borgloon. De inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in beide gemeenten gebeurde lang voor deze fusie, en wordt daarom in twee aparte gebeurtenissen besproken.
De inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in Borgloon en deelgemeenten situeert zich in de hoogtijperiode van de grootschalige geografische inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in Vlaanderen. De inventaris vormde in de jaren 1990 een essentieel instrument binnen het beleid van de opeenvolgende ministers Johan Sauwens en Luc Martens. Allebei wilden ze een snelle afwerking en een actualisatie van de inventaris, om een optimaal beschermingsbeleid te kunnen voeren. Gedreven door deze beleidsvisie, publiceerden de inventaristeams in Vlaanderen in de jaren 1990 negentien boeken, dubbel zoveel als wat ze in het vorige decennium realiseerden. Het Limburgse team, lang bestaande uit één inventarisonderzoeker, bracht vier boeken uit, waarin de inventaris bouwkundig erfgoed van het arrondissement Tongeren is gevat, namelijk boekdelen 14n1, 14n2, 14n3 en 14n4.
De doelstellingen van de inventarisatie in de reeks Bouwen door de Eeuwen heen in Vlaanderen bleven doorheen de hele reeks steeds dezelfde:
De werkwijze bij het opstellen van de inventaris van Borgloon bleef de basisprincipes van de inventarismethodologie van het project Bouwen door de Eeuwen Heen volgen. Veldwerk vanop de openbare weg bleef de basis voor de evaluatie en de selectie van het bouwkundig erfgoed. Registratie van de visuele waarnemingen ter plaatse op een veldwerkfiche en fotografische opnames vulden elkaar aan. Op schaarse uitzonderingen na, werden door het Limburgse team de interieurs van privégebouwen niet bezocht. Interieurs van kerken werden samen met het voornaamste kerkmobilair, wel geregistreerd. In tegenstelling tot de teams in de andere provincies, had de buitendienst in Limburg lang slechts een eenmansteam voor de inventarisatie. Pas bij boekdeel 14n4, waarin Alken, Borgloon, Heers, Kortessem en Wellen zijn behandeld, werd een tweede onderzoeker ingeschakeld. Door vast te houden aan de strikte methodologie van de snelinventarisatie, met een snelsurvey op het veld, een beperkte, doelgerichte raadpleging van de literatuur, en het streng beperken van archiefonderzoek tot de essentie, kon men een gestage vooruitgang van de inventarisatie garanderen.
Men nam het arrondissement steeds als studiegebied voor de geografische aanpak van het onderzoek en de selectie. Door de ruimere selectiecriteria was de publicatie van de inventaris van één arrondissement per boekdeel al snel niet meer haalbaar, waardoor men vanaf de jaren 1980 overschakelde naar kantons. Dat deed men ook voor het arrondissement Tongeren, dat bestond uit de kantons Riemst, Tongeren, Voeren, Bilzen, Maasmechelen en Borgloon. Boekdeel 14n4 omvat de inventaris bouwkundig erfgoed van het kanton Borgloon.
De beschrijving van het erfgoed gebeurde volgens het stramien uit de inventarismethodologie. Die werden, mee evoluerend met de professionalisering van de monumentenzorg, steeds uitgebreider en gespecialiseerder. Men vulde de beschrijvingen van de aparte gebouwen en constructies aan met beschrijvingen van straatbeelden en (deel)gemeente-inleidingen, om het erfgoed in zijn context te plaatsen. Bij het begin van elk boekdeel legde een algemene inleiding het verband tussen het bouwkundig erfgoed en de geografische, landschappelijke en historische en stedenbouwkundige omgeving en evolutie. Bij boekdeel 14n4 maakte de auteur een uitgebreide algemene inleiding voor de inventaris bouwkundig erfgoed van alle gemeenten in het kanton Borgloon.
Men selecteerde panden en constructies binnen de afgebakende geografische context steeds omwille van de op dat moment geldende erfgoedwaarden, vermeld in de wetgeving. De inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in Borgloon en deelgemeenten gebeurde in 1982-1999. Men gebruikte toen de waarden opgenomen in het decreet van 3 maart 1976 en gewijzigd bij decreet van 22 februari 1995. Vanaf 1976 werd bouwkundig erfgoed geselecteerd op basis van de artistieke, wetenschappelijke, historische, volkskundige, industrieel-archeologische of andere sociaal-culturele waarde, wat een zeer ruime interpretatie van de definitie van bouwkundig erfgoed mogelijk maakte. Meestal heeft een geselecteerd inventarisobject niet één bepaalde erfgoedwaarde, maar gaat het om een wisselwerking tussen meerdere waarden. Er was grote aandacht voor straatbeelden en ensembles; naast religieuze, burgerlijke en industriële gebouwen selecteerde men een ruim aantal doorsneewoningen en -constructies, representatief voor de basisbebouwing van een bepaalde gemeente of streek. Kleinere bouwkundige elementen, zoals straatmeubilair, kregen systematisch hun plaats in de inventarissen. Een ander belangrijk aspect bij de selectie dat het decreet van 1976 genereerde, was het achterwege laten van de chronologische limiet. In principe bestond er sindsdien geen chronologische limiet meer voor opname in de inventarissen, maar in praktijk werd deze toch vastgesteld op circa 1940. Dit sloot echter de optekening van recentere gebouwen niet uit. Verder hield men rekening met volgende criteria: de zeldzaamheid, de herkenbaarheid, de authenticiteit, de representativiteit, de ensemblewaarde en de contextwaarde.
Deze waarden en criteria worden niet afzonderlijk beschouwd. Het is de globale beoordeling die het uitgangspunt vormt voor de evaluatie. Voor opname in de inventaris van het bouwkundig erfgoed dienen de waarden en criteria afgetoetst te worden binnen het geografische kader van het inventarisproject. Met andere woorden: de opname van een gebouw of object in de inventaris wordt nooit object per object besloten, maar steeds in het kader van de erfgoedwaarde-afweging van een groep van gebouwen of objecten per regio en/of per type. Hoewel de inventaris van het kanton Borgloon formeel als een apart boekdeel is gepubliceerd in de publicatiereeks, gebruikte het inventaristeam bij de selectie van het erfgoed de inventarisgegevens uit de toen lopende inventarisprojecten in het volledige arrondissement, om een weloverwogen en ruim selectiekader te creëren.
Op basis van deze waarden en criteria werd in de gemeente Borgloon en deelgemeenten Bommershoven, Broekom, Gors-Opleeuw, Gotem, Groot-Loon, Hendrieken, Hoepertingen, Jesseren, Kerniel, Kuttekoven, Rijkel en Voort in 1982-1999 een inventaris opgemaakt die bestaat uit 297 erfgoedobjecten. Een derde van het geïnventariseerde bouwkundig erfgoed is gelegen in Borgloon, dat de enige stedelijke kern is in het hele kanton. In de twaalf deelgemeenten, die een kleinschalig landelijk karakter behielden, is opmerkelijk minder bouwkundig erfgoed geregistreerd. De typerende erfgoedtypes van het kanton Borgloon, zijn vertegenwoordigd in de inventaris bouwkundig erfgoed van alle deelgemeenten in Borgloon. Het zwaartepunt van het bouwkundig erfgoed ligt bij kastelen en in hoevebouw.
Bij de kastelen zijn een aantal zeer oude domeinen bewaard naast tal van kleinere 19de-eeuwse kastelen en landhuizen. Het kasteel de Grote Mot in Borgloon dateert in kern van 1661. Het kasteel van Ruilingen dateert uit de eerste helft van de 17de eeuw. Het monumentale kasteel van Hulsberg is een uitzonderlijk voorbeeld van een zeer ruim kasteel uit de 19de eeuw. Ook het kasteel van Opleeuw is 19de-eeuws, echter met classicistische dienstgebouwen van rond 1740. Gors-Opleeuw is een typisch Haspengouws kasteeldorp, waar rond het dorpsplein een aantal belangrijke gebouwen gesitueerd zijn: de Sint-Martinuskerk met kerkhof, de pastorie, het kasteel van Gorsleeuw en de kasteelhoeve met het kasteelpark, de manege en een monumentaal bakhuis. Ook de dorpskern van Hoepertingen wordt gedomineerd door het kasteel, een waterkasteel uit 17de eeuw, gelegen tegenover de zeer oude Sint-Vedastuskerk met kerkhof en pastorie van 1701 en met aansluitend een historische gesloten hoeve. Het kasteel van Rijkel bewaarde een laatgotische kern uit de tweede helft van de 16de eeuw. Verspreid over het grondgebied zijn nog tal van andere kastelen en landhuizen geregistreerd.
De hoeves zijn veruit het best vertegenwoordigde erfgoedtype in de inventaris, waarbij de vele grote gesloten hoeves en de vakwerkbouw opvallen. Een aantal hoeves hebben een hoge historische waarde, bijvoorbeeld het Biezenhof in Bommershoven, met eerste vermelding in 1309 en eertijds afhankelijk van de landcommanderij Alden Biesen. Naast de gesloten hoeves, zijn ook langgestrekte hoeves geïnventariseerd en talrijke vrijstaande hoevegebouwen. Typisch voor dit kanton, en ontstaan vanaf de tweede helft van de 19de eeuw, zijn de ruime boerenburgerhuizen, waarbij het woonhuis losgemaakt wordt van het erf, en met de voorgevel aan de straat wordt geplaatst. Dit type woonhuizen werd ook geregistreerd bij de stadshoeves, waarvan in Borgloon een vrij groot aantal bewaard bleven. Kenmerkend voor het landelijke gebied in Borgloon zijn de vele hoogstamboomgaarden, als uiting van de landbouw die nadrukkelijk georiënteerd is op fruitteelt. De stroopfabrieken die opgenomen zijn in de inventaris van Borgloon en deelgemeenten, zijn bouwkundige getuigen van deze fruitteelt. Eveneens typerend voor het agrarische bouwkundig erfgoed in de regio zijn de watermolens, waarvan er in Borgloon en deelgemeenten verschillende in de inventaris zijn opgenomen.
De vroege stichting van de meeste parochies blijkt uit de romaanse resten die in de verschillende kerken van het kanton bewaard bleven. De vroege stichting van de meeste parochies blijkt uit de romaanse resten die in de verschillende kerken van het kanton bewaard bleven. De voormalige hospitaalkapel, later begijnhofkapel van Borgloon is een vrij gaaf bewaard voorbeeld uit de eerste helft van de 12de eeuw, eind 13de-begin 14de eeuw vergroot in gotische stijl. Een ander belangrijk voorbeeld is de Sint-Odulphuskerk van Borgloon, uit de 12de eeuw, in 1903-4 echter grondig gerestaureerd; de resterende vleugel van het bijhorende kloosterpand dateert in kern uit het eind van de 12de of het begin van de 13de eeuw; het werd eveneens grondig gerestaureerd. Ook de parochiekerk Sint-Lambertus in Broekom is in oorsprong romaans. De parochiekerk Sint-Servatius van Groot-Loon heeft een romaanse onderbouw en een gotisch koor. De parochiekerk Sint-Nicolaas en Sint-Dionysius van Gotem is de meest authentieke romaanse kerk in de streek. In het arrondissement Tongeren valt het hoge aantal classicistische en neoclassicistische kerken op, voorbeelden zijn de zaalkerk in Bommershoven, gebouwd in 1841-44 naar ontwerp van L. Jaminé en de neoclassicistische kerk van Sint-Pantaleonparochie in Kerniel.
Een aantal grote historische monumenten zijn typerend voor Borgloon. In Hoepertingen is het Paanhuis een voormalige banbrouwerij van de heerlijkheid, waarschijnlijk uit midden 17de eeuw. In Kerniel is het indrukwekkend Kruisherenklooster van Colen, nu de abdij Mariënlof, bewaard. Het is het enige belangrijke klooster in het kanton Borgloon. Het bevat componenten in barok- en Maasstijl, daterend van de tweede helft van de 17de eeuw tot het midden van de 18de eeuw, met kloosterkerk van 1750.
De stedelijke architectuur beperkt zich tot Borgloon, dat als klein stedelijk centrum weinig ontwikkeld is en het historisch karakter goed kon bewaren, met dense historische bebouwing en smalle gekasseide stegen als eigenheid. Het stadhuis van Borgloon is een gaaf bewaard en typisch voorbeeld van Maasstijl, gebouwd tussen 1668-1680. Het vormt een contrast met de landelijke deelgemeenten, die hun kleinschalige gemeentehuis annex schoolgebouw uit de tweede helft van de 19de of het begin van de 20ste eeuw behielden. Nog een opvallend verschil tussen Borgloon en de deelgemeenten is de grote concentratie van vrij ruime burgerhuizen en herenhuizen in classicistische en laatclassicistische stijl in het centrum van Borgloon, terwijl in de andere deelgemeenten veel bescheidener dorpswoningen zijn geregistreerd. In het centrum van Borgloon zijn ook oudere stadswoningen bewaard, zoals een aantal 17de-eeuwse kapittelwoningen, grote burgerhuizen in Maasstijl, en stadswoningen in vakwerkbouw. Voorzichtige uitingen van eigentijdse architectuur uit de belle époque of uit het interbellum, zijn te vinden in de inventaris van Borgloon en Hoepertingen.
De spoorlijn Sint-Truiden-Tongeren werd aangelegd in 1878-1879. De stationsgebouwen van Borgloon, Hoeperingen en Jesseren zijn opgenomen in de inventaris bouwkundig erfgoed. In Jesseren is er in de omgeving van het station een interessant bouwkundig ensemble bewaard van landelijk stationsgebouw, goederenstation, stroopfabriek en villa van de fabrikant. Men had in de inventaris ook oog voor de spoorwegbedding, een voetgangerstunnel, spoorwegbruggen en een trambrug.
Typerend voor Limburg zijn de vele gietijzeren, houten of stenen kruisen langs de weg en de kapellen, die ook in Borgloon en deelgemeenten ruim vertegenwoordigd zijn in de inventaris. Ander klein erfgoed dat werd gehonoreerd met de opname in de inventaris zijn een aantal oorlogsgedenktekens, graftekens, de Eutropiaput aan het kerkhof van Rijkel en een pomp. Deelgemeente Hendrieken telt maar één bouwkundig object in de inventaris, meteen het jongste gebouw in de inventaris van Borgloon: de parochiekerk Sint-Lambertus, gebouwd in 1964 naar ontwerp van A. Nivelle en passend in de vernieuwende strekking in de kerkbouw.
Auteurs: Hooft, Elise
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)