Persoon

Heyvaert, René

ID: 10467   URI: https://id.erfgoed.net/personen/10467

Beschrijving

René Heyvaert (1929-1984) was tijdens zijn korte leven actief als architect en vervolgens louter als beeldend kunstenaar. Tijdens zijn opleiding architectuur aan Sint-Lucas Gent, die hij reeds aanvatte op 15-jarige leeftijd in 1944, raakte hij met enkele medeleerlingen gepassioneerd door de toenmalige internationale ontwikkelingen en ging hij zich volop interesseren voor de modernistische kunst- en architectuurstromingen. Hij studeerde er met zijn latere associés Olivier Nowé en André Platel, en was eveneens studiegenoot van architect Daniël Craet. Tijdens zijn opleiding kwam zijn groot schetstalent al naar voor. Heyvaert studeerde er af in 1951. Door het winnen van een architectuurwedstrijd van het Belgische leger werd hij omstreeks 1953-1954 naar Congo gestuurd om daar een project uit te werken. Hij liep daar tuberculose op en diende gerepatrieerd te worden. De impact van deze ziekte zou samen zijn moeilijke gezinsleven een nefaste invloed hebben op zijn fysieke en mentale gezondheid.

Associatie Nowé en Heyvaert

In 1955 richtte Heyvaert samen met Olivier Nowé een architectenassociatie op, die zich in eerste instantie vestigde in het ouderlijk huis van René. Dankzij de maatschappelijke positie van de ouders van Olivier Nowé, kregen ze in 1955 al hun eerste opdracht van vader Henri Nowé voor de oprichting van een appartementsgebouw aan de Prinses Clementinalaan in Gent, waar het architectenbureau zich nadien ook zou vestigen. Hoewel de oeuvrecatalogus (2006) het ontwerp toeschrijft aan Nowé én Heyvaert, bevestigen Marc Dubois (1990) en de bouwplannen, bewaard in het Gentse stadsarchief, dat het bouwkundig ontwerp mogelijk enkel door Nowé werd gerealiseerd. Hij ondertekende als enige de bouwplannen, die ook alleen op zijn naam stonden en niet op deze van de associatie. Het ontwerp inspireerde zich duidelijk op de Unité d’Habitation van Le Corbusier in Marseille, meer bepaald het gebruik van duplexappartementen, zoals ook toegepast in de op dat moment in Gent gebouwde Residentie Olympia aan de Verpleegstersstraat, naar ontwerp van Gaston Eysselinck. In het ontwerp kwamen reeds een aantal elementen naar voor die deel zouden uitmaken van de algemene aandachtspunten van het architectenbureau Nowé-Heyvaert. Voorbeelden hiervan zijn de grote transparantie met glaspartijen in de voor- en achtergevel, en een sterke ruimtelijke eenheid en volumewerking van de appartementen bekomen door het gebruik van schuifwanden, ingemaakte kasten en tafels in formica, die aansluiten bij de architectuur. Daarnaast voorzag de architect een belangrijke combinatie met kleuraccenten, die het gevoel van lichtheid in de ruimtes wilden versterken. L. Laporte en J. Mast bevestigen dan René Heyvaert een belangrijke rol had in het interieurontwerp en het kleurenschema ontwikkelde dat bestond uit witte muren, vloeren in groene tegels, fel rode plafonds en blauwe gordijnen. Storende elementen voor de lichtheid, zoals technische elementen en meubilair, kregen een zwarte kleur. Gelijktijdig met de realisatie van dit flatgebouw bouwden Heyvaert en Nowé een bungalow in opdracht van A. Callens aan de Hellegatstraat in Destelbergen. De plannen stonden op naam van de associatie. De bungalow zet de aandacht voor transparantie en contact met de omgeving verder door via het gebruik van grote vensterpartijen.

Architecten Nowé en Heyvaert vonden elkaar in hun zoektocht naar een maximaal rendement op basis van een minimum aan middelen. Dit leidde tot de ambitie om goedkope, modulaire constructies te ontwerpen met goedkope materialen en een tijdelijk karakter aangepast aan de context en aan de bewoners. Deze principes omtrent modern wonen zetten zich voor het eerst radicaal door in de woning voor Gilbert Heyvaert in Destelbergen (1956-1958), ontworpen door en gerealiseerd onder leiding van René Heyvaert. Enkele karakteristieken van dit concept, namelijk een houtskelet ingevuld met houtvezelplaten en afgewerkt met golfplaten, een grote transparantie met gebruik van dubbele beglazing en een vrije, flexibele planindeling, zijn ook terug te vinden bij woningen naar ontwerp van de associatie in de Gentse deelgemeente Mariakerke. Nowé en Heyvaert wilden immers hun ideeën niet enkel toepassen op alleenstaande woningen, maar ze ook – en vooral – realiseren als een ensemble van moderne woningen. Deze ambitie konden ze realiseren dankzij de welgestelde familie Nowé-Vanderstegen, die familiegronden in Mariakerke bij Gent liet verkavelen voor de bouw van een moderne woonwijk naar ontwerp van Nowé en Heyvaert, eventueel in samenwerking met architect Daniël Craet. In de bijzondere voorwaarden van de verkoopaktes van de gronden werden de kopers verplicht het perceel binnen de drie jaar te bebouwen met een woning, in het genre van de villabouw, die niet mocht worden voorzien van een handelsfunctie. De belangrijkste voorwaarde was echter dat kopers verplicht werden om de opmaak van de plannen en het toezicht op de bouwwerken toe te vertrouwen aan architecten Olivier Nowé en bij uitbreiding Daniël Craet. Deze verplichting stond garant voor de homogeniteit van het geheel. Nowé schakelde voor de opdrachten zijn associatie met René Heyvaert in en liet de bouwheren een beperkte keuze tussen een eenlaagse bungalow of een woning van twee bouwlagen onder een plat dak.

De plannen voor de reeks bungalows die Nowé en Heyvaert realiseerden in Mariakerke dateren hoofdzakelijk van 1955 tot 1963. De verkaveling ambieerde oorspronkelijk de bouw van dertig villa’s en bungalows door dezelfde architecten. Het wijkbeeld dat Heyvaert en Nowé voor ogen hadden, werd gekenmerkt door een open karakter met gedeeltelijk behoud van de oorspronkelijke bebossing van het terrein. De perceelsgrenzen mochten niet afgesloten worden door betonnen of stenen muren. Dit element is heden bewaard. De woningen van Heyvaert en Nowé manifesteren zich duidelijk in de wijk. Zeker hun eenlaagse bungalows vertonen grote gelijkenissen met de eenvoudige constructiemethode van de woning van Gilbert Heyvaert en worden gekenmerkt door een eerder tijdelijk karakter en het gebruik van goedkope bouwmaterialen. De bouwplannen vermelden voor die tijd frequent toegepaste, ‘nieuwe’ materialen zoals Eternit-platen, polyester golfplaten van het type Scobalit, kleurrijke betonelementen en glasdallen, in combinatie met traditionelere materialen zoals houten beplankingen en baksteen. De gemeentelijke diensten bleken echter niet klaar voor hun erg minimale, functionele architectuur en eisten soms een aanpassing van de plannen of de belofte van een alternatief voor de platte daken. Sommige eigenaars van de gronden kozen immers resoluut voor een andere architect, wat soms ook leidde tot een moderne vormgeving, maar in sommige gevallen tot erg traditioneel geïnspireerde woningen, die het ensemblekarakter verstoren.

Latere carrière: definitieve verschuiving van architectuur naar beeldende kunst

Tussen 1959 en 1962 migreerde Heyvaert met zijn echtgenote naar de Verenigde Staten, waar zijn twee dochters werden geboren. In eerste instantie vestigden ze zich in Memphis, waar hij werkzaam was bij een architect, vermoedelijk Oscar Thomas Marshall, wiens architectuur parallellen vertoont met Heyvaerts visie. Nadien verhuisden ze naar Denver. Hier was hij werkzaam in het bureau van de modernistische architecten Joseph en Louise Marlow. Een interessante realisatie van Heyvaert is een gevelmozaïek van zijn hand voor het gebouw voor de Title Guaranty Company, een modernistisch ontwerp van de Marlows uit 1961. Het kleurrijke patroon sluit aan bij beeldend werk van René, meer bepaald schilderkunst en patchwork in textiel dat hij vervaardigde. De mozaïek werd overschilderd, maar opnieuw in ere hersteld door de latere eigenaars, Intergroup Architects, die er hun bureau in onderbrachten.

In 1962 keerde het gezin terug naar België en vestigden ze zich tijdelijk in een bungalow in de Korte Rijakkerstraat (nummer 17). Een jaar later zouden hij en zijn vrouw scheiden en vertrok zij met de kinderen naar Frankrijk. Heyvaert nam bij zijn terugkeer de samenwerking met Olivier Nowé opnieuw op. De familiale zorgen en zwakke gezondheid van Heyvaert zorgden er echter voor dat Nowé in 1963 de associatie uitbreidde met hun studiegenoot André Platel. De drie associés spraken af dat degene die het plan ondertekende, degene was die de opdracht had aangebracht, maar dat elke opdracht in consensus diende te worden beslist. De algemene houding van het architectenbureau Nowé-Heyvaert-Platel werd in deze periode minder radicaal en minder vooruitstrevend, en het was Platel die het merendeel van de opdrachten aanbracht. Heyvaert bracht vermoedelijk, behalve de woning van zijn broer Marc aan de Korte Rijakkerstraat, amper nog opdrachten aan. Hij ontwikkelde heel radicale en compromisloze standpunten, die moeilijk te verzoenen bleken met het toenmalige klimaat, dat niet langer getuigde van de creatieve vrijheid die Heyvaert & Nowé hadden gekend in de tweede helft van de jaren 1950. Door een algemeen gevoel van teleurstelling nam zijn positie binnen de associatie af en zonderde hij zich af. Zijn interesse verschoof geleidelijk volledig van architectuur naar beeldende kunst. Na de plotse dood van architect Nowé werd de associatie in 1968 ontbonden en ging Heyvaert nog een korte tijd in dienst bij Platel. Een belangrijke realisatie van Heyvaert in die periode was zijn medewerking aan de Parochiekerk Sint-Bernadette in Oostakker, die ontworpen werd in 1967-1968 door architecten Leo Lefebure en André Platel. De sereniteit van het kerkinterieur werd versterkt door de bijzondere lichtwerking via een hoog aangebrachte band glas-in-loodramen, gevat in beton, naar ontwerp van Heyvaert en uitgevoerd door het Atelier L. Mortier. De ramen vormen een doorlopende abstracte compositie van glazen panelen samengesteld uit een mozaïek van duizenden rechthoekige stukken glas in diverse kleuren, die een lange schikking van vorm en kleur voorstellen. Ze liggen zo perfect in het verlengde met het vroegere werk van Heyvaert: zijn kleurrijke patchworks, schilderijen en het mozaïek in Denver. Heyvaert ontwierp voor de kerk eveneens de houten inkom van de kerk en opvallende deurkrukken.

Nadien, vanaf 1969, richtte hij zich volledig op zijn persoonlijke, beeldende kunstexpressie. Een uitzondering hierop is enkel nog een opdracht die hij kreeg van vrienden uit zijn artistiek milieu, na de eerste tentoonstelling van zijn beeldend werk in de zomer van 1972 in het Gentse Begijnhof. Heyvaert werd gevraagd een uitbreiding met bureau te ontwerpen bij een bestaande woning in Gent, gelegen Aan de Bocht 10. Hij concipieerde het volume uiterst functioneel als een soort boomhut op een paalstructuur, die losstond van de woning en ermee verbonden was via een transparante doorgang. In de jaren nadien werkte hij een relatief uitgebreid artistiek oeuvre uit en exposeerde hij zijn werk meermaals. In 1974 trad hij toe tot de Gentse artistieke groep IX. En vervolgens, in 1976, stelde Heyvaert een volledige editie van het literair- en kunstkritisch tijdschrift Kreatief samen, waarbij hij persoonlijke brieven en nota’s publiek maakte. In datzelfde jaar verscheen ook zijn eigen manifest ‘René Heyvaert: Kunst is een tweesnijdend zwaard’. Toen hij onverwacht overleed in 1984, liet hij een – op dat moment – relatief onbekend oeuvre na. Een geleidelijke toename van de interesse en het ontstaan van een algemene erkenning voor zijn – voornamelijk artistieke – oeuvre kwam pas volop op gang na zijn overlijden. Zijn werk werd bijvoorbeeld getoond op Initiatief 86, een gebeuren ter promotie van de hedendaagse kunst in België in de Gentse Sint-Pietersabdij. Zijn geselecteerde werk werd er gepresenteerd in een ruimtelijke presentatie van architecten Paul Robberecht en Hilde Daem. Tussen 1986 en 1990 werden een aantal kleinere exposities georganiseerd door galerie Ricard Foncke in Gent. In diezelfde periode verschenen ook de eerste artikels die aandacht hadden voor zijn architecturaal oeuvre. De gelaagdheid van zijn oeuvre, de variatie en omvang, maar eveneens de belangrijke samenhang in thematiek tussen zijn architecturaal en beeldend oeuvre werden zo geleidelijk aan volledig naar waarde geschat.

  • Familiearchief Heyvaert, Bouwplan 561 GI Ontwerp 2, Heyvaert, 23 januari 1958.
  • Stadsarchief Gent, BA Mariakerke, Bouwdossiers Korte Rijakkerstraat, Rijakker en Edgard Blancquaertstraat.
  • BODYN P. & MAST J. 2007: 3. René Heyvaert, in: S.N., 7. Amédée Cortier, Raoul De Keyser, René Heyvaert, Guys Mees, Roger Raveel, Dan Van Severen, Marthe Wéry, Sept artistes au Musée Roger Raveel, 03.06.07-23.09.07 (tentoonstellingscatalogus), s.l., 10-11.
  • DE BAERE B. & VAN DURME V. 1991: René Heyvaert (tentoonstellingscatalogus), Gent.
  • DE MEULEMEESTER P. 1991: Rene Heyvaert: architekt kunstenaar, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Hoger Architectuurinstituut Sint-Lucas Gent.
  • DOCKX N., LAPORTE L. en MAST J. (ed.) 2006: René Heyvaert, Gent, 56-65.
  • DUBOIS M. 1990: Architettura Povera. Het extreem minimale in het werk van René Heyvaert, CAO-Tijdingen Sint-Lucas Gent 4, 10-20.
  • STEVERLYNCK S. 2014: Lone Wolf Artist. A portrait of René Heyvaert, DAMn. A magazine on contemporary culture 47, 60-66.
  • Mondelinge informatie verkregen van Gilbert Heyvaert, bouwheer en eigenaar (2 juni en 1 augustus 2017).
  • Mondelinge informatie verkregen van Lieve Heyvaert, nicht van de architect (1 augustus 2017).

Erfgoedobjecten

Ontwerper van

Parochiekerk Sint-Bernadette

Sint-Bernadettestraat 247 (Gent)
Parochiekerk in modernistische stijl, gerealiseerd in 1967-1968 naar ontwerp van architecten Leo Lefebure en André Platel, onder leiding van bouwonderneming Charles en Julien Van Caneghem (Erpe-Mere, Burst).


Woning Heyvaert

Hellegatstraat 36 (Destelbergen)
De woning van Gilbert Heyvaert werd omstreeks 1956-1958 ontworpen door zijn broer René Heyvaert, architect en kunstenaar. Woning Heyvaert vormt als een ver doorgedreven minimumwoning een representatief voorbeeld van het denken omtrent het moderne wonen tijdens de vroege naoorlogse periode.


Modelwijk Korte Rijakkerstraat

Korte Rijakkerstraat (Gent)
De woningen aan de Korte Rijakkerstraat in de Gentse deelgemeente Mariakerke kwamen tot stand na een verkaveling omstreeks 1955-1960. Ze vormen een interessant, kenmerkend ensemble van vooruitstrevende, functionele naoorlogse woningen, ontworpen door de Genste architecten Olivier Nowé, René Heyvaert en Daniël Craet.