Persoon

Vandenbranden, Guy

ID: 10548   URI: https://id.erfgoed.net/personen/10548

Beschrijving

Guy Vandenbranden werd geboren in Elsene (Brussel) op 14 juli 1926. In Brussel leerde hij tekenen en kleuren mengen. Op artistiek vlak werd hij er tijdens de jaren 1940 verder gevormd aan de vrije academie L’Effort, waar hij het naakt en het portret schilderde. Vooraleer hij het werk van Paul Klee (1879-1940), Victor Vasarely (1906-1997) en Piet Mondriaan (1872-1944) met zijn planimetrie leerde appreciëren, schilderde hij figuratief. Die eerste schilderijen zijn “impressionistisch” geïnspireerd, dateren uit het midden van de vorige eeuw, zijn zeldzaam en werden nooit tentoongesteld. Zij stellen klassieke thema’s voor als boerderijen en landschappen. Nadien is de schilder nooit meer teruggekeerd tot de figuratie.

Hij kreeg zijn eerste tentoonstelling in december 1950 in de geruchtmakende Brusselse galerie Saint Laurent, een plek die in de jaren 1950 bekend stond als een ‘springplank’ voor avant-gardekunstenaars. De 21 geëxposeerde werken zijn alle figuratief en vertonen een sterke invloed van de Franse expressionist Georges Rouault (1871-1958). In deze periode bezocht Vandenbranden steeds vaker de galerie Apollo, waar eigenaar Robert Delvoye abstract werk toonde van onder meer Gaston Bertrand (1910-1994), Marc Mendelson (1915-2013) en Louis Van Lint (1909-1986). De kennismaking met deze Brusselse abstracte kunstenaars en hun oeuvre zal een belangrijke rol gaan spelen in zijn ontwikkeling als kunstenaar. Vooral Gaston Bertrand was een goede raadgever. Hij maakte Vandenbranden vertrouwd met de handel en wandel in het kunstmilieu, waaronder de werking van kunstgalerieën. In de jaren 1952-1953 maakte Vandenbranden lyrisch abstract werk, met golvende, niet strakke lijnen.

Rond 1954, het jaar dat hij tentoonstelde op de expo Lauréats Jeune Peinture Belge Jeune Sculpture Belge 1953, koos hij resoluut voor de geometrische abstractie of de “zuivere lyriek” (het ‘ultra-gevoel’), met rechthoeken, halve cirkels en sporadische driehoeken. Nog in de jaren 1950 was hij medeoprichter of lid van de kunstverenigingen Art Abstrait (in 1952 opgericht uit onvrede met “La Jeune Peinture Belge”), Formes (1956, een groep van zogenaamde ‘koude abstracten’) en Art Construit (1960). Samen met Pol Bury (1922-2005) en J. Delahaut (1911-1992) vervaardigde Guy de allereerste zeefdrukken in België. Sindsdien behoort Vandenbranden tot een tweede generatie constructivisten, die in de jaren 1950-1960 tot volle ontplooiing is gekomen, waaronder, naast de genoemde Jo Delahaut, Luc Peire (1916-1994), Gilbert Decock (1928-2007), Gilbert Swimberghe (°1927) en Mark Verstockt (1930-2014). Terwijl hij in 1954 nog met olieverf op doek schilderde, verliet hij spoedig daarna deze techniek voor allerlei nieuwe combinaties (acryl, lakverf…). De gebogen lijnen verdwijnen en de losse hand moet het afleggen tegen liniaal en meetlat. In 1956, het jaar dat hij tentoonstelde in de Galleria Il Camino in Rome, kreeg hij een eervolle vermelding bij de Hélène Jacquet prijs, het jaar daarop een eervolle vermelding bij de prijs “Jeune peinture belge”, om in 1958 de prijs Hélène Jacquet te behalen.

Inmiddels, in 1956, had Guy Vandenbranden voor het eerst tentoongesteld in Antwerpen. Van dan af was de Scheldestad onlosmakelijk met zijn carrière verbonden. Antwerpen was vanaf het einde van de jaren 1950 een levendig en internationaal centrum voor plastische kunsten. De beeldende kunstenaars Guy Vandenbranden, Mark Verstockt en Dan Van Severen (1927-2009) vormden er in die periode samen met de schrijvers Hugues C. Pernath (1931-1975) en Ivo Michiels (1927-2009) een homogene groep, die zich ook veel in Nederland manifesteerde. Hij richtte zich, zoals gezegd, ook naar het buitenland en vond Nederlandse contacten met Gust Romijn (1922-2010), Ewerdt Hilgemann (°1938), Bob Bonies (°1937), Duitse met Günther Uecker (°1930), Winfred Gaul (1928-2003), Hermann Goepfert (1926-1982) (van de ZERO-groep), Italiaanse met Piero Manzoni (1933-1963) en Lucio Fontana (1899-1968). Vandenbranden was in 1972 in Antwerpen ook medeoprichter van het Internationaal studiecentrum voor constructieve kunst, een internationale coöperatieve die wou aantonen dat de individuele kunstenaar niet per se de door de kunsthandel gecommercialiseerde route moet afleggen, wanneer hij zijn werk aan een publiek wil tonen. Dankzij Jef Verheyen (1932-1984), die lange tijd samenwerkte met leden van de ZERO-groep, werden in het Antwerpse zeer intense contacten met Italië gelegd en ontstond er een uitwisseling van gedachten, werken en tentoonstellingen met Roberto Crippa (1921-1972), Gianni Dova (1925-1991), Fontana en Manzoni. Manzoni heeft een maand voor zijn vroege dood in 1963 nog een bezoek gebracht aan Guy Vandenbranden. Fontana was de eerste Italiaan die een werk van de Antwerpse kunstenaar kocht. Vandenbranden werd een graag geziene gast in de Milanese topgaleries. Zo stelde hij er tentoon in 1959 en 1960 in de avant-garde galerie Pater (Via Borgonuovo 10), waar ook Manzoni aan huis was. In 1959 gebeurde dat samen met Paul Van Hoeydonck. In datzelfde jaar organiseerde de vermaarde Galleria Pagani del Grattacielo de tentoonstelling “Nuove tendenze belgi – Giovani pittori belgi” met onder meer Vandenbranden. In deze galerie stelde ook Fontana tentoon. In 1960 volgde een tweede expo in deze Milanese galerie: “Nuove tendenze degli artisti belgi”.

In 1959 smeedden Englebert Van Anderlecht en Jef Verheyen, in het hotel van galeriehouder Hans Liechti in Grenchen (Zwitserland), plannen die resulteerden in de oprichting van de ‘Nieuwe Vlaamse School’. Naast Zwitserse, Duitse en Franse kunstenaars trok de galerist – na in 1958 een werk van Jef Verheyen in Milaan te hebben gezien – ook Belgische kunstenaars aan. In ruil voor schilderijen bood hij de kunstenaars bed en eten aan in zijn hotel en restaurant. Hij richtte tevens Galerie Bernard op, waar hij het oeuvre van ‘zijn kunstenaars’ promootte. Op de lange route die Verheyen, Vandenbranden, Van Hoeydonck en andere Belgische kunstenaars aan het eind van de jaren 1950 moesten afleggen voor expo’s in Milaan hadden ze een tussenstop bij de familie Liechti. Liechti’s kunstverzameling omvatte al vlug menig werk van de Belgische abstracte schilders, onder meer van Bram Bogart (1921-2012), Van Anderlecht en Verheyen. Van Vandenbranden bezat hij maar liefst dertig werken.

In 1960 verhuisde Vandenbranden definitief van Mechelen naar Antwerpen. Zijn eerste atelier was in de Vlaaikensgang. In het begin van de jaren 1960 verschijnen gouduitsnijdingen in zijn zwart-witte doeken en krijgen cirkel en sikkel steeds meer aandacht. Vanaf 1960 tot in 1966 experimenteerde Vandenbranden ook met sculptuur en reliëf. De mogelijkheden van zijn zwart-wit composities leken uitgeput en hij besloot om ze te hernemen in reliëf, waardoor een derde dimensie aan zijn werk werd toegevoegd. Zo creëerde hij een reeks met een lot oude Thonetstoelen.

In 1962 en 1967 exposeerde hij in Assenede in de Hoogstraat 6 (Galerie Margarethe de Boevé, de echtgenote van galerist Pim De Rudder, die na het overlijden van zijn vrouw de tentoonstellingen verder organiseerde onder zijn eigen naam; een reeds beschermd monument). Over die eerste tentoonstelling schreef Nic Van Bruggen: “Hoewel er resoluut naar het modernste wordt gegrepen, wordt dit getoond in een origineel antiek interieur. De confrontatie van abstract werk in een oude leefruimte (openhaard, vloer in zand, balken, nissen) is een van de boeiendste en verheugendste (sic) gebeurtenissen die wij ooit aanvoelden. De volledige harmonie waarin deze 2 werelden elkaar bevruchten, is voor ons het duidelijkste bewijs van de eerlijke waarde van de oude interieurkunst en de goede abstracte vormgeving”. Het zijn woorden die - qua architecturale omschrijving en zeer persoonlijke ervaring - ronduit van toepassing zijn op het hoekpand, gelegen Markt 1, en de interieurschilderingen. In het midden van de jaren 1960 duiken steeds vaker felle kleuren op in de sculpturen. Vandenbranden koesterde in die periode bewondering voor de hard edge, een vorm van abstractie die de klare composities van de geometrische abstractie verenigt met het intense kleurgebruik en de boude vormen van het meer lyrische colorfieldpainting.

Begin 1967 verraste Vandenbranden wanneer hij in galerie Margarethe de Bouvé niet langer sculpturen toonde, maar alleen tweedimensionale schilderijen. De kleur is terug van weg geweest. Het hard edge gehalte komt des te sterker naar voor door het gebruik van formica panelen in plaats van doeken en doordat hij de verf niet langer met borstel en penseel aanbrengt, maar met een pistool op de ondergrond spuit. De periode 1971-1984 is die van de Antwerpse club VECU (Wijngaardstraat en Moriaanstraat). Ze werd de verzamelplaats van de in 1972 door Nic Van Bruggen en Patrick Conrad in het leven geroepen Pink Poets, die op korte tijd een imago verwierven van elitair dandyisme en zich verzetten tegen iedere vorm van platvloersheid, kleinburgerlijkheid en oppervlakkigheid. In 1971 exposeerde Vandenbranden in 2B – Centro Arte e Design in Bergamo: “Mostra di cinque artisti belgi”. In 1974 was het de beurt aan de Galleria Sincron in Brescia om werk van hem te tonen in de expo: “Opere grafiche del centro internazionale d’arte construttivista di Anversa”. In het midden van de jaren 1970 maakte Vandenbranden zeer typerende constructies met veel kleuren en vormen. Driehoeken, ruiten en blokken suggereren ruimte en diepte in de werken.

Kenschetsend voor zijn oeuvre uit de jaren 1980 is het gebruik van dikke zwarte lijnen van diverse breedte. Niet alleen de vormen, maar ook de grenzen die de kleurvlakken scheiden, krijgen nu een belangrijke rol in de compositie. De plafondschildering in de voormalige afspanning, Markt 1 in Assenede, ontstaan tijdens het kunstproject “A(rt)ssenede” in 1986, vertoont deze stijlkenmerken. Onder meer in 1988, 1991, 1994 en 1995 stelde hij in dit dorp tentoon in Galerie Pim De Rudder. In 1996 volgde in dezelfde galerie een tentoonstelling: “Hommage aan Guy Vandenbranden” voor zijn zeventigste verjaardag. De expo was samengesteld met werk van 50 vrienden-kunstenaars van de gerenommeerde constructivist, waaronder Roger Raveel (1921-2013), Ron Van de Vyver, Gilbert Decock, Pol Mara (1920-1998), JAS, Lucien Cornelis (de uitvoerder van de plafondschildering van Guy Vandenbranden in Markt 1), Mark Verstockt, Hilde Van Sumere en Luis Salazar (°1956). Zijn vrienden maakten speciaal voor de gelegenheid een creatie. In Assenede heeft hij ook de gevel van kunstenaar en galerist Pim De Rudder geschilderd (Hoogstraat 4).

Bij het oeuvre uit de voorbije twee decennia is de terugkomst van de cirkel en de dunne lijnen opmerkelijk. Ook krijgen de schilderijen meer kleurcontrast en –variatie. Ondanks de rigoureuze basisprincipes – strenge afbakening van de materie en van de vorm, strikte compositie, zuivere en eenvoudige beeldvorming, heldere ritmiek – slaagt Vandenbranden erin veelvuldige variaties te geven aan de compositie, de vorm en het coloriet. Vooral meetkundige vormen worden aangewend als de balk, de kubus, de cirkel, de ellips, de rechthoek, het vierkant, de driehoek, de lijn en de kruising of versnijding van geometrische vormen. Zijn kleuren geven een eigen accent aan de abstracte vormentaal. In zijn beginperiode zijn de werken eerder in een sober gamma van wit en zwart, bruin en blauwachtig grijs. Later mengt hij de basiskleuren tot nieuwe veelkleurige samenstellingen, om de laatste decennia opnieuw naar soberheid te neigen.

Het doel van zijn kunst, in essentie monumentaal, is de samensmelting met de architectuur. Vandaar dat hij een zevental monumentale integratieprojecten heeft gerealiseerd in openbare gebouwen. Vermelden we volgende voorbeelden: een muurschildering in de raadszaal van het gemeentehuis van Strombeek-Bever (1972), twaalf panelen in de Century Gaanderij in Antwerpen (1978, later te bezichtigen in de toonzaal van de Belgische modeontwerper Dries Van Noten en in 2006 in een bank in Locarno), een glasraam in de Brusselse metro Weststation (1978-1982), een muurschildering in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen uit 1980 van maar liefst 2,2 meter hoogte en 100 meter lengte, vier muurschilderingen in de Jesode- Hatora Beth-Jacobschool in Antwerpen (1982) en een muurschildering in het Centrum voor Gehandicapten Het Giels Bos in Gierle, Turnhout (1984). De plafondschildering in de voormalige afspanning in Assenede (1986) sluit de rij integratieprojecten. Hij creëerde ook realisaties in beton, aluminium en polyester, terwijl hij ettelijke zeefdrukken vervaardigde, zelfs tapijten en foulards.

Vandenbranden mag zonder overdrijven de grondlegger van de naoorlogse geometrische abstractie worden genoemd. Hij hield doorheen de jaren diverse privé-tentoonstellingen en groepstentoonstellingen in België, de Verenigde Staten van Amerika, Zwitserland, Italië en Nederland. Musea en instellingen in binnen- en buitenland bezitten werk van zijn hand. Een bijzonder aspect was zijn enthousiasme voor talentvolle kunstenaars van een jongere generatie. Zo had hij jarenlang vriendschapsbanden met onder meer de schilders JAS (Johannes Adriaan Smit) en Luis Salazar. Tijdens een expo rond Michel Seuphor, op 2 februari 2014, ontmoetten de Belgische nestors van de abstracte kunst Vandenbranden, Van Hoeydonck en Verstockt elkaar voor het laatst. Op 14 mei dat jaar overleed Mark Verstockt. Net geen drie weken later, op 3 juni 2014, overleed Guy Vandenbranden in Antwerpen. Hij ligt begraven op het kerkhof Schoonselhof. Vandenbranden liet zijn archief na aan de Callewaert-Vanlangendonck Gallery in de Wolstraat in Antwerpen. Dit archief bevat naast correspondentie, uitnodigingen en catalogi van tentoonstellingen, een rijke collectie van foto’s door onder meer Frank Philippi, Georges Thiry, Filip Tas en Raoul Van den Boom. De galeristen aan het woord: “Het opzet van de monografie Guy Vandenbranden is meervoudig. In de eerste plaats gaat historicus David Vermeiren na hoe Guy Vandenbranden een sleutelrol innam binnen de naoorlogse Belgische avant-garde en hoe hij aan het eind van de jaren vijftig aansluiting vond bij een internationale kunstscène. Zo leerde hij onder meer Lucio Fontana, Piero Manzoni, Yves Klein en François Morellet persoonlijk kennen. Vandenbranden bleek bijzonder goed op de hoogte van het internationale kunstgebeuren, maar was geen navolger. Hij ontwikkelde een persoonlijke stijl en bleef, ondanks een frontale aanval van het nouveau réalisme op de abstracte kunst, trouw aan zijn principes”.

Guy Vandenbranden bekleedde vanaf de jaren 1950 een centrale plaats in de West-Europese kunst, met ankerpunten in de geometrische abstractie, maar met raakvlakken aan het monochrome (met o.a. Lucio Fontana, Yves Klein en Jef Verheyen), het a-chrome (met onder meer Manzoni) en de Zero-kunst (met Uecker, Gaul en Goepfert). Zijn werk is inmiddels internationaal fel gegeerd. Een goede kenner van het Vlaamse constructivisme, Phil Mertens, omschrijft het gevat in 1980: “Guy Vandenbranden, louter picturaal geïnteresseerd, zoekt het evenwicht tussen het effen vlak en zijn ruimtelijke reactie. De zelf gemengde kleur creëert een eigen harmonie, die zich binnen een logische structuur van al het overbodige ontdoet en het vlak koel ordent. Een vorm is voor hem een functie, samengevoegd uit veranderlijken en is niet de som van bijeengevoegde elementen. Zijn ruimte blijft picturaal binnen het beeldvlak”.

  • BEKKERS L., BOON M., FONTIER J., JENNES C., LIEBAERS H. & MEURIS J. 1993: Kunst in de metro Brussel. Twintig jaar monumentale kunst, Brussel.
  • COPPEJANS S., BOONE D. & VAN BUYNDER E. 2013: Overzichtstentoonstelling Guy Vandenbranden jaren ’50-nu, Maen Florin beelden en monumentaal werk, Lembeke.
  • GEIRLANDT K.J. (dir.) 1983: Kunst in België na 1945, Antwerpen.
  • KRASENBERG H., TOEBOSCH W. & VAN BUYNDER E. 2001: Guy Vandenbranden, JAS, Luis Salazar. Tentoonstelling 12 mei t/m 17 juni 2001 naar aanleiding van de vijfenzeventigste verjaardag van Guy Vandenbranden, Antwerpen, Elzenveld vzw – Sint-Jorispand.
  • MERTENS Ph. 1976: Guy Vandenbranden, Antwerpen.
  • MERTENS Ph. & HICGUET B. 1980: Constructivisme in Vlaanderen van 1920 tot nu, tentoonstellingscatalogus Stedelijk Museum De Lakenhal Leiden en Commanderie van Sint-Jan Nijmegen, Brussel.
  • SEAUX J. & MICHIELS I. 1959: Guy Vandenbranden, tentoonstellingscatalogus Galerie Saint-Laurent, Brussel.
  • TACK E. 1994: Vandenbranden Guy. In: ROBERTS-JONES Ph., Le dictionnaire des peintres belges du XIVe siècle à nos jours depuis les premiers maîtres des anciens Pays-Bas méridionaux et de la Principauté de Liège jusqu’aux artistes contemporains, Brussel.
  • TIEFENTHAL M. 2001: De opbouw in lijn gezet/50 jaar constructivisme. Monografie omtrent de schilder Guy Vandenbranden, Antwerpen.
  • VAN BUYNDER E. 1992: Guy Vandenbranden, tentoonstellingscatalogus Provinciaal Centrum Arenberg, Antwerpen.
  • VAN BUYNDER E. & BOURGEOIS M. 2008: Guy Vandenbranden, Contemporary Artists 14, Brugge.
  • VAN JOLE M. & VAN BUYNDER E 2006: Guy Vandenbranden. Een halve eeuw constructivisme, Gent.
  • VERMEIREN D. 2014: Guy Vandenbranden, uitgave n.a.v. de tentoonstelling georganiseerd door de Callewaert-Vanlangendonck Gallery van 27 november 2014 tot 1 maart 2015, Antwerpen.