Persoon

Smit, Johan Adriaan

ID
10549
URI
https://id.erfgoed.net/personen/10549

Beschrijving

Johan Adriaan Smit alias JAS werd geboren op 17 januari 1945 te Hillegom, het centrum van de bloembollencultuur in Nederland. Zijn tekentalent werd meteen opgemerkt en tijdens deze lessen haalde hij de hoogste cijfers. Hij begon te werken bij de bollenboeren. Hij was veertien toen hij de school verliet. Zijn ontwikkeling van Johannes Adriaan Smit naar JAS begon toen al. In 1958 maakte hij zijn eerste schilderij met olieverf. In 1960 reisde hij naar Duitsland om er de kost te verdienen in de bloemenhandel. Het is in deze periode dat hij gefascineerd raakte door het Duitse expressionisme. Op zeventienjarige leeftijd trad hij toe tot “Lijn en Kleur”, de amateurschildervereniging van Hillegom, waar op dat moment ook de Leidense kunstenaar Henk Klinkhamer (°1952) lid van was.

Tijdens zijn legerdienst in 1964-1965, creëerde hij enkele muurschilderingen in zijn kazerne en dit alles werd betaald door de legeroverheid. In 1967 trok hij naar Zweden, waar een Hollandse bloementeler hem werk verschafte te Malmö. Hier schilderde JAS Zweedse landschappen, die hem zijn eerste tentoonstellingen opleverde, namelijk in Landskronau en Lund. Na zijn huwelijk in 1969 was hij tot 1975 werkzaam als bloembollenreiziger in Zweden en Duitsland.

In 1981 volgden reizen door Australië, waar hij met Aboriginals werkte. Kort daarop trok hij naar Amerika, waar hij zijn eerste “JAS works” borstelde. In 1982 ontwierp en produceerde hij het zogenaamde JAS-krijt (“million color stick”, ook bekend als Clowny). Datzelfde jaar vestigde hij zijn eerste atelier in Kasteel Sterckenburgh te Driebergen, hem aangereikt door de bekende mecenas Henk De Groot. Dankzij de verkoop in licentie van genoemd krijt, verhuisde hij in 1983 naar België. Een vriend bezorgde hem een atelier in Ranst. Hier ging hij verder met experimenteren. Hij had een hekel aan tubeverf en besloot daarom zijn eigen verf te maken.

In 1984 verbleef en werkte hij in Miami en New York. Op Long Island bracht hij een bezoek aan Willem de Kooning (1904-1997). Terug thuis startte hij een serie schilderijen, die de naam kreeg: “signalen uit het onbekende”. In 1985 hield hij zijn eerste expositie in Nederland bij K.G.C. Galerie in Hillegom. In 1986 startte JAS de “Sybarit Art Group” samen met de kunstenaars Van Vliet en Klinkhamer. Het resultaat werd een gezamenlijke expositie in genoemde galerie, waarbij men een manifest-kunstkrant met zeefdruk publiceerde. In 1987 viel de groep uit mekaar. Datzelfde jaar was het groot hoogtepunt de deelname aan het “Salon Indépendant” in het Parijse Grand Palais. Er volgden tentoonstellingen in Gouda (Marius Erkelens Galerie), Groot Schermer (Nic Jonk Museum) en Gent (Art fair Lineart). JAS had toen zijn atelier in het Noord-Hollandse Oosthuizen, terwijl zijn verblijfplaats België bleef.

In 1988 werd ’s Gravenwezel bij Antwerpen JAS’ nieuwe woonst met atelier. In de periode 1988-2015 nam het aantal binnen- en buitenlandse tentoonstellingen in galeries en op kunstbeurzen fors toe. Immers, door de internationale belangstelling en zijn langdurig verblijf in het buitenland bleef de toegankelijkheid tot zijn werk voor het Nederlandse publiek lang beperkt tot een relatief kleine groep van liefhebbers.

In 1989 verklaarden JAS en Klinkhamer de bollenstreek zuid tot “Art Territory” en signeerden ze samen een tiental tulpenvelden. In 1990 stelde JAS een eerste maal tentoon in de Antwerpse Galerie Van der Planken, met het nodige succes. In 1992, 1996 en 2000 exposeerde hij in Galerij Pim De Rudder te Assenede, in 1996 samen met zijn boezemvriend Guy Vandenbranden en Ron Van de Vyver. In laatstgenoemd jaar schilderde hij in de voormalige afspanning aldaar, gelegen Markt 1, op een eind 18de-eeuwse schouwboezem een naakte vrouw, vergezeld van verzen en een paar tulpen. In 1991 ontstond de installatie “Yellow Emperor”, waarbij een miljoen gele tulpen op een constructie van buizen met gaas werden aangebracht. Gelijkaardige installaties zien later het licht.

De Galérie Protée in Parijs-Toulouse, evenals genoemde Galerie Van der Planken in Antwerpen hebben JAS met verschillende werken in permanentie. Aanvankelijk werkend in een meer figuratief expressionisme, zal hij zich stilaan ontwikkelen in een meer lyrische ontboezeming. Het latere oeuvre van JAS kan men abstract expressionistisch noemen. In grote doeken schildert hij verre verwijzingen naar vlammende tulpenvelden. De grof aangebrachte verf bewerkt hij met borstel en paletmes. De olieverf en het JAS-krijt zijn de materialen waarmee hij zich uitdrukte. In 1996 en 1997 duikt het woord “blue” vaak op in de titels van zijn schilderijen en krijttekeningen. Het blauwe tijdperk is aangebroken, naast het eerder gebezigde rood en geel. Naast schilderijen creëert hij installaties, beelden, manifestaties en performances. In deze grote installaties gaat hij uit van echte bloemen, van natuurlijke elementen, een eigen vorm van “Land Art”. Deze tijdelijke artefacten worden, net zoals onder meer bij Christo (1935-2009), vastgelegd in onder meer fotomateriaal en video-kunst.

Men zou met Ernest Van Buynder (2001) kunnen stellen dat JAS schilderkunstig de tegenpool is van Guy Vandenbranden: “Zijn werk is spontaan, lyrisch abstract, zonder enige vorm van berekening. Het situeert zich binnen de zogenaamde informele kunst. Een sleutelwoord daarbij is gestualiteit”. Het improviserende element staat haaks op de rigoureuze discipline van een Guy Vandenbranden.

JAS overleed in Antwerpen op 19 juli 2002. Hij ligt begraven in zijn woonplaats ’s-Gravenwezel.




Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Smit [online] https://id.erfgoed.net/personen/10549 (Geraadpleegd op )