Collectief

Raman & Schaffrath

ID: 11977   URI: https://id.erfgoed.net/personen/11977

Beschrijving

Johan Raman en Fritz Schaffrath leerden elkaar kennen op een verbroederingsactiviteit tussen de Gentse architectuuropleidingen van het Hoger Instituut Sint-Lucas en het Stedelijk Hoger Instituut voor Architectuur en Sierkunst. Sindsdien bleven ze contact houden. Hun samenwerking ontstond spontaan. Voor het ontwerp van een vakantiedorp in de Pyreneeën (niet uitgevoerd) schakelde Johan Raman de hulp in van Fritz Schaffrath. Kort daarop haalde Fritz Schaffrath een opdracht binnen voor het ontwerp van een woning voor een bevriend koppel (Woning Haeck te Waregem (Sint-Eloois-Vijve) waarbij hij Johan Raman betrok. Begin 1969 richtten ze samen het architectenbureau Raman & Schaffrath op. Hierna volgden andere opdrachten vrij snel, waarbij Woning De Bruycker de eerste officiële opdracht was van het bureau Raman & Schaffrath . In de periode 1969 - 1983, toen het bureau ontbonden werd, bouwden ze een rijk en boeiend oeuvre uit. Naast enkele renovatieprojecten , ontwerpen voor groepsbebouwingen en onderwijsgebouwen bestaat hun oeuvre hoofdzakelijk uit nieuwbouwontwerpen voor een vijftigtal private woningen. De groep ‘private woningen’ omvat zowel rijwoningen, halfopen bebouwingen als vrijstaande woningen die voornamelijk gelegen zijn in Gent en omliggende gemeenten.

Het oeuvre van Raman & Schaffrath weerspiegelt de toenmalige architectuurevolutie. Na de Tweede Wereldoorlog explodeerde de woningbouw. In de stad stond onder meer het appartementsgebouw als model voorop. In de periferie en randgemeenten werden veel gronden verkaveld en verschenen rijwoningen en vrijstaande woningen. Architecten werden hierbij geconfronteerd met strikte bouwvoorschriften, in functie van de gewenste landelijke ‘eenheid’. Door dakvorm, materiaalkeuze en soms ‘de stijl’ te reglementeren, werd de uiteindelijke vormgeving sterk gestuurd. Tegelijkertijd is dit een periode waarin de architectuur en haar modellen in vraag gesteld werden en waarin nieuwe perspectieven ontstonden. Een aantal sterke individuen ontwikkelden een moderne architectuurtaal, gestaafd door een nieuwe visie omtrent bouwen en wonen. Ook de opkomst van nieuwe bouwmaterialen en innovatieve constructietechnieken oefende invloed uit.

Het bureau Raman & Schaffrath baande zich een weg tussen deze verschillende tendensen. Ondanks de vaak strenge bouwvoorschriften slaagden ze er in om totaalconcepten te realiseren waarbij vaak op een beperkte oppervlakte toch een sterke en vooral leefbare ruimtelijkheid met vides en doorzichten gecreëerd wordt. De architectuurtradities van Le Corbusier met zijn open plan en splitlevels, van Mies van der Rohe en Bauhaus in de eenvoudige lijnvoering, van Horta en Gerrit Rietveld in de zoektocht naar ruimte en een perfecte lichtinval, en van het brutalisme met het gebruik van béton brut, zijn voor hen referentiepunten. Hierbij laten ze zich ook, vaak onbewust, inspireren door tijdsgenoten. Jo Van den Broek en Jaap Bakema werkten volgens Schaffrath inspirerend voor het gebruik van splitlevels om ruimtelijkheid te creëren. Invloedrijk was eveneens hun fijngevoeligheid voor het dimensioneren van de ruimte waarbij rekening gehouden wordt met de menselijke maat en een zorgvuldige detaillering. Mede doordat Raman en Schaffrath les gaven, volgden zij de internationale tendensen sterk op. Schaffrath bezocht bijvoorbeeld in het kader van zijn lessen architectuuractualia aan de Gentse Academie, het Raadhuis in Rodovre (1956) van Arne Jacobsen en het Museum Louisiana (1956-2014) van Vilhelm Wohlert. Dit laatste is ingeplant in het groen en elke uitbreiding toont respect voor het omringende landschap en de bestaande paviljoenen. Ook de Siedlung Halen (1955-1962) in Bern van Atelier 5 waarbij een woongemeenschap opgebouwd is uit heel smalle betonwoningen in terrasvorm, de gebouwen van de Olympische Spelen in München uit 1971 en de betonnen kerk (1964-1967) van Helmut Striffler in Dachau haalt Schaffrath aan als inspiratiebronnen. Als invloed op het werk van Raman haalt Schaffrath het werk van Gottfried Böhm aan, en dan meer bepaald zijn ontwerp voor de pelgrimskerk (Maria Koningin van de Vrede-kerk) in Neviges. Hiervan lieten de textuur van de béton brut, de ruimtelijkheid en de lichtinval via de glas-in-loodramen een grote indruk na. Deze en vele andere voorbeelden, reizen en bezoeken hebben allemaal indirect invloed gehad op de ontwerpen van het architectenduo.

De architectuur van Raman & Schaffrath kenmerkt zich door enkele steeds terugkerende elementen: het gebruik van beton, het creëren van ruimtelijkheid door een duplexopbouw of het gebruik van split levels, de zoektocht naar licht en de haard als hart van de woning.

De architecten maken vaak gebruik van ruw zichtbeton of béton brut. De eerste realisaties als Woning De Bruycker en Woning Haeck werden uitgevoerd in al dan niet geschilderde baksteen. In het interieur van beide woningen werd wel beton gebruikt voor bijvoorbeeld schouwen en plafonds. Latere ontwerpen als Woning Dewulf of Woning De Zordo tonen een volledige opbouw in betonsteen of ruw zichtbeton. Volgens Schaffrath maakte het bureau veelvuldig gebruik van beton om twee redenen. Enerzijds werden in deze periode veel woningen gebouwd met een bouwpremie. De architect was daardoor gehouden aan bepaalde normen, vastgelegde oppervlaktes en een beperkt budget. Beton was volgens Schaffrath in de jaren 1970 een vrij goedkoop bouwmateriaal. Door de beperkte budgetten waren bouwheren bereid om de afwerking van hun woning uit te stellen en zochten architecten naar goedkope materialen waarbij ruwbouw ook direct afwerking betekende. Anderzijds gebruikte het architectenduo het ruwe zichtbeton ook als een reactie tegen de klassieke architectuur met gevels in witsteen en grote kroonlijsten. Uiteindelijk werd de betonafwerking een handelsmerk van het architectenbureau waar nieuwe klanten op afkwamen, specifiek op zoek naar deze materialiteit en architectuurtaal.

De zoektocht naar een menselijke schaal in de ruimtelijkheid, lichtinval en privacy stonden centraal in de ontwerpen van Raman & Schaffrath. Volgens Schaffrath leidde deze zoektocht in elk ontwerp naar een andere oplossing. In de vrijstaande Woning Haeck in Waregem bood een spel van volumes het antwoord. De woning is opgebouwd rond een centrale kern waarrond de trap toegang geeft tot verschillende woonniveaus die schroefvormig omhoog draaien. Resultaat is een kubus met meerdere uitstulpingen en een duplexopbouw van de keuken boven de opengewerkte leefruimte. In het ontwerp van een rijwoning was de bewegingsruimte voor de architecten echter kleiner. Bijkomend legde de stad Gent op een bepaald ogenblik ook de verplichting op om de auto in het bouwvolume een plaats te geven , wat ook een wijziging in de plantypologie betekende. De garage op de gelijkvloerse verdieping verschoof de leefruimtes naar de hogere niveaus waardoor de directe link tussen de woonkamer en de tuin verdween. Om dit op te vangen introduceerden Raman & Schaffrath in hun architectuur het split-levelprincipe waardoor het wonen opgedeeld werd in kleine entiteiten en het contact met de tuin vlot behouden bleef. Door de halve verdiepingen ontstond ook een openheid en kon er niet alleen aan de voor- en achterzijde, maar ook centraal in de woning licht binnengetrokken worden. Een mooi voorbeeld hiervan is Woning Cleyman waarbij de slaapkamer van de ouders in een open mezzanine gelegen is, uitkijkend op een open centrale zone met haard. Gecombineerd met een aparte trap die zowel visueel als organisatorisch het ‘wonen’ met het ‘eten’ verbindt , ontstaat in het interieur van de woning een grote variatie aan visuele en ruimtelijke tussengebieden. Eenzelfde opbouw is terug te vinden in de Woning Schaffrath (Drongensesteenweg 109, Gent). De gelijkvloerse verdieping is ingericht als een zuiver publieke zone met een doorgang naar de achterliggende magazijnen, een inkom en een bureau. Het bureau vormt de overgang naar de meer private ruimtes en staat in direct contact met de leefruimte, die op zijn beurt verbonden is met de buitenruimte (het terras). In Woning De Zordo wordt volgens architect Schaffrath het systeem van splitlevels in zijn meest uitgepuurde vorm toegepast. De beperkte oppervlakte van het perceel en het feit dat de woning grotendeels ingesloten is door aanpalende bebouwing, dreven de architecten ertoe het wonen te verdelen over tien niveaus. Door de planopbouw, het creatieve spel met niveauhoogtes en de open trappartij ontstaat een enorme ruimtelijkheid met vides en doorzichten. Woning De Bruycker vormt als halfopen bebouwing een uitzondering in het oeuvre. Door de opgelegde beperking in bouwhoogte konden architecten Raman & Schaffrath hier geen splitlevel toepassen. Toch werd ook hier op een creatieve manier ruimtelijkheid en een ideale lichtinval gerealiseerd. De spiltrap tussen de gelijkvloerse en eerste verdieping bevindt zich helemaal aan de voorzijde van de woning en wordt direct verlicht door een ronde koepel in het dak. Op die manier wordt natuurlijk licht binnengetrokken in de anders donkere inkomhal op de gelijkvloerse verdieping en in de smalle nachthal op de eerste verdieping. In de ontwerpen voor rijwoningen van het architectenbureau Raman & Schaffrath merkt Marc Dubois ook een geleidelijke verhoging naar ruimtelijke complexiteit. In de ontwerpen voor Woning De Bruycker, Woning Cleyman en Woning De Zordo was de ruimtelijkheid nog heel zuiver opgebouwd en baanden zowel de horizontale als verticale circulatie zich als een golf een weg door de ruimte. Bij een ontwerp als Woning De Mey (Kikvorsstraat, Gent) daarentegen was een zeker ‘maniërisme’ te bespeuren. De ruimtelijkheid verbrokkelde steeds meer: muurtjes, onnodige trapjes en terrassen doorbreken de puurheid. De ruimtes worden meer opgedeeld in kamers en een badkamer wordt als het ware in een nis gestoken.

De haard heeft in de ontwerpen van Raman & Schaffrath vaak een prominente en centrale plaats. Om de haard als hart van de woning de nodige aandacht te geven, neemt hij in hun ontwerpen grote proporties aan, soms met zichtbare buizen en vaak heel bruut in vorm en materialiteit. Volgens Schaffrath is de haard het centrale ontmoetingspunt in de woning, een principe dat ook bij andere architecten als Frank Lloyd Wright en Le Corbusier voorkomt. In Woning De Zordo werd zelfs een aparte haardhoek ingericht waar oorspronkelijk een matras en kussens voorzien waren. In Woning Cleyman is de haard uitgewerkt als een massief blok en bij Woning De Zordo is de betonnen haard getrapt om de massiviteit ervan te doorbreken. De haard in Woning De Bruycker is helemaal ingebouwd in de wand. Een immense buis maakt de verbinding naar één van de oorspronkelijk twee grote schouwen die gelden als tegengewicht voor de afgeronde vorm van de spiltrap in de voorgevel.

Het bureau Raman & Schaffrath nam ook geregeld deel aan nationale en internationale wedstrijden. In 1972, 1974 en 1980 behaalden ze een eervolle vermelding in de Internationale Prijs voor Architectuur Eternit voor respectievelijk Woning De Bruycker (Mimosastraat 117, Gent), Woning Cleyman (Mimosastraat 127, Gent) en Woning De Zordo (Leiekaai 10, Gent). Deelname aan dergelijke internationale wedstrijden was volgens Schaffrath heel belangrijk omdat hun werk op een internationale schaal en door een internationale jury besproken en gevalideerd werd.

  • Privéarchief Woning De Zordo, Bouwaanvraag en diverse plannen, 753 72 DEZ.
  • BALLIU E., BOSSCHEM J., CARDON C. e.a. 2001: 1751-2001. 250 jaar architecten Academie Gent, Gent.
  • DE KOONING M. (red.) 1988: Architectuur als Buur. Panorama van Gent en omstreken 1968-1988, Gent.
  • VAN DE PERRE D. 2003: Op de grens van twee werelden. Beeld van het architectuuronderwijs aan het Sint-Lucasinstituut te Gent in de periode 1919-1965/1974, Gent.
  • BERT E., REYNTJENS A. & TORFS E. 1999-2000: Fritz Schaffrath, onuitgegeven oefening Bouwkunde, Universiteit Gent, Vakgroep Kunst-, Muziek- en Theaterwetenschappen.
  • DEMUYNCK K., VANDEGHINSTE J. & DEBRUYNE D. 1999-2000: Architect Johan Raman, onuitgegeven oefening Bouwkunde, Universiteit Gent, Vakgroep Kunst-, Muziek- en Theaterwetenschappen.
  • Mondelinge informatie verkregen van F. Schaffrath (6 maart 2018, 30 maart 2018 en 16 augustus 2018).
  • Schriftelijke informatie verkregen van F. Schaffrath (26 oktober 2018).


Erfgoedobjecten

Ontwerper van

Villa

Schoendalestraat 174 (Waregem)
Villa van 1970, gebouwd in opdracht van Hervé Haeck naar de ontwerpplannen van de architecten Johan Raman en Fritz Schaffrath uit Gent (bouwaanvraag van 1969).


Woning Claessens

Stijn Streuvelslaan 7 (Gent)
Sobere, modernistische woning uit 1972, naar ontwerp van de architecten Raman en Schaffrath, gebouwd in opdracht van de heer en mevrouw Claessens. De halfvrijstaande woning met parement in roodbruine baksteen telt drie verdiepingen onder een met donkergrijze betonpannen gedekt zadeldak.


Woning Cleyman

Mimosastraat 127 (Gent)
Internationaal bekroonde en goed bewaarde rijwoning in brutalistische stijl naar ontwerp van de architecten Raman en Schaffrath, opgetrokken voor de heer en mevrouw Cleyman, conform een in 1972 goedgekeurde bouwaanvraag. Woning Cleyman telt drie bouwlagen onder plat dak.


Woning Damman

Sint-Kwintensberg 20-22 (Gent)
Rijwoning in brutalistische stijl volgens de goedgekeurde bouwaanvraag van 27 augustus 1973 ontworpen door architecten Johan Raman en Fritz Schaffrath voor de heer en mevrouw Damman. De voorgevel met parement in zichtbeton is bijzonder sculpturaal opgevat en wordt verlevendigd door onregelmatig geplaatste erkers, vensternissen en balkons met metalen buisleuningen.


Woning De Baets

Blauwstraat 87 (Gent)
Halfvrijstaande woning in brutalistische stijl, volgens een goedgekeurde bouwaanvraag van 1970 opgetrokken naar ontwerp van de architecten Johan Raman en Fritz Schaffrath voor de heer en mevrouw De Baets. De woning, met parement in bruine Scheldesteen, telt drie bouwlagen onder een combinatie van platte daken en lessenaarsdaken, doorbroken door twee slanke, naast elkaar geplaatste ronde, roestvrijstalen schoorsteenpijpen, een element dat bij meerdere woningen van het architectenduo voorkomt.


Woning De Bruycker

Mimosastraat 117 (Gent)
Woning De Bruycker is een representatief voorbeeld van een rijwoning ontworpen door het architectenbureau Raman & Schaffrath in 1969.


Woning De Wispelaere

Deinse Horsweg 65 (Gent)
Brutalistische villa voor de heer en mevrouw Dewispelaere naar ontwerp van de architecten Johan Raman en Fritz Schaffrath, opgetrokken conform een in 1971 goedgekeurde bouwaanvraag. De ruim opgezette woning telt één volwaardige bouwlaag en heeft een parement van witgeschilderde baksteen. De garage en bergruimtes zijn ondergebracht in een halfondergronds souterrain aan de voorzijde. Een opvallend element is het koppel hoge, ronde schoorstenen in witgeschilderde baksteen die het pand een industriële toets geven.


Woning De Wulf

Moerstraat 87 (Gent)
Woning De Wulf naar ontwerp van architecten Johan Raman en Fritz Schaffrath werd gebouwd conform een op 7 november 1972 goedgekeurde bouwaanvraag. De woning is een toonbeeld van de brutalistische stijl die Raman en Schaffrath in deze periode hanteerden: opgebouwd uit betonsteen en samengesteld uit een aaneenschakeling van verspringende volumes op onregelmatig grondplan en met ongelijke hoogte onder platte daken met sporadisch een schilddak. De vormgeving is hoofdzakelijk orthogonaal, met enkele markante details gebaseerd op de cirkelvorm, zoals de vrijstaande, cilindervormige schouw naast de ingang in de noordoostgevel.


Woning De Zordo

Leiekaai 10 (Gent)
Woning De Zordo is een representatief voorbeeld van een rijwoning ontworpen in 1973 door het architectenbureau Raman & Schaffrath. Woning De Zordo is een herkenbare schakel in het oeuvre van de architecten: ze ontwierpen de woning als een totaalconcept waarbij exterieur, interieur, aankleding en meubilair zorgvuldig werden uitgedacht.


Woning Defevere

Stijn Streuvelslaan 5 (Gent)
Sobere, modernistische woning uit 1976, naar ontwerp van de architecten Johan Raman en Fritz Schaffrath, gebouwd in opdracht van de heer en mevrouw Defevere. De halfvrijstaande woning met parement in roodbruine baksteen in halfsteens verband telt drie verdiepingen onder een met donkergrijze, betonnen sneldekpannen gedekt zadeldak, voorzien van twee slanke, hoge, cilindervormige schoorstenen.


Woning Impens

Isidoor De Vosstraat 108 (Gent)
Halfvrijstaande woning in postmodernistische stijl, in 1979 ontworpen door de architecten Johan Raman en Fritz Schaffrath, in opdracht van Eric Impens. Het pand telt drie bouwlagen onder plat dak en is opgetrokken op een eenvoudig rechthoekig grondplan, met achteraan een erker op vierkant grondplan. Het parement is uitgevoerd in een grijze gevelsteen, vermoedelijk betonsteen.


Woning Kerre

Molenkouter 4 (Gent)
De woning voor de heer en mevrouw Kerre werd door het architectenbureau Raman en Schaffrath ontworpen in juli 1979. Het vrijstaande pand met postmodernistische inslag is opgebouwd uit twee gelijkaardige volumes met onregelmatig grondplan, die gespiegeld zijn ten opzichte van een diagonale as.


Woning met praktijk Soens

Treurwilgenstraat 9 (Gent)
De rijwoning met kinesistenpraktijk die architecten Raman en Schaffrath in 1976 ontwierpen voor het echtpaar Soens valt op in het straatbeeld door de gevelhoge vensterpartij met abstracte vormgeving en opvallend, rood schrijnwerk, die het gevelvlak domineert.


Woning Schaffrath

Drongensesteenweg 109 (Gent)
Opvallende rijwoning in brutalistische stijl, in 1976 ontworpen door Fritz Schaffrath van het architectenbureau Raman en Schaffrath voor zijn broer Willy. Het pand is deels onderkelderd en telt drie bouwlagen onder plat dak. De gevel, met parement in bruine baksteen, is sterk sculpturaal opgevat en wordt doorbroken door onregelmatig geplaatste rechthoekige muuropeningen.


Woning Strumane

Rijakker 12 (Gent)
Vrijstaande woning in brutalistische stijl naar ontwerp van de architecten Raman en Schaffrath, gebouwd voor rekening van de heer en mevrouw Strumane, conform een in 1976 goedgekeurde bouwaanvraag. Het pand telt drie bouwlagen en een souterrain en is in wezen opgebouwd uit een stapeling van orthogonale volumes die naar boven toe trapsgewijze versmallen en die voorzien zijn van platte daken en dakterrassen. Het parement is opgebouwd uit een combinatie van baksteen en zichtbeton en deels afgewerkt met houten beplanking.


Thema's