Persoon

Truelove, John Reginald

ID: 1225   URI: https://id.erfgoed.net/personen/1225

Beschrijving

John Reginald TRUELOVE (1886 – 1942): Truelove raakte tijdens de oorlog gewond als ‘Captain’ bij het ‘21st London Regiment’. Hij ontwierp als ‘assistent architect’ minimum 29 begraafplaatsen.

Principes van de ‘Imperial War Graves Commission’.

Reeds vroeg in de oorlog werd beslist dat de Britse doden niet mochten gerepatrieerd worden, onder meer omwille van hygiënische en financiële redenen. Bovendien werd het standpunt ingenomen dat alle doden, ongeacht rang of stand, gelijk behandeld moesten worden. Hiermee wou men voorkomen dat enkel vermogende families hun familieleden konden laten overbrengen naar het thuisfront. Dit verbod lokte tijdens en na de oorlog hevige protesten uit bij de Britse publieke opinie. Protesten die de nieuwbakken instelling maar met moeite wist te trotseren. Er zijn verhalen bekend van familieleden die clandestien poogden hun geliefden zelf te ontgraven en over te brengen. En hier en daar zijn nog unieke uitzonderingen op deze regel bewaard gebleven, zoals op het kerkhof van Zillebeke, waar enkele private Britse graftekens staan.

Het gelijk behandelen van de doden zou in de na-oorlogse aanleg van de begraafplaatsen en de oprichting van gedenktekens voor vermisten opgevolgd worden. De vier belangrijkste pijlers van de ‘War Graves Commission’ zijn:

- iedere dode moet individueel herdacht worden op een grafsteen of op een monument

- de grafstenen en monumenten moeten permanent en duurzaam zijn

- de grafstenen zijn uniform qua ontwerp

- er mag geen onderscheid gemaakt worden naar rang of stand.

De Britse graven werden na de oorlog in de mate van het mogelijke ongemoeid gelaten. Begraafplaatsen van minimum 40 graven werden in principe ter plekke behouden. Door de oorlogsomstandigheden is de aanleg van dergelijke ‘oorspronkelijke begraafplaatsen’ vaak niet gestructureerd verlopen, waardoor ze een onregelmatige aanleg hebben. Soms werden meerdere kleinere begraafplaatsen omgevormd tot één grote begraafplaats. Toch moesten heel wat lijken na de oorlog ontgraven worden, omdat ze geïsoleerd of op te kleine begraafplaatsen lagen. Deze werden ‘geconcentreerd’ op bestaande begraafplaatsen of op nieuw aangelegde verzamelbegraafplaatsen.

De Belgische staat kocht de gronden aan waarop de Britse begraafplaatsen werden aangelegd en schonk ze ‘voor eeuwig’ aan het Britse volk. Hieraan herinneren de zogenaamde drietalige ‘landplaten’, die op alle Britse begraafplaatsen terug te vinden zijn.

De architecten

Het feit dat geliefden niet mochten worden gerepatrieerd, wou men compenseren met een kwalitatief hoogstaande aanleg en onderhoud van de begraafplaatsen. Vandaar dat heel veel aandacht werd besteed aan de architectuur van de begraafplaatsen.

Eerst drie, later vier ‘principal architects’ werden aangezocht om de aanleg van Britse militaire begraafplaatsen op het vasteland vorm te geven. Het gaat om de befaamde Edwin Lutyens, Reginald Blomfield, Herbert Baker en als laatste Charles Holden. Deze 4 hoofdarchitecten waren vooral werkzaam in België en Frankrijk en waren eindverantwoordelijke voor de aanleg van de begraafplaatsen, die hen toegewezen waren. Hiertoe werden ze bijgestaan door diverse ‘assistent architects’, waarvan W.H. Cowlishaw, G.H. Goldsmith, N.A. Rew, A.J.S. Hutton, J.R. Truelove en W.C. Von Berg in Vlaanderen actief waren. In andere landen waren ook andere architecten actief. Deze uitvoerende architecten zorgden heel vaak voor de feitelijke ontwerpen, die ze vervolgens door de aangestelde hoofdarchitect lieten goedkeuren. De nobelprijswinnaar voor literatuur Rudyard Kipling was verantwoordelijk voor de opschriften die op diverse architecturale elementen van de begraafplaatsen terug te vinden zijn.

Tekst van Hannelore Decoodt, Beschermingsdossier DW002414.

Erfgoedobjecten

Ontwerper van

Britse militaire begraafplaats Klein-Vierstraat British Cemetery

Molenstraat zonder nummer (Heuvelland)
Deze begraafplaats, genoemd naar het nabijgelegen gehucht ‘Vierstraat’ (waar de herberg ‘Kleine Vierstraat’ stond), werd gestart in januari 1917. Na de wapenstilstand werden 364 graven toegevoegd.


Britse militaire begraafplaats Suffolk Cemetery

Kriekstraat zonder nummer (Heuvelland)
De aanleg van Suffolk Cemetery geschiedde in maart en april 1915. Het ontwerp van de begraafplaats is het werk van J.R. Truelove. De begraafplaats kreeg aanvankelijk de naam 'Cheapside Cemetery' naar de Britse benaming van de weg die er ten zuidwesten van lag (de huidige Kriekstraat). Later werd ze genoemd naar de ‘2nd Suffolks’. Suffolk Cemetery is een rechthoekige begraafplaats, met een effen terrein en een oppervlakte van ca. 385m². Ze wordt omgeven door een bakstenen muur, afgedekt met witte natuursteen. De begraafplaats kan betreden worden via een 40m lang graspad, afgebakend met een haag (beuk). De toegang van dit graspad bestaat uit twee bakstenen muurtjes en een smeedijzeren hek. Hier zijn de landplaten en het opschrift ‘Suffolk Cemetery 1915-1918’ terug te vinden. Het ‘Cross of Sacrifice’ (type A1) staat vooraan op de begraafplaats. De begraafplaats wordt getooid m


Britse militaire begraafplaats Lone Tree Cemetery

Kruisstraat zonder nummer (Heuvelland)
Lone Tree Cemetery is genoemd naar de vlakbij ingeslagen 'Lone Tree Crater', die ook wel de ‘Spanbroekmolenkrater’ of ‘Pool of peace’ genoemd wordt. Volgens het huidige register zouden er hier 88 doden van het Verenigd Koninkrijk begraven liggen. Het ontwerp van de begraafplaats is van de hand van J.R. Truelove. Lone Tree Cemetery is een kleine begraafplaats, met een oppervlakte van 616m². De begraafplaats heeft een grondplan in de vorm van een stompe hoek, het terrein helt lichtjes af. Ze wordt omgeven door een bakstenen muur, afgedekt met witte natuursteen. De toegangsmuur is gebogen met centraal een zwart smeedijzeren hek, geflankeerd door 2 pijlers, die deels uit baksteen, deels uit witte natuursteen zijn opgetrokken. De drietalige teksten van de landplaat zijn in deze pijlers gegrift. Het ‘Cross of Sacrifice’ (type A1) staat in het midden van de begraafplaats. Aan de z


Britse militaire begraafplaats Spanbroekmolen British Cemetery

Scheerstraat zonder nummer (Heuvelland)
Spanbroekmolen British Cemetery is genoemd naar een molen, die ten zuidwesten van het dorp Wijtschate stond. De begraafplaats werd opgericht in 1917. De begraafplaats werd tijdens latere gevechten volledig vernield. Na de oorlog kon ze opnieuw gelokaliseerd worden. 6 graven werden niet meer teruggevonden: deze doden worden nu met een ‘special memorial’ herdacht. De aanleg van de begraafplaats is van de hand van J.R. Truelove. Spanbroekmolen British Cemetery is een kleine begraafplaats (304m²), met rechthoekig grondplan en een vlak terrein dat omgeven wordt door een bakstenen muur, afgedekt met witte natuursteen. De toegang, waar het jaartal ‘1917’ vermeld staat, wordt afgesloten met een smeedijzeren hek. Nabij de toegang zijn de drie landplaten en een zitbank terug te vinden. Het ‘Cross of Sacrifice’ (type A1) staat centraal achteraan (noordkant). Scott Michael, The Ypres


Belgian Battery Corner Cemetery

Omloopstraat zonder nummer (Ieper)
Op 'Belgian Battery Corner' waren batterijen van de Belgische artillerie opgesteld in 1915. De begraafplaats werd ontworpen door E. Lutyens (hoofdarchitect) en J.R. Truelove (uitvoerend architect).


La Belle Alliance Cemetery

Hogeziekenweg zonder nummer (Ieper)
De begraafplaats werd aangelegd in 1916 nabij de hoeve 'La Belle Alliance'. De begraafplaats is ontworpen door J.R. Truelove.


Solferino Farm Cemetery

Kapellestraat zonder nummer (Ieper)
De naam 'Solferino Farm' werd aan de boerderij tegenover de begraafplaats gegeven door Franse troepen. De aanleg van de begraafplaats werd pas in oktober 1917 gestart. Er liggen eveneens 5 doden uit de Tweede Wereldoorlog begraven.


Dickebusch Old Military Cemetery

Neerplaats zonder nummer (Ieper)
De 'Old Military Cemetery' werd gestart als frontlijnbegraafplaats in 1915. In mei 1940 werden er nog eens 10 Britten begraven. Op Dickebusch Old Military Cemetery liggen er nu 57 mannen begraven. De begraafplaats werd ontworpen door J.R. Truelove.


Vlamertinghe New Military Cemetery

Bellestraat zonder nummer (Ieper)
Deze begraafplaats werd gestart in juni 1917, toen een uitbreiding van Vlamertinghe Military Cemetery wegens plaatsgebrek niet meer mogelijk was. Het ontwerp van de begraafplaats is van de hand van R. Blomfield (hoofdarchitect) en J.R. Truelove (uitvoerend architect). Volgens het huidige register liggen er 1820 doden.


Perth Cemetery

Maaldestedestraat zonder nummer (Ieper)
De begraafplaats werd gestart door Franse eenheden in november 1914. De begraafplaats werd toen voor een onbekende reden 'Perth' genoemd.


Railway Dugouts Burial Ground

Komenseweg zonder nummer (Ieper)
In april 1915 werd gestart met de aanleg van de begraafplaats naast 'Transport Farm'. De namen 'Transport Farm' en 'Railway Dugouts’. In 1916 en 1917 zouden hier vele doden begraven worden.


1st D.C.L.I. Cemetery, The Bluff

Verbrandemolenstraat zonder nummer (Ieper)
'1st D.C.L.I.' staat voor '1st Duke of Cornwall’s Light Infantry', een eenheid die hier bij ‘The Bluff’ bij hevige gevechten betrokken raakte in het voorjaar van 1915. Van de 76 graven behoren er 51 tot de '1st D.C.L.I.', vandaar de naamgeving.


Hedge Row Trench Cemetery

Verbrandemolenstraat zonder nummer (Ieper)
Hedge Row Trench Cemetery is genoemd naar een Britse loopgraaf die hier tijdens de Eerste Wereldoorlog aangelegd was. Deze was op zijn beurt genoemd naar een nabijgelegen boerderij die 'Hagereke' heette ('Hage-reke' – 'hagen-rij' – 'hedge row').