Collectief

Constructiebedrijf Ganz & Cie

ID
12881
URI
https://id.erfgoed.net/personen/12881

Beschrijving

Het Hongaarse bedrijf Ganz & Cie. was één van de belangrijkste buitenlandse producenten van maalderijmachines. Aan de oorsprong van deze firma lag de ijzergieterij die Abraham Ganz (1815-1867), een Hongaarse ingenieur van Zwitserse origine, in 1844 in Budapest oprichtte. Zijn bedrijf specialiseerde zich in het bijzonder in de productie van gietijzer evenals in machinebouw. Talrijke patenten zorgden ervoor dat de firma Ganz zich ontwikkelde tot een belangrijke constructeur van gietijzeren spoorwielstellen. Vanuit deze specialisatie evolueerde Ganz geleidelijk tot één van de meest toonaangevende bedrijven op het vlak van elektrisch spoorwegmaterieel. Na het overlijden van Abraham Ganz in 1867 werd de bedrijfsleiding waargenomen door Andreas Mechwart. Hij bouwde het in 1869 tot Ganz & Co. Eisengiesserei und Maschinenfabrik AG omgevormde bedrijf uit tot één van de meest prominente bedrijven in de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. In 1872 werd in het Silezische Ratibor een filiaal opgestart. In 1878 werd een elektriciteitscentrale opgericht, in 1880 werden de fabrieksterreinen van de eerste Hongaarse Eisenbahn Waggonfabrik AG aangekocht en in 1887 werd de Leobersdorfer Maschinenfabrik (bij Wenen) verder uitgebreid en de hoogoven van Petrovagora in pacht genomen.

Met de aankoop in 1874 van het brevet van Frédéric Wegmann, die omstreeks 1868 de ruwe porseleinen maalrollen had uitgevonden, werd Ganz ook de grote gangmaker van de cilindermolen. Omstreeks 1878 had het bedrijf niet alleen reeds meer dan negentig cilindermolens her en der in Europa geïnstalleerd, maar was ze er ook in geslaagd om kwalitatieve gietijzeren cilinders te maken. De expertise die Ganz ter zake met de productie van gietijzeren wagonwielen had opgebouwd, was daar geenszins vreemd aan. Op het einde van de 19de eeuw waren er reeds 60 verschillende modellen van Ganz & Cie. op de markt. In 1907 produceerde de fabriek maar liefst 30.000 cilindersmolens.

Het succes van Ganz & Cie. lag ongetwijfeld ook bij de ingenieurs die Andreas Mechwart en zijn opvolgers wisten aan te trekken. Eén van de bekendste ingenieurs was ongetwijfeld Viktor Kaplan (1876-1934) die een tijdlang als ingenieur verbonden was aan de machinefabriek van Ganz & Cie. in Leobersdorf, waar hij zich specialiseerde in verbrandingsmotoren. Zijn grote interesse voor waterturbines leidde in 1912 tot de uitvinding van de zogenaamde Kaplan-waterturbine.

In 1959 fusioneerde Ganz & Cie. met het overheidsbedrijf Mavag tot de maatschappij Ganz-Mavag. Vijf jaar later werd de productie in Budapest stilgelegd. De oude werkhuizen werden omgevormd tot het Öntödei-museum. In de andere vestigingen zette de Ganz-Mavag Company zijn activiteiten verder. Na een opdeling in 1988 van de Ganz-Mavag Company in enkele onafhankelijke bedrijven, waarvan de Ganz Engineering Factory in 1990 deel ging uitmaken van de Ganz Engine Ltd.

Aan de belangrijke rol die Ganz & Cie. bij de mechanisering van het maalbedrijf speelde, herinneren in Vlaanderen onder meer de haverpletmolen uit 1882 in de voormalige maalderij in het Axelsvaardeken in Wachtebeke en de haverpletmolen uit 1886 in de Prosperhoeve in Kieldrecht (Beveren). Gezien het brevethouderschap van Ganz & Cie. is de van 1880 daterende ‘Wegmann’s patent Porzellan Wahlzenstuhl’ in de ’s Hertogenmolens in Aarschot vermoedelijk ook van Ganz-makelij. Een hierop sterk lijkende cilindermolen bevindt zich in de maalderij Van Doren in Rotselaar.

  • BAUMGARTNER F. & GRAF L. 1934: Manuel du constructeur de moulins et du meunier. Tome troisième. La meunerie propement dite ou la fabrication des farines, Parijs - Luik, 27.
  • BECUWE F. 2009: In de ban van Ceres. Klein- en grootmaalderijen in Vlaanderen (ca. 1850 - ca. 1950), Brussel, 218-220.
  • BRUGGEMAN J. e.a. 1996: Travailler au moulin – Werken met molens, Kortrijk, 123.
  • BUYS F. 1997: De Maalderij van Prosperpolder, Beveren-Waas, 6.
  • CROMBE C. & VANPEE D. 2004: Mysterieuze molens aan de Demer: de ‘Grote Molens’ of ’s Hertogenmolens te Aarschot, SIWE-magazine 18-19, 19.
  • VANSINTJAN D., VERBEECK F. & BRANKAER W. 2008: Het machinepark van ’s Hertogenmolens in Aarschot (okt. 2007), Molenecho’s. Vlaams tijdschrift voor Molinilogie 36.2, 83-89.

Auteurs: Becuwe, Frank
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Erfgoedobjecten

Uitvoerder van

Groothof, Prosperhoeve en herenhoeve

Belgische Dreef 5-8, 7A (Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht)
Gebouwengroep als herenhoeve opgetrokken in 1851 door hertog Prosper van Arenberg na de indijking van de polder en bestaande uit woonhuis met haaks erop aangebouwd bedrijfsgebouw en twee grote langsschuren symmetrisch tegenover elkaar en twee paardenstallen, parallel aan het huis.


Maalderij Van Dooren en omgeving

Molenstraat 2 (Rotselaar)
Grote watermolen, te dateren tussen de 17de eeuw en rond 1900 omgevormd tot een industriële maalderij. De gebouwen bestaan uit een woonhuis, molengebouw, turbinehuis, silogebouw, paardenstal, schuur en bakhuis. De omgeving van de maalderij bestaat uit de site van de maalderij, de oevers langs beide kanten van de Dijle (de zogenaamde molinotoop) en arbeiderswoningen in het oosten van de site. De arbeiderswoningen en de oevers hebben een beeldbepalende waarde. De verloop van de Dijle en de bijpas is belangrijk met betrekking tot de geschiedenis van het bedrijf en voor de werking van de molen.


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2026: Constructiebedrijf Ganz & Cie [online], https://id.erfgoed.net/personen/12881 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.