Aan de basis van de huidige Bühler Group lag de ijzergieterij die Adolf Bühler in 1860 in het Zwitserse Uzwil oprichtte. Van meet af aan specialiseerde het bedrijf zich in de bouw van uitrustingen voor de voedingsnijverheid, waaronder in het bijzonder de maal-, brouw- en chocolade-industrie. Wat het maalbedrijf betreft bracht Bühler in 1872 ter vervanging van de porseleinen walsen de eerste gietijzeren rollen voor cilindermolens op de markt. In 1876 werd de eerste Bühler-walsenstoel met drie 300 mm lange cilinders gebouwd. In 1890 bouwde Bühler zijn eerste volledige bloemmolen evenals zijn eerste graanelevatoren. Het jaar daarop richtte Bühler een eerste dochtermaatschappij op in Parijs. Met de Bühler-bloemmaalderij met pneumatisch graantransport realiseerde het constructiebedrijf in 1944 een wereldprimeur. In 1970 kocht Bühler het failliete bedrijf SOCAM (Société de Construction d’Appareils de Meunerie) dat in 1938 was opgericht door drie Franse fabrikanten van maalderijgereedschap, met name Teisset-Rose-Brault, Cesbron en Trippette & Renaud. Twee jaar later nam Bühler het bedrijf Mühlenbau und Industrie AG (M.I.A.G.), zijn grote concurrent op het vlak van maalderijuitrusting, over. In de daaropvolgende jaren wist Bühler zijn marktpositie op dit en andere terreinen verder te consolideren door onder meer de overname van de Nieuw-Zeelandse Millbank Technologies Ltd.
In Vlaanderen verzorgde Bühler, dat in het interbellum een kantoor had in de Adolf Maxlaan te Brussel, onder meer de uitrusting van de industriële maalderij Onze Molen in Geel, de Nieuwe Molens Abbeloos in Oudegem en een deel van de uitrusting van de Molens Van Orshoven in Leuven, de Bloemmolens van Diksmuide in Diksmuide en de Scheldemolens in Sint-Amands-aan-de-Schelde. In de Moulins de Flandres in Petegem-bij-Deinze waren een aantal cilindermolens naar alle waarschijnlijkheid van Bühler-makelij. Omstreeks 1957 was Bühler ook betrokken bij de herinrichting van de veevoederfabriek Debaillie in Roeselare. Ook de uit een watermolen gegroeide Bloemmolens Van Sande in Bambrugge werden uitgerust met vijf Bühler-cilindermolens.
Auteurs: Becuwe, Frank
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Beerstblotestraat 3 (Diksmuide)
Bloemmolens van de Société Minoterie et Huilerie de Dixmude, gelegen aan de samenvloeiing van IJzer en Handzamevaart. Industrieel-archeologisch complex van twee torens; betonskeletstructuur met hoofdzakelijk houten vloerconstructies en integraal bewaarde elektrisch aangedreven maalinrichting. Opgetrokken in 1922 met de financiële steun van de Dienst der Verwoeste Gewesten, door de firma "Schneider-Jaquet".
Havenkant 30-32, Stapelhuisstraat 4, 11-13 (Leuven)
Ensemble van woonhuis, molencomplex met silo, magazijn, machinekamer, zakkenkuiserij en schrijnwerkerij, grosso modo U-vormig ingeplant op een diep en schuin georiënteerd perceel.
Jef Scheirsstraat 52-56 (Dendermonde)
Fabriek van veevoeders en bloem, volgens kadastergegevens in 1926 samen met een aanpalend huis opgericht door Odilon en Frans Abbeloos op de plaats van een voormalig tegelfabriek. Massief roodbakstenen volume van vijf traveeën en vier bouwlagen boven een kelderverdieping. Voorgevel geritmeerd door lisenen, aan noordzijde geflankeerd door een hoger oplopende jongere toren.
Gentsesteenweg 53 (Deinze)
Stoommaalderij, opgericht circa 1883. Twee grote gebouwen van elk zeven verdiepingen met elkaar verbonden door een gietijzeren passerelle op de bovenste bouwlaag. Het maalderijgebouw is een rechthoekige blok van drie op negen traveeën. Het silogebouw aan de Leie telt zes en acht traveeën. Bewaard ketelhuis, aangebouwd bij het maalderijgebouw en de administratieve afdelingen. Tussen het maalderijgebouw en de nu in onbruik geraakte administratieve gebouwen is later een overdekte hal gebouwd overspannen met een Polonceauspant.