De motorfabriek L. Gardner & Sons Ltd werd in 1868 in Manchester gesticht door Lawrence Gardner, die aanvankelijk naaimachines bouwde. Enkele jaren na het overlijden van Lawrence Gardner in 1890 begon L. Gardner & Sons met de productie van kleine gasmotoren voor het eveneens in Manchester gevestigde bedrijf A.E. & H. Robinson. Omstreeks 1903 zou het inmiddels tot een vennootschap omgevormde bedrijf ook de productie starten van petroleummotoren. Populair werden vooral de Gardner-scheepsmotoren die als hulpmotor uiterst geschikt waren voor nog met zeilen uitgeruste vissersvaartuigen. Voor de verkoop van Gardner-motoren stond het Londense bedrijf Norris & Henty Lt. in, dat in 1912 gezien het commerciële succes werd omgevormd tot Norris, Henty & Gardner Ltd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bouwde L. Gardner & Sons Ltd in opdracht van de Britse regering vooral motoren voor gevechtstanks. Na de oorlog had het bedrijf, dat met de productie van compressieontstekingsmotoren begon, het aanvankelijk moeilijk om opnieuw aansluiting te vinden bij het vooroorlogse succes. Vanaf de late jaren 1920 liet Gardner zich met succes in met de bouw van dieselmotoren voor gemotoriseerde vrachtvoertuigen. De poging om Gardner-dieselmotoren aan te wenden in personenwagens mislukte onder meer door de door Neville Chamberlain in 1935 sterk verhoogde dieseltaks. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog stelde L. Gardner & Sons Ltd ongeveer 2800 personen tewerk die instonden voor een jaarlijkse productie van meer dan 3500 motoren. Na de oorlog slaagde Gardner erin om in het bijzonder met zijn dieselmotoren voor vrachtwagens, zijn marktpositie nog te versterken. Wereldwijd, waaronder in België, werd een netwerk van verdelers opgezet. Tot op vandaag is Gardner een belangrijke producent van dieselmotoren, onder meer voor maritieme doeleinden.
Vóór de Eerste Wereldoorlog trad Dumoulin-Nagant uit Luik op als agent voor Gardner in België. Dumoulin-Nagant sleet in 1912 een Gardner-benzinemotor aan de maalderij Vienne in Pollinkhove (Lo-Reninge) en in 1913 een Gardner-gasmotor aan de maalderij Tack in Izegem aangedreven.
Vaartuigen die met Gardner-dieselmotoren werden uitgerust, zijn onder andere het zeiljacht Askoy II, de riviermijnenveger M477 Oudenaarde en het opleidingsschip Mercator.
Auteurs: Becuwe, Frank
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Lanceloot Blondeellaan 21c (Brugge)
De Askoy II werd in 1960 gebouwd op de Antwerpse werf Van de Voorde in opdracht van Hugo Van Kuyck. Het is één van de grootste stalen zeiljachten die in België werden gebouwd. Jacques Brel voer twee jaar lang met het schip.
Droogdokkenweg 4 (Antwerpen)
De M477 is een Herstal-klasse ondiepwatermijnenveger. Het schip werd in 1958-1959 bij Mercantile Marine Yard in Kruibeke gebouwd.