De Gasmotorenfabrik Deutz werd in 1872 in Keulen opgericht door Nikolaus Otto en Eugen Langen. Van meet af was het bedrijf toonaangevend op het vlak van motorenbouw. Aan de grondslag van dit succes lagen behalve de stichters Otto en Langen, ook Gottlieb Daimler en Wilhelm Maybach die gedurende de eerste tien jaar voor respectievelijk de productie en de constructie verantwoordelijk waren. Oriënteerde Deutz zich in de beginperiode op de productie van gasmotoren, tegen het einde van de 19de eeuw fabriceerde het bedrijf ook benzine- en dieselmotoren. Bij de opstart in 1897 van de productie van dieselmotoren gebeurde dit aanvankelijk onder licentie van M.A.N. AG. Vandaag is de Gasmotorenfabrik Deutz bekend als Deutz AG.
Belangrijke verdelers van Deutz-motoren waren onder meer het Oostendse bedrijf Valcke Frères (later Valcke Gebroeders NV Motorenhandel) in Oostende en het Rumbeekse bedrijf C. Lobbestael & Zonen.
Het bedrijf Valcke ging terug tot 1783. De burelen bevonden zich in de Kapellestraat, terwijl de werkplaatsen aan de Opec (aan de haven) waren gelegen. Daarnaast beschikte het zowel in Brussel als in Parijs over een bijhuis. In de eerste honderd jaar van zijn bestaan hield het bedrijf zich voornamelijk bezig met ijzerhandel. Omstreeks 1890 breidde deze bedrijvigheid zich uit met een afdeling motoren en machines. Aanvankelijk verdeelde en herstelde Valcke, die vermoedelijk nooit eigen motoren heeft gebouwd, in het bijzonder Otto-Deutz-zuiggasmotoren. Later distribueerde Valcke ook benzine- en vooral dieselmotoren van Deutz. Daarnaast verkocht en herstelde het bedrijf ook in belangrijke mate stationaire Ruston-dieselmotoren.
De firma C. Lobbestael werd omstreeks 1900 gesticht door Cyriel Lobbestael. Bij zijn overlijden in 1951 werd het bedrijf onder de naam Gebroeders Lobbestael verdergezet door zijn zes zonen die sinds 1934 mee de leiding waarnamen. Het bedrijf was eveneens gespecialiseerd in het herstellen van voornamelijk dieselmotoren.
Otto-Deutz-zuiggasmotoren werden onder meer geïnstalleerd in de maalderij Delobel (1912) in Beselare, de maalderij Castel (1912) in Ieper, de maalderij ’t Stampkot (Decat-Missy) (1923) in Zuidschote (Ieper), de maalderij Parmentier (1925) in Stene (Oostende), de maalderij Driscart (vóór 1928) in Viane (Geraardsbergen), de maalderij Dereeper (1933) in Koekelare, de maalderij Acke (1938) in Oudenburg en de maalderij Rosseel (vóór 1940) in Kieldrecht (Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht). Een Otto-Deutz-zuiggasmotor dreef ook het vlasbedrijf Sabbe in Kuurne aan.
Deutz-dieselmotoren leverden de mechanische drijfkracht in bijvoorbeeld de maalderijen Vandamme (1931) in Appels (Dendermonde), De Loof (1932) in Sijsele (Damme), Provoost (1932) in Torhout, Donck (1933) in Beerst (Diksmuide), Logghe (1934) in Koekelare, Ryon (1934) in Krombeke (Poperinge), Vandewalle (1934) in Leisele (Alveringem), Christiaen (1935) in Vladslo (Diksmuide), Van Ryckegem (1935) in Oostkamp, Verfaille (1935) in Pervijze (Diksmuide), Pyck (1937) in Koekelare, Vandenberghe (1938) in Meetkerke (Zuienkerke), Dekeyser (1938) in Merkem (Houthulst), Van Daele (1940) in Ruddervoorde (Oostkamp), Darras (1943) in Bovekerke (Koekelare), Coolman (1943) in Kortemark, Ameloot (1944) in Veurne, Vanhoutte (1946) in Zandvoorde (bij Oostende), de Knokmolen (1954) in Ruiselede (Wingene), Vandenberghe (1956) in Kortemark, Van Goethem in Sint-Gillis-Waas, Rommel (of Groenhagemolen) in Leffinge, Acke in Oudenburg en Matthys in Boekhoute (Assenede). In de ingemetselde voet van de Kruisstraatmolen in Werken (Kortemark) werd een derde steenkoppel aangedreven door een Deutz-dieselmotor die stond opgesteld in een vlakbij gelegen gebouwtje. Een Deutz-dieselmotor dreef vanaf 1928 ook het pompgemaal van de Kleine Molen aan. In de watermolen op de Heetveldesite in Tollembeek (Pajottegem) is een Deutz-diezelmotor bewaard voor de opwekking van elektriciteit.
Een Deutz-dieselmotor dreef eveneens het vlasbedrijf Vandesompele in Desselgem (Waregem) aan. Ook diverse brouwerijen-mouterijen kozen voor een (semi-)dieselmotor van Deutz voor de aandrijving van hun installatie. Voorbeelden zijn de brouwerij-mouterij Dochy in Hoogstade (Alveringem), de brouwerij-mouterij Christiaen in Koekelare, de brouwerij Verlende in Lo (Lo-Reninge) en de brouwerij-mouterij De Fabriek in Veurne uitgerust.
Een stationaire benzinemotor van Otto Deutz bevond zich in de maalderij Plovier (1913) in Izegem, terwijl in de maalderijen Samyn (1912) en Donck (1913) in Boezinge (Ieper) telkens een locomobielbenzinemotor stond.
Eén van de twee stroomgroepen van de Antwerpse stadsgraanzuiger 19 op een te verslepen ponton bestaat uit een Deutz-dieselmotor met een Stamford generator. Ook tal van vaartuigen zijn of waren uitgerust met één of meer Deutz-dieselmotoren. Voorbeelden zijn de sleepboot Mattheus, het lichtschip West-Hinder 1, het lichtschip West-Hinder 2, het lichtschip West-Hinder 3, de garnalenvisser O225 Norman Kim, de kustvisser N788 Moed en Vertrouwen, de kustvisser OD1 Martha, de motorjacht Napoleon, de spits Alyv en de kustvaarder SeaSens.
Auteurs: Becuwe, Frank
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Baasrode (Dendermonde)
De motorspits Alyv werd in 1938 gebouwd door de scheepswerf Van Praet-Dansaert. Het schip maakt deel uit van de collectie van het Scheepvaartmuseum Baasrode.
Hoogstadestraat 58 (Alveringem)
Brouwerij, bestaande uit een woonhuis en L-vormig opgestelde industriële gebouwen rondom een grotendeels gekasseide binnenplaats. Woonhuis voorafgegaan door kleine siertuin, afgezet met gecementeerd muurtje. Breedhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (mechanische pannen), uit de 19de eeuw.
Sint Maartensplein 15A-B (Koekelare)
Voormalige "Brouwerij Christiaen" of "De Inktepot", in oorsprong teruggaand tot de brouwerij die in 1807 gebouwd werd door Pieter Mergaert. De brouwerij vormt een opeenvolging van bakstenen volumes onder zadeldaken met verschillende nokhoogte, centraal gedomineerd door de vierkante mouttoren waarin het gekiemde graan gedroogd werd. Achter de mouttoren bevindt zich de schoorsteen met jaarsteen "1870".
Ieperse Steenweg 96 (Veurne)
Herenhuis (nok loodrecht op de straat) ingeplant midden omhaagde tuin met hek; rechts, aan de straat gelegen voormalige brouwerij en mouterij, thans drankenopslagplaats zogenaamd "De fabriek" volgens opschrift; beide uit het vierde kwart van de 19de eeuw.
Noordstraat 3 (Lo-Reninge)
Het huidige hotel gaat terug op de voormalige nu zwaar verbouwde 19de-eeuwse brouwerij Verlende. Bewaard ijzeren hekken aan de straat, toegangsdreef met oude linden. De site van deze brouwerij gaat terug op een woongedeelte van de abdij aangeduid op een schilderij van de Sint-Pietersabdij uit 1648.
Belgische Dreef 5-8, 7A (Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht)
Gebouwengroep als herenhoeve opgetrokken in 1851 door hertog Prosper van Arenberg na de indijking van de polder en bestaande uit woonhuis met haaks erop aangebouwd bedrijfsgebouw en twee grote langsschuren symmetrisch tegenover elkaar en twee paardenstallen, parallel aan het huis.
Munkbaan 1-2, 1A (Pajottegem)
Tweeledige opper- en neerhofstructuur met sporen van een ringgracht verwijzend naar de motte-origine, gelegen op de linkeroever van de Mark, op de grens met Galmaarden. Het landgebruik bleef ongewijzigd sinds de 19de eeuw. Knotwilgenrijen en meidoornhagen markeren de historische percelering.
Diksmuidseweg 515 (Ieper)
"'t Stampkot", zie gevelsteen boven deur. Benaming verwijzend naar voormalige olieslagmolen aan Stampkotstraat.
Koutermolenstraat 5A (Kortemark)
De Koutermolen is een standaardmolen op torenkot, gelegen op een molenberg. De windmolen was vroeger een olie- en korenmolen, maar doet heden enkel nog dienst als korenmolen. Bij de molen behoort ook een voormalige maalderij.
Steenstraat (Kortemark)
De Kruisstraatmolen is een standaardmolen met gesloten voet, gelegen op een molenbelt. De windmolen doet dienst als korenmolen.
Tingelhoek 9A (Assenede)
Korenmaalderij van circa 1923 gebouwd op de plaats van een gesloopte korenwindmolen. Aan de straat gelegen, gewit bakstenen maalderijgebouw met ijzeren schuifpoort en rondboogvensters. Goed bewaarde maalinrichting met twee steenkoppels met alle bijbehorende uitrusting. In 1956 werd de maalderij vergroot.
Edingseweg 401-405 (Geraardsbergen)
Zware bakstenen gebouwen van vier bouwlagen onder zadeldaken, uit de 20ste eeuw, maar teruggaande tot een watermolen welke in de 19de eeuw haar voornaamste uitbreidingen kende.
Samelstraat 61 (Sint-Gillis-Waas)
Maalderij Van Goethem, met een eenvoudige woning, en een achtzijdig bakstenen maalderijgebouw uit de 19de eeuw.
Weststraat 5 (Oudenburg)
Molen Acke, een bakstenen stellingmolen van 1858-1860, is beeldbepalend gelegen. De molenromp met mechanische maalderij en de molenaarswoning met bakhuis zijn opgesteld rondom een gekasseid erf. Een ijzeren poort links van de half vrijstaande woning verschaft toegang tot het erf. Samen met de kerktoren vormt de hoge molenromp een baken in het centrum van Oudenburg. De molen is genoemd naar Marcel Acke die op de molen maalde van 1928 tot 1981.
Oostduinkerke (Koksijde)
De Moed en Vertrouwen werd in 1942 door Jules Denye als kustvisser gebouwd en staat vandaag op het droge opgesteld in Oostduinkerke.
Antwerpen (Antwerpen)
De Napoleon is een stalen motorjacht dat in 1929 op de scheepswerf Van Praet-Dansaert (Baasrode) werd gebouwd.
Pastoor Schmitzstraat 4 (Koksijde)
Het vissersvaartuig OD1 Martha werd na talrijke verbouwingen als monument beschermd, gerestaureerd en vormt nu de blikvanger van het NAVIGO visserijmuseum.
Stenedorpstraat 4 (Oostende)
De Molen van Stene of Plaatsemolen, een bakstenen bergmolen, verving in 1852 een staakmolen. De bewaarde romp is achterin gelegen achter de molenaarswoning uit de tweede helft van de 19de eeuw, nu een herberg. De molen domineert samen met de Sint-Annakerk de historische dorpskom van Stene.
Knokstraat 10 (Wingene)
De Knokmolen, een bakstenen stellingmolen, werd in 1840 gebouwd. Oorspronkelijk was het een olie- en korenwindmolen, vanaf 1940 enkel nog een korenmolen. De molen kreeg doorheen de tijd meerdere benamingen: Galgemolen, Sebastopolmolen, Spiesschaertszemeulen en Billietszemeulen. De maalderij van na de Tweede Wereldoorlog sluit onder de betonnen stelling aan bij de molen. De gerenoveerde molenaarswoning en het schuurtje op het molenerf behielden het oude volume en typologie.
Groenhagestraat 21 (Middelkerke)
De site van de Groenhagemolen of Molen Rommel omvat de molenromp, de vroegere molenaarshoeve met woning en bakhuis, en een mechanische maalderij. Het geheel met een hoge ensemblewerking is gelegen op een deels gekasseid erfperceel. De stenen grondzeiler werd in 1871 gebouwd ter vervanging van een houten staakmolen. Ook de molenaarshoeve dateert van dat moment. De mechanische maalderij werd gebouwd in 1929.
Biezenstraat 5 (Zuienkerke)
De site van de verdwenen Kleine Molen van de Meetkerkse Moeren ligt 200 meter ten zuiden van de bewaarde Grote Molen. Het pompgemaal en het vroegere molenaarshuis zijn gelegen langs het Moerzwin dat beide sites verbindt. In 1868 werd de Kleine Molen, een poldermolen met buitenscheprad, afgebroken en vervangen door een pompinstallatie, aangedreven door een stoommachine met schoorsteen. Vanaf 1928 werd het gemaal aangedreven met een dieselmotor, vanaf 1942 door een elektrische motor.
Antwerpen (Antwerpen)
De Stadsgraanzuiger 19 werd in 1927 in gebruik genomen door de haven van Antwerpen om graan over te slaan van zeeschepen op binnenschepen. Het is een ponton met daarop een zuiginstallatie op basis van stoom.
Dorpsstraat 38, Sint-Jorisplein 1 (Koekelare)
Voormalig veevoeder- en kunstmestbedrijf Pyck, opgericht in 1937 ter vervanging van een voormalig magazijn. Leon Pyck vroeg toen de toelating voor het inrichten van een "mekanieke koornmaalderij met cylinder en megelwerktuig van koelen".
Knokstraat 10 (Waregem)
Dieper gelegen vlassite uit de jaren 1940-1950 op de hoek met de Knokstraat en gelegen achter een deels herbouwde hoeve aan de kant van de Sprietestraat (nummer 350). De site is gelegen op de grens met de gemeente Deerlijk en is vandaag in gebruik door een boomkwekerij.
Gen. Eisenhowerstraat 1 (Kuurne)
Voormalige vlassite van de familie Sabbe bestaande uit een zwingelarij, schuren, burelen en conciërgewoning. De gebouwen zijn gegroepeerd rondom een erf met gekasseide oprit. In 1882 bouwde vlaskoper Leo Sabbe de woning op dit perceel, die in 1905 wordt geflankeerd door een magazijn en in 1906 wordt uitgebreid met een achterin gelegen vlasfabriek (zwingelarij), in opdracht van Cyriel Sabbe. Verdere uitbreiding van de site in de eerste helft van de 20ste eeuw.
Rupelmonde (Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht)
De West-Hinder 1 werd gebouwd in Oostende bij Béliard-Crighton in 1950 en diende als lichtschip voor de kust. Het schip ligt vandaag in Rupelmonde.
Zeebrugge (Brugge)
De West-Hinder 2 werd gebouwd in Oostende bij Béliard-Crighton in 1950 en diende als lichtschip voor de kust. Het schip ligt vandaag op de kaai in Zeebrugge.