De NV Hengelosche Electrische En Mechanische Apparaten Fabriek (afgekort: Heemaf) gaat terug op het technisch bureau dat in 1894 door R.W.H. Hofstede Crull in Borne werd opgericht. Reeds in 1897 ontstond hieruit de firma Hofstede Crull & Willink, die zich toelegde op de inrichting en exploitatie van elektrische centrales. In 1900 werd het bedrijf overgebracht naar Hengeloo en in 1908 omgevormd tot de NV Hengelosche Electrische En Mechanische Apparaten Fabriek. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog stagneerde de Duitse afzet van elektrotechnische apparatuur in Nederland. Hierdoor bracht de NV Heemaf haar voornemen om ook elektromotoren en dynamo’s te gaan vervaardigen versneld tot uitvoering. Hierbij kon gebruik gemaakt worden van de expertise van de A.E.G.-dochteronderneming Sachsenwerk uit Dresden, waarmee Heemaf een licentieovereenkomst had gesloten. Daarnaast produceerde het bedrijf ook telefoontoestellen en werd het meer en meer een belangrijke installateur van complete elektrische installaties voor fabrieken, havenbedrijven, waterstaatswerken en spoorwegen.
Heemaf-elektromotoren werden geplaatst in onder meer de brouwerij-mouterij Facon in Bellegem (Kortrijk) en de mouterij Huys in Sint-Kruis (Brugge). Molens of maalderijen die met een Heemaf-elektromotor waren uitgerust, zijn bij voorbeeld de Beltmolenromp in Betekom (Begijnendijk), de Plaatsemolen in Buggenhout, de Neerheidemolen in Asse Ter Heide (Asse), de Campomolen in Asse, de Napoleonsmolen in Hamont (Hamont-Achel), de windmolen De Lilse Meulen in Sint-Huibrechts-Lille (Pelt) en de mechanische graanmolen Beeken in Diepenbeek.
Ook het pomp- en zuiveringsgebouw in Heverlee (Leuven) werd uitgerust met Heemaf-toestellen. Een Heemaf-generator maakt deel uit van de uitrusting van de steenbakkerij Cobricam in Sint-Lenaarts (Brecht). In het vlasbedrijf Verschaeve in Kuurne is de alternator van Heemaf-makelij.
Auteurs: Becuwe, Frank
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Kwabrugstraat 23 (Kortrijk)
Complex bestaande uit brouwerswoning, oude brouwzaal, opslagruimte en brouwtoren (vermoedelijk voormalige mouteest). Brouwerij, in oorsprong Damberd-Facon gesticht in 1874 door Allard-Victor Facon. Zijn zoon Aurel Facon, tevens burgemeester van Bellegem was beheerder tot 1934. Thans wordt de brouwerij nog steeds uitgebaat door leden van de familie Facon.
Stationsstraat 16 (Diepenbeek)
De voormalige mechanische graanmolen van de Weduwe Hendrik Beeken, opgericht in 1922 en buiten bedrijf sedert 1971, is gelegen achter het woonhuis.
Luit.-Gen. Gérardstraat 46 (Kuurne)
Historische hoeve ten zuiden van de dorpskern, gelegen op de linkeroever van de Leie. Vanaf 1936 hoort bij de hoeve een industrieel vlasbedrijf met roterij en schoorsteen, zwingelarij, voormalige vlasschuur en hangars gelegen ten noordwesten van de hoeve.
Napoleonspad 7 (Hamont-Achel)
De Napoleonsmolen is een koren- en olieslagmolen, opklimmend tot het begin van de 19de eeuw, in Limburg de enige stenen bovenkruier van het type stellingmolen met ronde houten stelling. De molen is gebouwd in 1804, zie inscriptie in witgeschilderde baksteen op de romp: AN XII/ 1804.
Krapstraat 161 (Buggenhout)
De Patattenmolen of Plaatsemolen is een laat 18de-eeuwse stenen korenwindmolen van het type bovenkruier (oorspronkelijk grondzeiler, later bergmolen) met een elektromechanische maalderij van 1921 en een molenaarswoning met stallen van 1864.
Abdijstraat (Leuven)
Het pomp- en filtergebouw in neotraditionele stijl werd in 1931 opgetrokken in opdracht van de vroegere Nationale Maatschappij der Waterleidingen of de huidige Watergroep. De pomp- en zuiveringsinstallatie werd gerealiseerd volgens de plannen van ingenieur J. Morsaint. Deze voorziening kreeg een in de omgeving passend architecturaal kader ontworpen door architect A. Van Moer. De technische installatie werd geleverd door de machinefabrieken Gebr. Stork & Co en Heemaf (Hengelosche Electrische en Mechanische Apparaten Fabriek), beide gevestigd in het Nederlandse Hengelo, waarvan de betrokken ingenieurs worden vermeld op de gevelsteen.
Pater Damiaanstraat 1-5, 3A (Begijnendijk)
De Puttenbergmolen, opgericht in 1847, is een bewaarde molenromp die teruggaat op een korenmolen, van het type bovenkruier, stenen bergmolen (beltmolen) met kettingkruiwerk. Voor de Eerste Wereldoorlog werd de molen verbouwd tot een mechanische maalderij. Ten oosten van de molen staat een vierkante bakstenen schoorsteen en ten zuidoosten de 19de-eeuwse molenaarswoning.
Neerheide 19-21 (Asse)
De windmolen van Terheide, is een bewaarde molenromp die teruggaat op een laat-18de-eeuwse korenmolen, van het type bovenkruier, stenen bergmolen (beltmolen). Op de molensite bevinden zich twee molenaarswoningen: een vroeg-19de-eeuwse, heden gedeeltelijk ingebouwde, molenaarswoning en ten zuiden een latere, tweede molenaarswoning uit het midden van de 19de eeuw.
Asbeekstraat 12 (Asse)
Voormalige watermolen van Asbeek, een korenmolen zogenaamd Onderste Watermolen, vermoedelijk gebouwd ter vervanging van de Overste Watermolen. De site bestaat uit een ten dele gekasseid erf met ten zuiden het haaks ingeplante, voormalige woonhuis met aansluitend molenhuis achteraan en vergroot met 19de-eeuwse bijgebouwen tegen de langsgevels, ten westen de tot atelier ingerichte stal, uitgebreid in de loop van de 20ste eeuw; de schuur ligt ten noordoosten en een ruim bakhuis ligt ten zuidwesten van het woon- en molenhuis; de beekbedding ten zuiden werd gedeeltelijk omgeleid maar de waterkering, verdeel- en sluiswerk bleven behouden. Molensite met weiland en boomgaard. Beboste beekvallei en open akkers en weilanden rondom.
Vaartkant Links 44 (Brecht)
Steenbakkerij Cobricam N.V. met twee bewaarde stoommachines, stoomketels en elektrische installatie in het machinehuis.
Lilsemolenstraat 11 (Pelt)
De Lilse Molen, gebouwd in 1908-1909, is een korenmolen, van het type stenen bovenkruier, bergmolen (beltmolen). De windmolen is gelegen op een met gras begroeide belt, onderaan omringd door een meidoornhaag. Aan de oprit van de molen grenst de kopgevel van een vrijstaand bakstenen volume onder zadeldak, vermoedelijk teruggaand op een circa 1930 bijgebouwde magazijn.