De Werkhuizen Leon Claeys werden in 1906 opgericht door Leon Claeys, nadat hij in Duitsland bij de firma Jacobi in de afdeling landbouwmachines praktijkervaring had opgedaan. Aanvankelijk voerde deze zoon van een dorpssmid Duitse landbouwmachines in. In 1910 bouwde hij nabij het station in Zedelgem een fabriek voor de bouw van eigen machines, waaronder vooral landbouwmachines. Onmiddellijk na de Eerste Wereldoorlog had het bedrijf erg te lijden onder de invoer van Duitse landbouwmachines die als schadevergoeding bij de West-Vlaamse boeren terechtkwamen. Met de algemene economische heropleving tijdens het interbellum kwam het bedrijf opnieuw tot bloei. In de naoorlogse periode specialiseerde Claeys zich in de bouw van benzine- en dieselmotoren voor de aandrijving van landbouwmachines. Vlak vóór de Tweede Wereldoorlog begon Claeys zelf ook landbouwtrekkers te produceren. In 1952 bracht Claeys als eerste een zelfrijdende maaidorser op de Europese markt. In 1963 wijzigde de naam na een gerechtelijk dispuut met de Duitse concurrent Claas in Clayson. Toen Sperry New Holland, dat sinds 1964 meerderheidsaandeelhouder werd, in 1986 overgenomen werd door Ford Motor Company, ging Clayson deel uitmaken van de nieuwe firma Ford New Holland. Ingevolge een overname door Fiat wijzigde de firmanaam in 1991 in N.H. Geotech en in 1993 in New Holland.
Claeys-dieselmotoren werden onder meer geplaatst in de Boembekemolen in Michelbeke (Brakel), de Vermeulenmolen (circa 1930) in Elverdinge (Ieper), de Caillaertmolen (1932) in Brugge, de Lievens- of Plaetsemolen (1932) in Zedelgem, Desmet (1933) in Assebroek (Brugge), Biervliet (1934) in Beerst (Diksmuide), Ramman (1934) in Roksem (Oudenburg), Beirens (1934) in Houtave (Zuienkerke), Ramman (1935) in Snaaskerke (Gistel), Decorte (1936) in Eernegem (Ichtegem), de Kruiskalsijdemolen in Leke (Diksmuide) en de brouwerij-mouterij Lebbe in Gits (Hooglede). Een Claeys-Moës dieselmotor dreef de maalderij Beeuwsaert (vanaf 1933) in Bikschote (Langemark-Poelkapelle).
Gloeikop-dieselmotoren van de firma Claeys werd geïnstalleerd in de maalderijen Tilleman (1937) in Wulpen (Koksijde) en Himpens (1938) in Oostkamp. Een mobiele gloeikopmotor dreef de maalderij Delameilleure (1933) in Koekelare aan.
Auteurs: Becuwe, Frank
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Pilkemstraat 28 (Langemark-Poelkapelle)
De Blauwe Molen, veelal ook de Beeuwsaert- of Bikschotemolen genoemd, is een standaardmolen met gesloten voet, die functioneert als korenmolen. De houten molen, gelegen op een molenbelt, maakt deel uit van een groter ensemble, bestaande uit een burgerhuis, een aanleunende maalderij en een dwarsschuur. Deze gebouwen dateren van de jaren 1920 en situeren zich binnen de wederopbouw van de frontstreek na de Eerste Wereldoorlog.
Vlamertingestraat 77, 77A (Ieper)
De Vermeulenmolen, ook Stenen Molen genoemd, is een stenen stellingmolen, die in oorsprong fungeerde als olie- en korenmolen en gebouwd werd in 1843. Links van de molen bevindt zich het woonhuis van de molenaar, dat getuigt van een historiserende wederopbouwarchitectuur.
Kruiskalsijdestraat 7 (Diksmuide)
De Kruiskalsijdemolen was een stenen stellingmolen, die aangepast werd tot mechanische maalderij. De molenromp, gebouwd omstreeks 1871 op een kleine belt, is bewaard samen met een aanpalend bijgebouw, vermoedelijk daterend uit 1899 en wellicht bedoeld voor de plaatsing van een stoommachine.
Burg. Jos. Lievensstraat (Zedelgem)
De Plaetsemolen is een stenen bergmolen, gelegen in een nog vrij landelijke omgeving. Deze olie- en korenmolen verving in 1866 een vroegere staakmolen. De molensite op deze plaats werd reeds vermeld in de eerste helft van de 16de eeuw. De benaming Plaetse- of Dorpsmolen verwijst naar de ligging op nog geen halve kilometer van de kerk. In 1932 vielen de wieken definitief stil en werd een mechanische maalderij bij de molen gebouwd. De maalderij werd aangedreven door een monocilinder dieselmotor van het Zedelgemse bedrijf Claeys. Nabij de maalderij is een ronde waterput opgemetseld in baksteen.
Boembeke (Brakel)
De oudste gekende vermelding van de Boembekemolen dateert van 1548 maar de molen is waarschijnlijk ouder. De molen werd eind 19de eeuw en in de eerste helft van de 20ste eeuw aangepast aan de nieuwe economische en technische ontwikkelingen. De watermolen vormt het hart van de molensite en dateert in zijn huidige uitzicht uit 1945. Het woonhuisje aan de straatkant dateert in zijn huidige vorm uit 1925.