Het bedrijf Heinrich Lanz AG in Mannheim werd in 1860 door Heinrich Lanz opgericht en groeide vrij vlug uit tot een belangrijke constructeur van landbouwmachines, locomobielen en tractors. Na zijn dood in 1905 werd Heinrich Lanz in het bedrijf door zijn zoon Dr. Karl Lanz opgevolgd. In 1911 werd met het bedrijf Johan Schütte een samenwerking opgezet voor de bouw van luchtschepen onder de merknaam Schütte-Lanz. Kort vóór de Eerste Wereldoorlog werd ook de productie van benzine- en dieselmotoren opgestart. Vooral op het vlak van de ontwikkeling en toepassing van semi-dieselmotoren was Lanz baanbrekend. Na de oorlog bouwde het bedrijf zijn eerste tractoren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg het bedrijf het hard te verduren, onder meer door de vernietiging van de Lanz-fabrieken. Na de oorlog startte het bedrijf opnieuw op maar kende het weliswaar nooit meer de voorspoed van voorheen. Omstreeks 1958 nam het Amerikaanse bedrijf John Deere, waarmee Heinrich Lanz sinds 1902 in contact stond, de Lanz-fabrieken over. De machines werden voortaan niet meer in de typisch blauwe Lanz-kleur maar in de groen-gele combinatie van John Deere geschilderd. Tot 1969 bleef de gemengde merknaam John Deere-Lanz herinneren aan de machinebouwer Heinrich Lanz.
Stoommachines en stoomketels van het merk Heinrich Lanz werden geplaatst in onder meer de maalderijen Vervaecke (1900) in Dadizele (Moorslede) en Corselis (1923) in Wervik. Met een Lanz-mazoutmotor werd onder meer de maalderij Boudt (1935) in Slijpe (Middelkerke) uitgerust. Een Lanz-tractor dreef bij windstilte de Windmolen Ter Klare in Sint-Denijs (Zwevegem) aan.
Auteurs: Becuwe, Frank
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)