Persoon

Pompe, Antoine

ID: 4056   URI: https://id.erfgoed.net/personen/4056

Beschrijving

Antoine Pompe, zoon van een goudsmid, volgde van 1885 tot 1890 tekenlessen aan de Brusselse academie; van 1891 tot 1893 studeerde hij toegepaste kunst aan de Kunstgewerbeschule in München. Als bewonderaar van de schilderkunst van Arnold Böcklin zou de romantische en idealistische cultuur van Duitsland steeds een inspirerend voorbeeld zijn voor Pompe. Als getalenteerd tekenaar werkte Pompe ondermeer bij Victor Horta; in 1899 liep hij stage bij de Brusselse architect Georges Hobé waar hij de Engelse woonarchitectuur leerde kennen. Hij maakte er ook kennis met Adhémar Lener en Fernand Bodson.

In 1910 realiseerde Pompe zijn eerste grote werk, een orthopedische kliniek in Sint-Gillis. Dit werk, in opdracht van dokter Van Neck, kwam op de voorgrond van het architectuurdebat. Het project bood enkele rationele oplossingen die een nieuwe architectuur aankondigden na het eclecticisme en de art nouveau.

Tussen 1910 en 1921 werkt Pompe samen met Fernand Bodson. Zij werkten mee aan de wederopbouw na de Eerste Wereldoorlog en verspreidden de tuinwijkgedachte. Zo ontwierpen zij de heropbouw van Dinant (1915-1919) en bouwden ze mee aan de Bataviawijk in Roeselare (1919). In 1921 krijgt Pompe een octrooi voor het ontwikkelen van holle betonblokken, het DS-systeem. Dit constructieproces wordt gebruikt in Het Rad in Anderlecht (1921) en in de tuinwijk van Hautrage-Nord (1922). Tussen 1922 en 1926 zal Pompe samenwerken met Huib Hoste, J.-F. Hoeben, Louis Van der Swaelmen en Paul Rubbers aan de bouw van de tuinwijk Kapelleveld te Brussel.

Bij de oprichting van Institut Supérieur des Arts Décoratifs van La Cambre werd Antoine Pompe gekozen door Henry Van de Velde om de cursus meubilair te geven. Vanaf deze periode, tussen 1927 en 1939, begon Pompe zich kritischer op te stellen tegenover de evolutie van de Moderne Beweging. Tijdens de Tweede Wereldoorlog schreef hij het onuitgegeven boek Le super-homme ou l’homme de demaine, waarin hij op ironische wijze het waanbeeld van de functionalistische architectuur aan de kaak stelde.

  • HENNAUT E. & LIESENS L. 1994: Cités-jardins 1920-1940 en Belgique, Brussel.
  • VAN LOO A. 2003: Repertorium van de architectuur in België van 1830 tot heden, Antwerpen.


Erfgoedobjecten

Ontwerper van

Bataviawijk

Ardooisesteenweg 178-202, Baasrodestraat 1-4, 6, Batavialaan 1-72, 73-115, Geelstraat 5-18, 19, Lierstraat 4-47, 48-58, Mandellaan 251-259, Schellebellestraat 1-30, 31-43, Wetterenstraat 1-14, Wichelenstraat 2-3, 4-24 (Roeselare)
Tuinwijk van 200 woningen voor arbeiders, eerste steenlegging in 1919, door de Dienst der Verwoeste Gewesten.


Hof van Riemen

Orshagenstraat 11 (Heist-op-den-Berg)
Het Hof van Riemen is een omgracht ensemble met een beukendreef als overblijfsel van de verbindingsweg tussen het hof en de dorpskern. Het was oorspronkelijk een middeleeuws leengoed.


Rijhuis ontworpen door F. Bodson en A. Pompe

Muinklaan 6 (Gent)
Burgerhuis met kantoor, volgens de bouwaanvraag van 1914 gebouwd naar ontwerp van het architectenvennootschap F. Bodson & A. Pompe, in opdracht van de heer Eduard Rossel. Enkelhuis van vier bouwlagen en een bijkomende zolderverdieping onder een plat dak verscholen achter een pseudo-mansardedak met vernieuwde dakvlakramen.


Tuinwijk Pompe-Rubbers

Nieuw-Rodelaan 1-23 (Sint-Genesius-Rode)
Reeks van twaalf bediendenwoningen, gerealiseerd door Antoine Pompe en Paul Rubbers, kadastraal geregistreerd in 1927.

Opdrachtgever van

Bataviawijk

Ardooisesteenweg 178-202, Baasrodestraat 1-4, 6, Batavialaan 1-72, 73-115, Geelstraat 5-18, 19, Lierstraat 4-47, 48-58, Mandellaan 251-259, Schellebellestraat 1-30, 31-43, Wetterenstraat 1-14, Wichelenstraat 2-3, 4-24 (Roeselare)
Tuinwijk van 200 woningen voor arbeiders, eerste steenlegging in 1919, door de Dienst der Verwoeste Gewesten.


Thema's