Persoon

Claessens, André

ID: 763   URI: https://id.erfgoed.net/personen/763

Beschrijving

André Claessens (1904-1960) : een onbekend Gents modernist.

Andreas Willem Karel Claessens wordt geboren op 26 maart 1904, in de Godshuizenlaan nr.120 te Gent. Zijn vader was postmeester en tekende in z'n vrije tijd natuurgetrouwe landschappen. Waarschijnlijk volgde André Claessens vanaf z'n 12de jaar de algemene artistieke opleiding aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten, en startte hij op 15-jarige leeftijd met de eigenlijke architectuuropleiding. Zijn naam duikt pas op in de leerlingenregisters van het schooljaar 1921/22, wanneer hij in het 3de studiejaar "bouwkunde" zit. Van dit 3de studiejaar gaat hij rechtstreeks over naar het 5de, hetgeen er wellicht op wijst dat hij een goede leerling was. Op de belangrijke "Exposition Internationale" te Parijs in 1925 behoort hij trouwens tot de delegatie die de Gentse Academie op de expo vertegenwoordigt. Zijn eigenlijke opleiding is voltooid in 1926, maar in afwachting van "de vierjaarlijkse grote kampstrijd" blijft hij les volgen. In 1928 tenslotte, op 24-jarige leeftijd, behaalt hij in deze kampstrijd het diploma "Bouwmeester der Academie van Gent". André Claessens zetelde regelmatig in de jury van de prijskampen van de Gentse Academie en was lid van de "Société des Architectes de la Flandre Orientale" (S.A.F.O.), de V.A.C. (=? Vlaamse Architecten Centrale), en de "Société Belge des Urbanistes et Architectes Modernes (S.B.U.A.M). Hij overleed te Gent, op 3 juni 1960, 56 jaar oud.

André Claessens was een overtuigd modernist. Via de "Société Belge des Urbanistes et Architectes Modernes" en vriendschappen met gelijkgestemde collega's (o.a. Geo Bontinck en Gaston Eysselinck), waarschijnlijk ook via reizen en tijdschriften hield hij "voeling" met het eigentijdse architectuurgebeuren. Wanneer men bedenkt dat in deze periode slechts zeven Gentse architecten lid waren van de S.B.U.A.M., dan versterkt dit nog de visie dat Claessens behoorde tot de meest progressief ingestelde architecten uit het Gentse in deze periode. In zijn ontwerpen toont Claessens zich een vooruitstrevend architect, die niet terugdeinst voor technisch gewaagde constructies. Zo kwamen naar verluidt in die tijd verschillende architecten zijn verbouwing van de winkel in de Vlaanderenstraat nr. 66 bekijken. Bij deze verbouwing bracht hij het gewicht van de gevel over op één slanke zuil en ontwierp hij een etalage bestaande uit één stuk gebogen glas van verschillende vierkante meters. Om het aandampen van deze etalage tegen te gaan, ontwierp Claessens een vernuftig verluchtingssysteem onderaan in het metalen raam. Bij de herinrichting van de Cinéma Capitole bracht hij een groot "zwevend" balkon aan, wat in die tijd bij de bezoekers een enorme sensatie veroorzaakte. Typisch modernistisch is ook zijn interesse in de problematiek van het urbanisme. De enige tekst in dat verband van zijn hand is een inleiding voor een soort publicitaire uitgave , geschreven samen met twee andere bevriende architecten, namelijk Fritz Coppieters en Jean Hebbelynck. Deze tekst is een pleidooi voor het belang van een urbanistisch beleid van overheidswege. Claessens' belangstelling op stedebouwkundig vlak wordt trouwens bevestigd door zijn lidmaatschap van de "Société Belge des Urbanistes et Architectes Modernes".

Toch was Claessens niet dogmatisch modern. Zo had hij bijvoorbeeld geen problemen met het verzoenen van traditionele elementen (bijvoorbeeld een rieten dak) met een functionele planindeling en modern comfort. Dit is voornamelijk merkbaar in z'n villa's gesitueerd in een landelijke context. Een gelijkaardige instelling merken we bijvoorbeeld bij architecten als Jules Lippens en Fritz Coppieters. Ook in een gesprek met P.L.Flouquet, gepubliceerd in het tijdschrift Bâtir , toont Claessens zich een gematigd modernist. Volgens de architect is het fout te vertrekken vanuit vooropgestelde theorieën. Elke nieuwe opdracht moet apart overwogen en uitgewerkt worden en een oplossing "op maat" krijgen. Alhoewel het functionele aspect belangrijk is, mag en kan architectuur niet herleid worden tot het louter beantwoorden van functionele problemen met standaard-oplossingen : de fantasie van de architect maakt essentieel deel uit van het creatieproces. Zoniet ontstaan hele reeksen gelijkaardige gebouwen. Moderne architectuur ontstaat voor hem evenmin uit het zoeken naar wat hij noemt "acrobatische hoogstandjes" : verbluffende façades, ingewikkelde grondplannen of technische records. Architectuur moet steeds gebaseerd blijven op maatvolheid en evenwicht. Deze visie op architectuur als een weloverdacht samengaan van theorie en fantasie, van functionalistische principes en esthetische bekommernis, komt duidelijk tot uiting in het oeuvre van Claessens.

In tegenstelling tot vele van zijn collega's was Claessens eerder liberaal dan socialistisch ingesteld. Zijn opdrachtgevers vinden we voornamelijk bij de begoede middenstand en de hogere burgerij. Van zijn hand zijn dan ook géén utopische tuinsteden of sociale woningbouwprojecten gekend, wél rijhuizen, bedrijfsgebouwen, kantoren, appartementsgebouwen, winkels en villa's.

Het hoogtepunt van Claessens' carrière lag duidelijk tussen eind de jaren '20 en eind de jaren '30, wat niet wil zeggen dat hij later géén interessant werk meer realiseerde! Belangrijk was de opdracht in 1928 tot het ontwerpen van de burelen en het werkhuis voor "Metagra", op de hoek van de Meersstraat en de Raketstraat. Deze bedrijfsgebouwen zijn een uniek voorbeeld van de toepassing van de zogenaamde "Internationale Stijl" op het vlak van industriële architectuur en kantoorbouw te Gent. De witgepleisterde gevel , geplaats op een donkere sokkel, lijkt los te komen van de grond. De wand in de Raketstraat wordt gedomineerd door de vertikaal ingedeelde vensterstroken die over de gehele breedte van de gevel lopen. Het gebouw kan de vergelijking met de fraaiste buitenlandse voorbeelden van de Internationale Stijl probleemloos doorstaan !

Daarnaast verbouwde Claessens ook verschillende winkelpanden, onder andere "Sitis", "Optica", "Warie" en " S.A. Ureel ", in een stijl die typisch voor de jaren '30 te noemen is. Kenmerkend voor deze stijl zijn: continu beglaasde etalagewanden, het wegvallen van het principe van axialiteit, de omkadering met geglazuurde tegels, de voorliefde voor gestroomlijnde en verchroomde elementen en de ontplooiïng van de rijke verscheidenheid der Art Déco-lettervormen. Al deze elementen vinden we in de winkelpuien van Claessens terug.

In zijn ontwerpen voor rijhuizen toont hij een voorkeur voor een afwisseling van baksteen met bepleisterde delen , waarbij door verschillend materiaalgebruik de onderbouw en de verdiepingen visueel sterk van elkaar gescheiden worden. Toch ontwerpt hij ook enkele volledig bepleisterde gevels (Vaderlandstraat nr.10, 1931) en zelfs een gevel, bezet met roze faïencetegels op een zwart-glanzende onderbouw (K. Albertlaan nr.97, 1936) ! Meestal maakt hij géén sterk onderscheid tussen de deur- en de venstertravee. Zijn rijhuizen hebben overwegend een plat dak. De vensters zijn meestal rechthoekig en in de tweede en derde bouwlaag gegroepeerd in horizontale vensterstroken, centraal in de gevel. Daarnaast maakt hij ook graag gebruik van ronde "patrijspoort-openingen" of zelfs van de liggende ovaal-vorm. De vensters zijn bijna steeds op gelijke hoogte met het vlak van de gevel gelegen. Qua ruimte-indeling is Claessens in z'n rijhuizen vrij traditioneel, maar praktisch. Bewoners omschrijven de huizen als aangename, comfortabele woningen. De kamers zijn ruim en goed verlicht, waarbij de architect gebruik maakt van balken van gewapend beton om grote muurdoorbrekingen te kunnen realiseren. Waar mogelijk worden kasten ingebouwd. Claessens' woningen vallen ook nu nog op in het straatbeeld en doen verrassend actueel aan. De ( helaas afgebroken ) woning op de Koningin Astridlaan, de woning in de Vaderlandstraat nr. 10 en deze in de P.Fredericqstraat nr. 84a getuigen van een sterke wil tot versobering en stralen een eenvoudige, geometrische schoonheid uit. De woning op de Albertlaan nr. 97 is nog steeds bijna shockerend modern. De met roze faïencetegels bezette gevel op een zwartglanzende onderbouw springt sterk in het oog van de voorbijganger. Doch niet enkel de kleur, maar ook de gehele vormgeving van de gevel is zeer "apart". De gevel is vlak, met een bijna volledig beglaasde uitbouw op ovaal grondvlak in de tweede bouwlaag. Het venster in de onderbouw heeft eveneens een ovale vorm. Het decoratief uitgewerkte balconhek, de indrukwekkende metalen vleugeldeur, de ornamentele bekroning van de toegangsdeur en de vlaggemast zijn allen elementen die door hun gestroomlijnde vorm verwijzen naar de zogenaamde "Streamline Moderne"-stijl, een stijlstroming die werd benvloed door de futuristische ideeën van kracht, beweging, dynamisme en aërodynamica en die zowel tot de late Art Déco als tot de Nieuwe Zakelijkheid kan gerekend worden . In 1937 inspireerde architect Joseph Lycke zich sterk op deze woning van Claessens voor het ontwerp van de "Woning van der Veeken" op de Koningin Astridlaan te Wetteren . Ook te Mechelen, namelijk in de Willem Rossierstraat nr. 23, komt een woning voor die een sterke verwantschap vertoont met Claessens' gebouw op de Albertlaan. De architect ervan is niet gekend.

Bij Claessens' villa-ontwerpen vallen in deze vooroorlogse periode twee basis-types te onderscheiden :

Enerzijds zijn er de bij de traditie aanleunende landhuizen, zoals bijvoorbeeld de villa "Kriekenberg" in de Rode Beukendreef te Deurle uit 1934. Deze landhuizen gaan in hun globale vorm terug op de traditionele villabouw. Zij zijn in harmonie met de omliggende tuin uitgewerkt. Meestal is de gevel witgekalkt of wit bepleisterd. De dakbedekking bestaat uit pannen of soms uit riet. Deze woningen hebben een sterke vereenvoudiging ondergaan en zijn ontdaan van alle overbodige ornamentiek. Enkel de schouw wordt decoratief uitgewerkt. Deze moest immers, zo vertelt zijn zoon, voor Claessens steeds "een monument" zijn. De architect schroomt niet het combineren van traditonele en moderne vormen. Hiervan getuigen de halfronde uitbouwen met brede vensterstroken die men bijvoorbeeld bij de villa "Kriekenberg" aantreft. Deze uitbouwen bieden een mooi zicht op de tuin en het aangrenzende landschap.

Anderzijds zijn er de strakke, modernistisch uitgewerkte villa's, afgedekt door een plat dak. Het ontwerp voor een weekend-huis voor "Monsieur P." uit 1934 is een goed voorbeeld van dit tweede type. De woning is witgecementeerd, afgedekt door een plat dak en sterk kubus-vormig. Opvallend is de toepassing van grote glasoppervlakten. Dit ontwerp leunt qua vormgeving sterk aan bij de puristische woningen van de Internationale Stijl. Typisch voor Claessens is de variatie in vorm en grootte van de geveldoorbrekingen, die de individualiteit van de woningen benadrukken. Tot deze modernistische villa's behoort o.a. het mooie ontwerp voor "Mr. l'Ing. J.V.D. à Eecloo" uit 1929. Door zijn gestroomlijnde vormgeving, zijn vlakke, gecementeerde gevels en lange in de breedte of in de lengte uitgewerkte vensterbanden kan deze villa tot de "streamline moderne"-stijl gerekend worden. Een slanke, geëlanceerde vlaggemast vervolmaakt het geheel. Binnen deze groep komen ook bakstenen woningen voor, zoals de villa op de Kortrijksesteenweg nr. 1142 uit 1937. Ook hier vallen de grote glasoppervlakken op. De villa op het De Smet de Naeyerplein nr. 21 uit 1932 is een variant op dit thema: deze villa is opgetrokken in baksteen en modernistisch van stijl, maar wordt niettemin afgedekt door een schilddak. Deze "afwijking" van de normale, platte afdekking kan waarschijnlijk worden verklaard door de bouwreglementen in het Miljoenenkwartier. Deze bepalen immers dat maximaal 1/4 van de woning mag worden afgedekt door middel van een plat dak.

André Claessens was een zeer veelzijdig architect. Naast de hierboven besproken industriële architectuur, winkelpanden en woningen, ontwierp hij ook meubels, kantoor- en winkelinrichtingen, aankleding van bioskoopzalen en grafarchitectuur. Voor het uitvoeren van zijn meubelontwerpen werkte Claessens vóór de tweede wereldoorlog samen met een vaste meubelmaker; volgens mijnheer Loridant was dit de bekende Gentse meubelmaker "Jousse". Claessens' rol binnen de architectuur van het interbellum blijkt reeds uit deze korte studie belangrijker dan tot nu toe gedacht. De vele en diverse opdrachten te Gent, in de rest van Oost-Vlaanderen en zelfs te Brussel tonen aan dat hij als modernistisch architect sterk in trek was. Ook de navolging van zijn woning op de Albertlaan is in dit opzicht veelbetekenend. André Claessens ontwikkelde in de jaren '20 en '30 een geheel eigen stijl, die tot op heden in het oog springt en verrassend fris en modern aandoet. Hij kan tot de gematigde modernisten gerekend worden, waarbij hij met werken zoals het roze huis op de Albertlaan of de "Metagra"-gebouwen bewijst dat "gematigd" zeker geen synoniem is voor "braaf" of "saai". Doorheen zijn oeuvre toont André Claessens zich een begaafd en origineel architect die een plaats binnen de avant-garde van het interbellum meer dan verdient.

Bron: MEGANCK Leen 1995: André Claessens (1904-1960): een onbekend Gents modernist, in: Interbellum, jaargang 15, nr. 2, pp. 6-14.


Erfgoedobjecten

Ontwerper van

Woning Velghe

Koning Albertlaan 97 (Gent)
Woning Velghe, ontworpen door architect André Claessens in 1936, is representatief voor de Gentse wooncultuur tijdens het interbellum en de stijldiversiteit die deze periode kenmerkte.


Burelen en werkhuis firma Metagra ontworpen door André Claessens

Meersstraat 128, 138, Raketstraat 1A (Gent)
Burelen en werkhuis gebouwd voor de firma "Metagra" naar ontwerp van architect A. Claessens, van 1929 (gevelsteen). Hoekcomplex met de Meersstraat in Nieuwe Zakelijkheid, aansluitend bij de internationale stijlrichting. Blokvormig hoekgebouw voor de burelen met drie bouwlagen en plat dak afgelijnd door een staande pannenrij.


Burgerhuis ontworpen door André Claessens

Vaderlandstraat 10 (Gent)
Rijhuis in Nieuwe Zakelijkheid met drie bouwlagen en plat dak, gesigneerd: "A. Claessens, architect, 1931".


Burgerhuis

Nederkouter 47 (Gent)
Bepleisterde lijstgevel van drie traveeën en drie bouwlagen uit het derde kwart van de negentiende eeuw.


Villa

Warandestraat 33 (Wetteren)
Alleenstaande achterin gelegen kleine villa in omhaagde tuin. Gebouwd in 1928 voor de heer Moreau, naar een ontwerp van de Gentse architect A. Claessens. Diephuis van twee traveeën en twee bouwlagen met gevelberaping, onder een zadeldak met mechanische pannen.


Villa Remy Welvaert

Paul de Smet de Naeyerplein 21 (Gent)
Modernistische villa naar ontwerp van A. Claessens uit 1932. Het opvallende bakstenen hoekpand telt twee bouwlagen onder een dak. Het pand ligt in een omgevende tuin afgesloten door een smeedijzeren hek op betonnen plint.


Etablissements ELCO

Jan Van Rijswijcklaan 296 (Antwerpen)
Handelsgebouw in naoorlogs modernisme opgetrokken in opdracht van de pvba ELCO, naar een ontwerp van de Gentse architect André Claessens uit 1954. De firma ELCO was agent van de fabrieken Robert Bosch uit Stuttgart, één van de belangrijkste Duitse technologieproducenten.


Burgerhuis naar ontwerp van André Claessens

Sportstraat 318 (Gent)
Rijhuis van twee traveeën en twee bouwlagen naar ontwerp van architect André Claessens (Gent) van 1937. Bescheiden strakke woning in zakelijke baksteenarchitectuur met sober gevelparement van bruine baksteen.


Burgerhuis ontworpen door André Claessens

Distelstraat 21 (Gent)
Gedeeltelijk onderkelderd burgerhuis in nieuwe zakelijkheid, volgens de bouwaanvraag van 1934 naar ontwerp van architect André Claessens, in opdracht van Fernand Collart.


Tweegezinswoning naar ontwerp van A. Claessens

Leo Baekelandstraat 1, 2 (Gent)
Tweegezinswoning, ontworpen door architect André Claessens in 1959 in opdracht van Frans De Brabandere. De twee woningen zijn gekoppeld tot een organisch, asymmetrisch geheel, dat oogt als één grootschalige, dynamisch vormgegeven villa.


Villa naar ontwerp van A. Claessens

Rode-Kruisstraat 3 (Gent)
Ensemble van een villa met achterliggend paviljoen en bijhorende garage, ontworpen in een regionalistische, traditioneel landelijk geïnspireerde stijl naar ontwerp van André Claessens in 1956. Het huidige uitzicht is het resultaat van een ingrijpende verbouwing en gedeeltelijke heropbouw van een hovenierswoning met paardenstallen.