Collectief

Carlier (familie)

ID
8171
URI
https://id.erfgoed.net/personen/8171

Beschrijving

De Noordfranse familie Carlier telt volgende orgelmakers in haar rangen :

1) Philippe-Joseph Carlier (kortweg "Joseph" genoemd), °Arras (Fr.), in of rond 1700 - †Doornik (Tournai), 10.12.1762 Joseph Carlier wordt in het kerkarchief van de Brugse Sint-Walburgakerk vernoemd als "associé" van orgelmaker Jean-Baptiste Frémat uit Rijsel. (Beiden zouden daar in 1738 het orgel dat onvoltooid was door het overlijden van C. Cacheux [zie onder die naam] verder afwerken. [zie ook onder Frémat]

2) Aimé-Joseph Carlier, zoon van vorige, °Rijsel (Lille), 16.03.1740 - †Dowaai (Douai), 7.01.1814 Zijn dooppeter was orgelmaker J.-B. Frémat, met wie zijn vader geassocieerd was. Hij huwt in 1784 in Saint-Amand-les-Eaux (Fr.); zijn echtgenote overlijdt daar eind 1807 en hij verhuist naar Douai (Fr.). Hij restaureert er - wellicht reeds geassisteerd door zijn zoon - het orgel van de collegiale kerk Saint-Pierre.

3) François-Joseph Carlier, oudste zoon van vorige, °Saint-Amand-les-Eaux (Fr.), 2.04.1787 - †Dowaai (Douai), 21.01.1858 In 1841 bouwt hij een nieuw orgel in de kathedraal van Atrecht (Arras, Fr.). Hij (of zijn vader?) zou ook de auteur geweest zijn van het orgel in de kerk Saint-Jean-Baptiste in Duinkerke (Dunkerque, Fr.), waarvan het binnenwerk zou gerecupereerd zijn voor het Fr. Loncke-orgel (1903) in Krombeke (Poperinge).


Erfgoedobjecten

Uitvoerder van

Orgel kerk Sint-Blasius

Krombeke (Poperinge)
Van het orgel dat in 1789 door de Rijselse orgelmaker J.J. vander Haeghen gebouwd werd, rest heden enkel de orgelkast. Het binnenwerk werd vernield in 1794 door plunderende Franse benden. Vanaf dat tijdstip tot 1903 zijn geen geschiedkundige gegevens meer voorhanden. Het is niet uit te sluiten dat de kerk heel die tijd zonder orgel gebleven is. In 1903 werd een instrument uit de kerk van Sint-Jan-de-Doper in Duinkerke (F-Dunkerque) in de lege orgelkast van Krombeke overgeplaatst door Frederik Loncke (Esen).