Aan de basis van de Ateliers Carels Frères lag het bescheiden werkhuis voor mechanische constructies dat Charles-Louis Carels in 1838 aan de Tichelrei in Gent oprichtte. Na enkele jaren verhuisde het constructiebedrijf naar het Meerhemkanaal om zich in 1863 definitief aan het Dok te vestigen. Daartoe had Carels de oude gebouwen gekocht van de buiten bedrijf gestelde gasfabriek van de Imperial Continental Gas Association. Volgens de Commission du Travail besteedden de firma Carels bij de inrichting van hun werkhuizen veel aandacht aan veilige en gezonde werkomstandigheden voor hun arbeiders, die omstreeks 1887 met 262 waren. Beweegbare ramen en ventilatoren zorgden voor de nodige luchtverversing. De werkruimtes evenals de eetplaats van de arbeiders werden verwarmd met warme lucht via een stoominstallatie. De verlichting gebeurde door middel van gas- en in het bijzonder elektrische verlichting. Een systeem van permanente watercirculatie zorgde voor een goede afvoer van het afvalwater via de riolen. Door de stedelijke watervoorziening waren de belangrijke lokalen voorzien van proper water. Ieder jaar werden van alle lokalen (de draaierij, de bankwerkerij, de montageruimte, de smidse, de gieterij, ...) met de borstel gereinigd en witgekalkt.
Intussen hadden na het overlijden van Charles-Louis Carels in 1873 zijn zonen Alfons en Gustaaf de leiding van het bedrijf overgenomen. Onder hen specialiseerden de Ateliers Carels zich in de bouw van locomotieven, van hydraulische machines voor droogmakerijen en van brandstof besparende stoommachines door toepassing van het Zwitserse Sulzer-systeem. Tussen 1874 en 1914 bouwde Carels niet minder dan 712 stoommachines, die niet alleen een afzet vonden in West-Europa maar ook in Oost-Europese, Oost-Afrikaanse, Midden- en Zuid-Amerikaanse en Aziatische landen.
Sinds 1900 bouwden de Ateliers Carels ook dieselmotoren. Carels was op mondiaal vlak één van de eerste industriëlen die een licentie nam op het patent van Rudolf Diesel. Carels-dieselmotoren werden geëxporteerd naar Australië en Rusland, tot de Eerste Wereldoorlog een abrupt einde stelde aan deze uitvoer.
Omstreeks 1921 werd de N.V. Fabrieken Carels Gebroeders door toedoen van Belgische en buitenlandse industriëlen en financiers, waaronder Thompson-Houston, omgevormd tot de Société d’Electricité et de Mécanique (S.E.M.). In 1934 nam de S.E.M. de N.V. Oude Werkhuizen Van Den Kerckhove over. De horizontale en verticale mono-cilindrische stoommachines die het bedrijf volgens de procedés Carels, Thompson-Houston en Van Den Kerckhove bouwde, kenden een belangrijke buitenlandse afzet, voornamelijk in Nederland, Frankrijk, Spanje, Egypte en in het bijzonder Congo, de voormalige Belgische kolonie. Na 1961 fusioneerde de S.E.M. met de Ateliers de Construction Electriques de Charleroi (A.C.E.C.). In 1986 werd het bedrijf aan het Gentse Dok Noord overgenomen door het Mechelse bedrijf Pauwels.
Stoommachines van de Ateliers Carels Frères dreven onder meer de Moulins des Trois Fontaines in Vilvoorde, de stoommaalderij van de S.A. Anversoise des Moulins in Merksem, de stoommaalderij en -mouterij E. Bauchau & Cie in Leuven en de stoommaalderij De Bontridder in Mechelen aan. Vermoedelijk werd de stoommachine van het type Sulzer, die vóór 1891 in de Bekemolen, een watermolen in Mullem, werd geplaatst, ook geleverd door de Ateliers Carels Frères. De Carels-stoommachine van 350 pk, die samen met een Bollinckx-stoommachine de brouwerij-mouterij Wielemans-Ceuppens in Vorst aandreef, is nog altijd bewaard.
Dieselmotoren van Carels dreven vanaf de jaren 1930 een deel van het machinepark aan in de grootmaalderij Mertens in Viane (Geraardsbergen). De maalderij Laureys in Zele werd in 1928 uitgerust met een Carels-dieselmotor.
In de Technisch laboratoria en thermische centrale van de Universiteit Gent wordt een S.E.M.-stoomturbine bewaard. In de Elektriciteitscentrale in Izegem is een compound-stoommachine van S.E.M. Usines Carels et Van den Kerckhove uit 1937 aanwezig. Een vergelijkbare maar kleinere compoundstoommachine van S.E.M. Usines Carels et Van den Kerckhove is bewaard in de dakpannenfabriek De Pottelberg in Marke (Kortrijk). In 1978 werd de Kartonfabriek De Clercq in Zandbergen (Geraardsbergen) nog aangedreven door een compound-stoommachine van S.E.M. Usines Carels et Van den Kerckhove.
SEM-elektromotoren werden bijvoorbeeld geplaatst in de romp van de Molen van der Straeten in Mazenzele (Opwijk), in de romp van de Hoosmolen in Drongen (Gent) en in de Heetveldewatermolen in Tollembeek (Pajottegem). SEM-elektromotoren dreven ook de uitrusting van de mouterij Huys in Sint-Kruis (Brugge) aan. Voor de voortbeweging van de Nijvelkraan DE 296 in Antwerpen werd eveneens een S.E.M.-elektromotor ingezet. ACEC-SEM-elektromotoren zorgen er ook voor de aandrijving van de Elektrische walkraan 400 KA.
Diverse vaartuigen werden voorzien van een S.E.M.-dieselmotor, zoals de Loodsboot 4, de motorspits Esmeralda en de Loodsboot Stern.
Auteurs: Becuwe, Frank
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Engelse Wandeling 2F, 2I-K (Kortrijk)
"Bouwcentrum de Pottelberg", voormalige pannenfabriek. Dieper in gelegen imposant bedrijf gesitueerd langs de spoorlijn Kortrijk-Moeskroen.
Prins Albertlaan 3 (Izegem)
In gebruik genomen in 1901, nadat de gemeente in 1899 beslist om een elektrische centrale in te richten voor de verlichting van de stad. Door het mechanisatieproces in de borstel- en schoennijverheid groeide de behoefte aan elektriciteit. Bakstenen gebouw, bestaande uit twee opeenvolgende volumes onder zadeldaken; zes traveeën en één bouwlaag onder plat dak met pseudo-pilastergevel. Behouden stoommachine type tandem-compound van 1937 van 1200 pk van de firma S.E.M Division Usines Carels & Vanden Kerchove (Gent).
Rijnkaai (Antwerpen)
De 400 KA is een stalen torenkraan met een slanke constructie opgebouwd uit een portaal en een draaibare bovenbouw, gebouwd in 1961 door het consortium Holland Cranes.
Munkbaan 1-2, 1A (Pajottegem)
Tweeledige opper- en neerhofstructuur met sporen van een ringgracht verwijzend naar de motte-origine, gelegen op de linkeroever van de Mark, op de grens met Galmaarden. Het landgebruik bleef ongewijzigd sinds de 19de eeuw. Knotwilgenrijen en meidoornhagen markeren de historische percelering.
Middenstraat (Geraardsbergen)
Kartonfabriek De Clercq, voorheen "H. Behr & Cie", opgevat als een volume met een imposante verankerde bakstenen hoofdgevel gericht op de spoorweg; twee en een halve bouwlaag van veertien traveeën onder zadeldak. Bakstenen bijgebouw van één bouwlaag.
Molenstraat 89 (Zele)
Maaldershuis met mechanische maalderij, gebouwd in de jaren 1940 naar ontwerp van architect Adolf Keppens, ingeplant op de site van de vroegere Heikant- of Laureysmolen, een houten korenwindmolen die vóór 1774 was gebouwd en in 1929 werd afgebroken.
Kouterbaan 17 (Opwijk)
De molen van der Straeten, gebouwd in 1848, is een bewaarde molenromp die teruggaat op een korenmolen, van het type bovenkruier, stenen grondzeiler. Aan de molen paalt een vroeg-20ste-eeuwse bakstenen, waaiervormige aanbouw, in functie van een mechanische maalderij. Molenkouter met nog open karakter en enkele historische voetwegen.
Zuidkaai 1 (Antwerpen)
Diverse gebouwen met bakstenen lijstgevels geritmeerd door verdiepte rondboognissen, gevarieerde muuropeningen, oudste gebouwen met zadeldaken, overigens platte daken. Hoger hoekgebouw met doorlopende vensterregisters.
Aalst (Oost-Vlaanderen)
De motorspits Esmeralda is een stalen motorspits die in 1941 op de scheepswerf Van Praet-Dansaert in Baasrode werd gebouwd. Het schip behoort tot de eerste generatie spitsen waarvan de bouwwijze specifiek bedoeld was om er een motor in te plaatsen. Voor wat betreft het wonen op een binnenschip toont het schip een overgangsstadium van de spits waarbij de roef tussen het stuurhuis en het ruim ligt.
Rijnkaai (Antwerpen)
De oorsprong van de havenkraan 296 DE gaat terug tot het eind van de jaren 1920, ze maakte deel uit van een reeks van 48 kranen, gebouwd door de Ateliers métallurgiques de Nivelles.
Geldmunt 13-15 (Gent)
Oorlogsgedenkteken dat tot stand kwam dankzij buurtbewoners en de lokale afdeling van de Nationale Strijdersbond, ter ere van de bewoners uit de Gentse 3de wijk die tijdens de Eerste Wereldoorlog het leven lieten. Na de Tweede Wereldoorlog werden de kleinere gedenkplaten aan weerszijden van het hoofdmonument opgehangen. Het centraal gedeelte ter ere van de Eerste Wereldoorlog is een rijkelijk uitgewerkte sculptuur met een bronzen uitzicht en figuren in hoogreliëf. De blauwe hardstenen sokkel is gesigneerd door Br. Sakesijn van Fonderie Carels, gebroeders Cornelis en Ch. Van Hoe.
Mahatma Gandhistraat 32 (Gent)
Romp van een achtkantige stenen grondzeiler, opgetrokken in 1701 voor het droogmalen van het waterrijke gebied van de Bourgoyen. Reeds in 1316 bevond er zich op deze plaats een hoosmolen, die doorheen de jaren meermaals herbouwd werd. De watergang werd verbreed in functie van de molen.
Westerring 72 (Oudenaarde)
Bakstenen korenwindmolen gelegen in het noordoosten van Mullem, aan de voormalige spaarvijver gevoed door de Molenbeek met bijhorende molenaarswoning. De stellingmolen werd gebouwd in 1903 door molenaar Emiel Thomaes-Walraet. Ten zuidwesten van de molen ligt het molenhof dat gebouwd werd rond 1860 en in 1950 werd heropgebouwd.
Gent (Oost-Vlaanderen)
De Stern werd als loodsboot nummer 5 gebouwd op de scheepswerf Béliard-Crighton in Oostende in 1950.
Sint-Pietersnieuwstraat 41-45 (Gent)
Het Technicum van de Universiteit Gent is een omvangrijk complex met voorbeeldwaarde, tot stand gekomen volgens architecturale en structurele concepten die beantwoordden aan de toenmalige behoeften op esthetisch, pedagogisch en experimenteel vlak en dit volgens de ontwerpen van professor ingenieur architect Jean-Norbert Cloquet in nauwe samenwerking met professor ingenieur Gustave Magnel.
Dok-Noord 3-5, 3A-D, 4B-F, 6-7, 6A, 7A-D, Sassevaartstraat 42-46, 47-48, Sint-Salvatorstraat 18, 18A-B, 20B (Gent)
ACEC-site, voorheen constructie-atelier Carels. Het bedrijf werd in 1839 door Charles-Louis Carels opgericht aan Klein Meerhem en 1861-62 overgebracht naar de huidige vestiging aan Dok-Noord, waar het zich weldra tot een der speerpuntbedrijven in de machinebouw zal opwerken. De bedrijfgebouwen dateren voornamelijk uit de tweede helft van de 19de eeuw en het eerste kwart van de 20ste eeuw. De site werd met respect voor het industrieel archeologische karakter herbestemd tot een multifunctioneel complex.
Gustaaf Carelshof 35, 35A-C (Gent)
Huidig kasteel gebouwd in 1911, oorspronkelijk gelegen midden een uitgestrekt en omwille van zijn aanleg vermaard park. Kasteel met twee bouwlagen opgetrokken van heden geschilderde bak- en natuursteen in neo-Lodewijk XVI-stijl, naar verluidt naar ontwerp van architect O. Van de Voorde. Hoofdgebouw met rechthoekige plattegrond onder mansardedak met links en rechts aanbouwsel van twee verdiepingen onder plat dak.