Persoon

Dekeyser, Leon

ID: 9784   URI: https://id.erfgoed.net/personen/9784

Beschrijving

Leo (Leon) De Keyser, geboren in de St.-Machariusstraat te Gent op 31.5.1879 en ging naar school ‘Zonder Naam...’ in dezelfde St.-Machariusstraat. Leon volgde vanaf 1891 avondlessen aan de Academie voor Schone Kunsten te Gent. Vanaf 1896 werkte hij als bediende-tekenaar bij Charles Verspiegel, bouwkundige-leraar aan de Academie. Het is hij wellicht die het talent in Leon ontdekte en hem ertoe aanzette om architectuurstudies te volgen. Hij kreeg van toen af les van o.m. bekende kunstenaars en vakmensen als Louis Mast (1857-1901), Jean Delvin (1853-1922), Felix Metdepenninghen (1867-1937) en stadsarchitect Charles Van Rysselberghe (1850-1920). Na voorbereidende cursussen volgde hij dan de eigenlijke architectuurstudies vanaf 1895 en behaalde in dat eerste jaar de zilveren medaille als eerste op 27 leerlingen. Ook in het voorlaatste jaar werd hij eerste en in het laatste jaar bouwkundige samenstellingen (1899-1900) behaalde hij met een eerste plaats de Médaille Vermeil voor zijn eindwerk nl. het ontwerp van een ‘Ecole d’Equitation’. In datzelfde jaar nam hij ook deel aan de ‘Grand Concours’, een buitengewone zesjaarlijkse wedstrijd. Hij werd tweede, ex aequo met Willem Monier. Leon ontving zijn diploma van bouwmeester op 16.9.1900 uit de handen van burgemeester Emiel Braun (1849-1927). Leon startte een loopbaan als zelfstandig architect en slaagde ook in het examen van bouwkundig tekenaar bij de Chemins de Fer de l’Etat en ging op 23.6.1900 te Namur in dienst. Op 27.8.1903 werd hij ook gediplomeerd als 'arpenteur' en kreeg de titel mee van gezworen landmeter. Gehuwd te Gent op 31.5.1904 met Leonie Soenen, geboren te Gent, St.-Elisabethgracht op 19.7.1880, oudste dochter van Eduard Soenen (1848-1935), beenhouwer in de Begijnengracht 62 en Marie De Smet (1852-1928).  Leon en Leonie leerden elkaar dus kennen in de Begijnengracht. Na hun huwelijk in 1904 gingen Leonie en Leon te Ledeberg in de Driesstraat 33 wonen. Op 15.8.1906 verhuisden ze naar de Jan Verspeyenstraat 22 (huidig nr. 14). Dit huis die eigendom was van textielfabrikant Gustave Steurbaut uit St.-Amandsberg zou hij in 1912 aankopen en verbouwen.

De jaren vóór en na de eerste wereldoorlog waren voor Leon bijzonder vruchtbaar op architecturaal vlak. Hij ontwierp een zeer mooi huis met art-nouveaugetinte lijstgevel in de huidige Belfortstraat 3-5 (ingenomen door huidig Sofitel, thans NH Hoteles); een breedhuis in eclectische stijl in dezelfde straat nr. 13-15 (gesloopte café Rubenshof). Op de Prinses Clementinalaan ontwierp hij zeven huizen in art-nouveaustijl, waaronder Villa Elisabeth (nr. 86), Villa Clementine (nr. 53) en de nrs. 45-51, 123 en 125-127. Naast het ontwerpen van woningen werd Leon na de eerste wereldoorlog ook aangezocht oorlogsmonumenten te ontwerpen (Cap Blanc Nez (France); Oude Houtlei, Gent en Ooigem). In een latere periode ontwierp hij meer in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid zoals Noord-Braband (hoek Rozemarijnstraat-Raas van Gaverestraat). Ook cinema Pathé (Veldstraat) en cinema Oud Gent (Century) aan het Woodrow Wilsonplein was van zijn hand, maar zijn allebei gesloopt. Als bouwkundig tekenaar 1e klas bij de Belgische Spoorwegen kwam hij in het Zuidstation (Graaf van Vlaanderenplein) te Gent terecht. Nadat hij in 1919 naar Brugge werd overgeplaatst kwam hij na reorganisatie in 1928 terug naar Gent in Flandria Palace aan het Koningin Maria Hendrikaplein terecht. Hij was toen al tot tekenbureeloverste benoemd maar zou verder nog eerste tekenbureeloverste worden, functie die hij zou blijven uitoefenen tot bij zijn pensioen (eervol ontslag) in 1944. In deze hoedanigheid ontwierp hij de spoorwegstations van Franière (Namur), Etterbeek, Blankenberge, voorontwerp Oostende kaai, ...

Reeds in 1919 kocht Leon een huis in de Burgstraat 9 (huidig nr. 11), om er in 1920 samen met zijn broer Albert De Keyser (1894-1954) een handel in ijzerwaren uit te baten. Het Huis De Keyser werd naamloze vennootschap in 1924 en zou blijven bestaan tot in 1962. Leon werd vereremerkt met het Burgerlijk ereteken 1e klas; de Herinneringsmedaille van de Onafhankelijkheid van België; hij was Ridder in de Leopoldsorde; kreeg het Burgerlijk Kruis 1e klas; was Officier in de Kroonorde. Hij was ook lid van o.m. de Fédération des Sociétés des Architectes de Belgique en de Koninklijke Vereniging der Architecten van Oost-Vlaanderen. Hij was natuurliefhebber, geïnteresseerd in planten maar vooral in vogels. Hij was ook kunstminnaar en bevriend met tal van kunstenaars die in het Begijnhof woonden en werkten. Leon overleed thuis aan een hartziekte op 30.10.1946, 67 jaar. Leonie overleefde hem maar een paar maanden en overleed te Gent in de kliniek Toevlucht van Maria (Coupure) op 29.1.1948, ook 67 jaar. Beiden werden begraven op het kerkhof van Mariakerke na een dienst in de kerk van St.-Elisabeth.

Uit hun huwelijk werden tussen 1905 en 1926 dertien kinderen geboren. Zonen René (1906-1964) en Willy (1914-1977) werden eveneens architect en zoon Leonce (1924) binnenhuisarchitect en docent St.-Lucas Gent.

Door een onduidelijke schrijfwijze van De Keyser in de geboorteakte van Leon nl. DeKeÿser, wat taalkundig niet bestaat, kregen de kinderen de familienaam op drie verschillende manieren toebedeeld."

Info op 12/11/2013 bezorgd door: Erik Dekeyser Jadestraat 19 - 9000 Gent