De leien in Antwerpen: erfgoed op de grens tussen oud en nieuw

maandag 19 mei 2014

Appartementscomplex De Vel

Onder "de leien" worden de Italië-, Britse-, Frankrijk- en Amerikalei verstaan.

Er is een rijke waaier aan bouwkundig erfgoed bewaard op de leien. Dat bleek al in 2010, toen de Amerikalei werd herbekeken samen met de rest van het Zuid.

Voor de Italië-, Britse- en Frankrijklei samen, werden in 2013 99 panden geselecteerd, waarmee de bestaande inventarisgegevens werden verdubbeld. De nieuwe inventarisitems behoren voornamelijk tot de naoorlogse periode. De kwalitatieve hoogbouw die er tussen de conformistische standaardflats staat, was de belangrijkste reden voor de herinventarisatie van de leien.

Neoclassicisme

De leien zijn op elkaar aansluitende brede boulevards, die als een halve cirkel om de historische binnenstad van Antwerpen lopen. Ze volgen het tracé van de Spaanse vestingen die de 16de-eeuwse stad tot in 1866 omgordden. Door de afschaffing van de tolrechten in 1860 waren de stadspoorten niet meer nodig, en brak men poorten en muren af. Zoals in alle grote West-Europese steden werden op het vrijgekomen tracé brede, beboomde boulevards aangelegd, die magneten vormden voor de succesrijke burgerij.

Zoals overal in de 19de-eeuwse gordel rond de stad domineert de neoclassicistische burgerwoning het straatbeeld. De standaard woning voor ondernemers, investeerders, winkeliers en handelaars, is een rijhuis van drie traveeën en drie bouwlagen met een witgepleisterde lijstgevel en eenvoudige neoclassicistische ornamentiek.

Bouwmeester J.A. Hompus zorgde op de Italiëlei voor twee van dit standaardtype afwijkende lijstgevels, met een handelspand voor Chapman en Blanchard en een second-empire-woning, eveneens voor Blanchard.

Toplocatie

Typerend voor de leien zijn echter de statige neoclassicistische herenwoningen. Met dit type huizen bewijzen de leien hun status als eind-19de-eeuwse toplocatie. Het gaat om panden van vier tot vijf traveeën en drie tot vier bouwlagen hoog. De bepleisterde en witgeschilderde lijstgevels kregen de klassieke afwerking met voornamelijk horizontale ritmering door de doorlopende dorpels, kordons en kroonlijsten, onderbroken door verticaliserende risalieten.

Een aantal prestigieuze herenhuizen steken boven deze standaardtypologie uit. Zo zijn er op de Britselei twee herenwoningen op hoekpercelen, met bijgebouwen die via de tuinmuur in de zijstraat te bereiken waren. Vooreerst is er de woning Bovie-Schilders, een ontwerp uit 1869 door Henry Redig dat als monument is beschermd. Verder is er de woning Leclair, een herenwoning van hetzelfde type, maar minder gaaf bewaard.

Typisch voor de herenwoningen aan de Frankrijklei is het accent op de centrale traveeën, die geaccentueerd worden door balkons op de tweede bouwlaag, soms herhaald in de derde bouwlaag. Dit type herenwoning werd in de jaren 1860 en 1870 vooral gerealiseerd door architecten L. Van Opstal en Héliodore Leclef, bouwmeesters van wie tot nog toe niet veel informatie werd verzameld. Zoon Edmond Leclef volgde zijn vader eind jaren 1870 op en bouwde aan de Frankrijklei verder in de door zijn vader uitgezette stijl, onder meer voor zijn eigen woning.

De herenwoningen aan de pare zijde van de Frankrijklei kregen een specifieke opbouw door de achterhuizen in de achterliggende straten, namelijk de Tabakvest of Kipdorpvest. In deze achterhuizen waren paardenstallen, koetshuizen en burelen gevestigd. Een vergelijkbare combinatie van voor- en achterhuizen vinden we op de hoekpercelen van de Frankrijklei. Een uitzonderlijk gaaf bewaard en rijkelijk aangekleed voorbeeld is de herenwoning Dhanis op de hoek van de Maria-Henriëttalei, een ontwerp van L. Van Opstal uit 1870 waarbij in 1906 een eclectisch koetshuis werd gebouwd.

Op de Frankrijklei valt de aanwezigheid van talrijke leden uit de Duitse ondernemersfamilies op, die zich omwille van de haven in Antwerpen hadden gevestigd, onder meer Grisar en Schmid-Kreglinger. tot de meest bekende behoorden wellicht reder Adolf Deppe en Fréderic Speth, oprichter van de American Petroleum Company, die in de jaren 1890 een herenwoning en kantoorgebouwen liet bouwen aan de Frankrijklei. Voor deze panden werd een eclectische stijl gekozen, overeenkomstig de gangbare trend rond de eeuwwisseling.

Op de Italielei steekt één herenwoning door zijn exuberante versieringen boven de andere uit. De woning Retsin is de enige tot nu toe geïnventariseerde, bewaarde woning die door de legendarische Joseph Martin Ryssens de Lauw werd ontworpen.

Begin 20ste eeuw wordt de traditie van het bouwen van stijlvolle, luxueuze herenwoningen verder gezet. Het topvoorbeeld hiervan is het Hotel Neefs, dat kwaliteitsvolle interieurschilderingen bewaart van de hand van Emile Vloors.

Openbare gebouwen

De leien bleken ook voor nieuwe openbare gebouwen, religieuze gebouwen en scholen een uitermate geschikte locatie. Ze bedienden zowel de inwoners van de historische binnenstad, als de burgers die in de nieuwe verkavelingen buiten de vestingen kwamen wonen. Aan het zuidelijke uiteinde van de Britselei werd in 1874 het neorenaissancistische Justitiepaleis gebouwd, een ontwerp van Lodewijk en Frans Baeckelmans.

In 1877 koos men een driehoekig bouwblok tussen de Frankrijklei, de Mechelsesteenweg, de Leopoldplaats en de Bourlastraat voor de bouw van een prestigieuze vestiging van de Nationale Bank in Antwerpen, een ontwerp dat Hendrik Beyaert tekende.

Ook de jezuïeten vestigden zich langs de Frankrijklei in de jaren 1870, met het neoclassicistische Onze-Lieve-Vrouwecollege ontworpen door Héliodore Leclef en de neogotische Onze-Lieve-Vrouw-van-Gratiekerk van Jules Bilmeyer en Jozef Van Riel.

Aan het begin van de Frankrijklei ten slotte, op de hoek met de as tussen het station en de historische stadskern, kreeg in 1904-1907 de Vlaamse Opera zijn plaats, een monumentaal complex in Beaux-Artsstijl getekend door stadsbouwmeester Alexis Van Mechelen, vanaf 1905 met medewerking van Emiel Van Averbeke die onder meer het schermenmagazijn en de gelagzaal ontwierp.

Aan het einde van de Italiëlei, op de kruising met de Kipdorpbrug bevond zich tot de jaren 1960 de monumentale Vlaamse Schouwburg of Volksschouwburg, een theater in neorenaissancestijl naar een ontwerp door stadsbouwmeester Pieter Dens uit 1865, gebouwd in 1869-1874. Hogerop werd in 1870 de Noorse Zeemanskerk ingewijd, de oudste nog dienstdoende zeemanskerk ter wereld. Het Koninklijke Stapelhuis dat met de achtergevels op de Italiëlei uitgaf, is afgebroken.

Schaalvergroting in de 20ste eeuw

Het eerste appartementsgebouw op de leien dateert van kort vóór de Eerste Wereldoorlog. De Residentie Carlier aan de Britselei is een elegant ontwerp in art-nouveaustijl door Jos. Goeyvaerts uit 1913. Het wordt als het vroegste volwaardige appartementsgebouw in Antwerpen gezien.

De evolutie naar schaalvergroting die de gemiddelde bouwhoogte aan de leien zou verdubbelen tot acht verdiepingen, kwam voorzichtig op gang tijdens het interbellum. Tot de vroegste voorbeelden behoort het appartementsgebouw Andersen op de Frankrijklei, een ontwerp in art-decostijl door Raymond Ceurvorst uit 1927-1928.

Jean Jules Eggericx ontwierp in 1934 op de hoek met de Lange Leemstraat een van de meest opvallende modernistische flatgebouwen in Antwerpen voor de Brusselse vastgoedmaatschappij Union Mobilière et Immobilière. Uit 1937 dateert de Résidence Albert I door Victor Gorlé, met een identiek pendant aan de Rubenslei. Aan de Britselei is de standingvolle Résidence Britannia door Léon Stynen uit 1935 het belangrijkste pand uit deze periode.

De 19de-eeuwse bebouwing van de Italiëlei bleef tot het einde van het interbellum gaaf bewaard, op de bres na die voor de aanleg van de Waaslandtunnel werd geslagen.

Enkele appartementsgebouwen, zoals de RVS-building, sluiten aan bij de nieuwe tendenzen. Dit soort panden zetten de toon voor de radicale transformatie die grote delen van de leien tussen eind jaren 1940 en begin jaren 1970 zouden ondergaan.

Conformisme versus kwaliteit

Het gros van de naooorlogse flatgebouwen op de leien vertegenwoordigt de dominante conformistische strekking en standaardtypologie uit de naoorlogse periode. Toch vinden we er enkele zeldzame voorbeelden van nieuwbouw die zich onderscheidt door een eigentijdse vormentaal. Deze kwalitatieve en grotendeels ongedocumenteerde hoogbouw was de belangrijkste motivatie om de leien grondig te herinventariseren.

De naoorlogse periode was minder ingrijpend voor de bebouwing van de Britselei, in vergelijking met de ravage op Frankrijklei en Italiëlei. Op de hoeken van de Kiliaanstraat die door een bominslag grotendeels was verwoest, bouwde Marc Segers kort na de Tweede Wereldoorlog twee van de meest opvallende flatgebouwen uit deze periode. Vooral het ontwerp van de Résidence Hermitage uit 1948 onderscheidt zich door een ongebruikelijke inplanting met voorhof, en een vormgeving van een eigentijdse monumentale allure.

Aan de Frankrijklei vinden we het appartementscomplex De Vel, ontworpen door Renaat Braem in 1959. Tot dezelfde alternatieve strekking behoren de twee kantoorcomplexen die Léon Stynen en Paul De Meyer hier realiseerden, het voormalig Consulaat Generaal van de Verenigde Staten van Amerika uit 1950-1952, en L’Assurance Liégeoise uit 1960-1962, en het bouwtechnisch geavanceerde bankgebouw Financia door Walter Bresseleers uit 1963-1967.

Tot de interessantste naoorlogse realisaties aan de Italiëlei behoort het handelscomplex van Metalen Galler door Léon Stynen en Paul De Meyer.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.