Furore Teutonico: Antwerpen brandt!

donderdag 9 oktober 2014

De Harp

Op 9 oktober 1914, precies 100 jaar geleden, ontwaakte Antwerpen uit een bange nachtmerrie. Sinds 7 oktober middernacht was de stad onafgebroken bestookt door Duitse kanonnen, a rato van één obus elke tien seconden.

Het was of iemand in een vast ritme op de donkere koepel van de nacht bonkte … Boemm… Boemm…”, zou de schrijver Jozef Muls vanuit zijn vluchtoord Kapellenbos rapporteren. Voor de latere architect Renaat Braem, destijds een kleuter van vier, stond het bombardement van Antwerpen als vroegste herinnering in het geheugen gegrift.

Pas 33 uur later viel een loden stilte over de brandende metropool, gehuld in een rode gloed die zichtbaar was van Sint-Niklaas tot Bergen op Zoom. De bommenregen had op tientallen plaatsen in de stad felle vuurhaarden doen ontstaan, een inferno waartegen de brandweer machteloos stond. Sinds de val van het Fort van Walem op 2 oktober, was de watertoevoer naar Antwerpen immers afgesloten, en door de vlucht van het gros van de bevolking konden de vlammen ongehinderd overslaan van het ene leegstaande pand naar het andere.

Archiefonderzoek naar aanleiding van de herinventarisatie van het bouwkundig erfgoed van de leien en de lanen rond het Stadspark, bracht begin dit jaar één van de geteisterde sites opnieuw aan het licht, de Van Breestraat. Tijdens het bombardement werd hier een bouwblok statige herenwoningen van omstreeks 1870 tot een zwartgeblakerde ruïne herleid. Begin jaren 1920 volgde de wederopbouw in een waaier aan eigentijdse bouwstijlen.

Het Nationaal Reduit

Na de val van de forten van Luik, hadden Koning Albert, de regering, het parlement en het Belgisch leger, zich op 20 augustus teruggetrokken in Antwerpen.

De door de Brialmontomwalling en twee fortengordels versterkte, onneembaar geachte vesting, gold sinds 1848 als ‘nationaal reduit’ ten tijde van oorlog. Van hieruit werd de achterhoede van het in Frankrijk oprukkende Duitse leger tot twee maal toe aangevallen. Als antwoord op de laatste uitval van 9 september, kreeg generaal Hans Hartwig von Beseler het bevel Antwerpen uit te schakelen, en zo het Koninkrijk België tot overgave te dwingen. Beschietingen vanaf 28 september sloegen op minder dan een week tijd een bres van 26 km in de buitenste fortengordel, van Buggenhout tot Kessel. Na de val van Lier op 6 oktober, werden hier vervolgens de geschutsbatterijen opgesteld die Antwerpen zouden bestoken.

Via diplomatieke weg was op vraag van de Duitsers vooraf een plattegrond van de stad bezorgd met aanduiding van 26 locaties die dienden te worden ontzien, waaronder de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten en de Zoo. De Britten die Antwerpen zo lang mogelijk stand wilden zien houden, hadden op 4 en 5 oktober in allerijl nog een 8600 man sterk ontzettingsleger ter hulp gezonden onder aanvoering van First lord of the admiralty Winston Churchill. Tevergeefs.

De hel breekt los

Met de belegeraars op minder dan een dagmars van het stadscentrum, werd de evacuatie van het leger via de pontonbrug over de Schelde in de nacht van 6 oktober ingezet, op 7 oktober gevolgd door de koning, de regering en het diplomatiek korps. Tienduizenden Antwerpenaars sloegen diezelfde dag in paniek op de vlucht, richting kust of Nederland. Wie besloot te blijven verschanste zich in zijn kelder.

Vanaf middernacht brak de hel los, en maakten inslaande obussen hun eerste dodelijke slachtoffers. Terwijl de bommenregen genadeloos doorging, verlieten 24 uur later ook de laatst overgebleven Britse en Belgische troepen hun stellingen in Antwerpen, en trok militair gouverneur luitenant-generaal Victor Deguise zich achter de Schelde terug in Fort Sint-Marie, waarna de pontonbrug werd opgeblazen.

“Eine solche Festung und kein General”

Om een einde te maken aan de rampspoed, besloot het stadsbestuur de ochtend van 9 oktober met von Beseler te gaan onderhandelen. Later die dag zou burgemeester Jan De Vos in de villa “Rest and be thankful” te Kontich de overgave van Antwerpen bezegelen.

Intussen waren de beschietingen gestaakt, en hadden Duitse troepen in de loop van de dag de stad zonder slag of stoot ingenomen. Op 10 oktober volgde de militaire capitulatie van het ‘nationaal reduit’ door Deguise, en hield het Duitse leger zijn overwinningsparade in de ‘bezette stad’. Het Belgisch leger was ternauwernood aan uitschakeling ontsnapt, en maakte zich op voor een jarenlange stellingenoorlog achter de IJzer.

De stad likt haar wonden

Als gevolg van het bombardement en de vele branden, werden op 8 en 9 oktober 1914 te Antwerpen in totaal 777 huizen beschadigd, 556 gedeeltelijk en 221 volledig verwoest. Ramingen van de schade liepen op tot vijftig miljoen frank (ongeveer het equivalent van 270 miljoen euro).

Het zwaarst geteisterd was het bouwblok gevormd door Groenplaats, Schoenmarkt, Beddenstraat en Eiermarkt, met onder meer de Taverne Royal, het Hotel de l’Europe en het warenhuis Au Quatre Saisons. Hier zou na de Wapenstilstand als eerste wolkenkrabber op het Europese vasteland de Boerentoren verrijzen.

Ten prooi aan de vlammen vielen onder meer de Sint-Vincentiuskapel in de Kammenstraat, het kasteel Fester in de Karel Oomsstraat, de Stedelijke Lagere School in de Grotehondstraat, en de Cinema Tokio in de Verlatstraat op het Zuid. In deze wijk werden huizenblokken getroffen aan de Amerikalei, in de Verbondstraat en de Volkstraat. Van de verwoestingen kwamen meteen tientallen prentbriefkaarten in omloop, die een beeld geven van de omvang van de ramp.

Ramptoerisme in de Van Breestraat

In de Van Breestraat brandde een aaneengesloten rij van elf panden volledig uit. De Van Breestraat werd omstreeks 1865 in het verlengde van de Rubenslei en parallel met de Frankrijklei aangelegd, na de overdracht en de verkaveling van de zogenaamde krijgsgronden (Spaanse vesten). Voorname heren- en burgerhuizen in neoclassicistische of second-empirestijl, gebouwd tussen 1866 en de vroege jaren 1870 domineerden het straatbeeld. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog behoorden tot de bewoners van het verwoeste bouwblok tussen Lange Leemstraat en Mechelsesteenweg, de advocaten Beaucarne en De Vos, de chocoladefabrikant Meurisse, de wisselagent Ulens, de oogarts Brandès en de tandarts Rogmans.

De elf panden in de Van Breestraat die op de muren na uitbrandden, werden nog tijdens of kort na de oorlog binnen de bestaande perceelstructuur heropgebouwd. In zeven gevallen betrof het een volledige nieuwbouw (nummers 17 tot 29). Van twee al in 1916 wederopgebouwde panden werd de nog staande structuur geïncorporeerd achter een volledig nieuw gevelfront (nummer 31 en nummer 33). Slechts twee panden herrezen naar vooroorlogs uitzicht (nummers 35-37).

Als een feniks

Van de vroegere bewoners lijken er na de oorlog slechts twee te zijn teruggekeerd. Advocaat De Vos, liet in 1920 door Maurice Dieltiëns en Jef Huygh woning “De Harp” ontwerpen, een markant voorbeeld van vroege art deco in Antwerpen. Klassieker van karakter was de dokterswoning in beaux-artsstijl die Joseph de Lange hetzelfde jaar voor de oogarts Brandès aan het papier toevertrouwde. In het geveldecor van het burgerhuis voor de diamantair Henri Kleinberg uit 1921, verwerkte de van oorsprong Nederlandse De Lange dan weer motieven ontleend aan Javaans batiktextiel.

Tot de overige nieuwkomers in de straat behoorde Fernand Emile Istas, die in 1922 beroep deed op Emile Vereecken voor het ontwerp van een statige notariswoning geïnspireerd op de rococo-architectuur van Jan Pieter Van Baurscheit de Jonge. Op de hoek van de Lange Leemstraat verrees één van de allereerste appartementsgebouwen van hoge standing in Antwerpen, een ontwerp in beaux-artsstijl door Joseph Hertogs uit 1920, in opdracht van de wisselagent Paulin Joseph Marie Baelde, dat naast winkels uit een achttal flats bestond.

Bron: MAES T.G. 2013: Antwerpen 1914. Bolwerk van België tijdens de Eerste Wereldoorlog, met De Val van Antwerpen door Jozef Muls, Antwerpen.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.