Van koning tot minister: de beschermingsbesluiten ondertekend door Leopold III

donderdag 5 februari 2015

Op 2 januari 2013 begon een projectteam bij het agentschap Onroerend Erfgoed aan de samenstelling van een geactualiseerde beschermingsdatabank. Er wordt gestreefd naar een gestructureerde database met alle informatie over beschermingen, geïntegreerd in de inventarissen van onder meer bouwkundig en landschappelijk erfgoed. Het project zal afgewerkt zijn in 2016.

Tijdens het project ging een wereld aan beschermingsbesluiten voor ons open. Een leuk historisch aspect van de dossiers is de sequentie aan bevoegde personen, die door het zetten van hun handtekening de beslissing namen het goed te beschermen.

Leopold III

Na de onverwacht korte beschermingsronde van Albert I, stak Leopold III van wal met het allereerste beschermde landschap: de omgeving van het feodaal kasteel van Beersel.

Er werd ijverig verder gezocht naar beschermenswaardige plekjes in de provincies Limburg, Vlaams-Brabant en Antwerpen, waar hoofdzakelijk religieus erfgoed naar waarde werd geschat. Even later werd ook tot in de uithoeken van het land gereisd.

Zo werd het duinencomplex in De Panne, begrensd door de Noordzee en de grens met Frankrijk, als landschap beschermd op 1 maart 1935. Letterlijk het uiterste hoekje dus. Zo'n drie decennia later kon hier jammer genoeg de spreekwoordelijke Vlaamse baksteen niet getemperd worden en werd het besluit gewijzigd, wat de bouw van villa's in het beboste gedeelte van het landschap mogelijk maakte.

Variatie in het erfgoed

Albert I

Beschermingen die door Leopold werden bekrachtigd, waren van allerlei pluimage. Van kasteeldomeinen en bossen tot schandpalen en cryptes, van marktpleinen en begijnhoven tot honderd- of zelfs duizendjarige bomen, belforten en Romeinse stadsmuren. Hoewel Leopold slechts 37 keer zijn koninklijke 'krabbel' zette, keurde hij wel meer dan 480 beschermingen goed. Zowat elk besluit omvat immers een lijstje van te beschermen objecten – gaande van 6 tot 60 exemplaren –, keurig aangevuld met kadaster- en eigendomsgegevens.

Bekende 'kleppers' zoals het Gravensteen in Gent, de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen, het stadhuis van Leuven en het belfort van Brugge passeerden op Leopolds bureau.

Heel wat minder bekend, maar zeker niet minder waardevol is bijvoorbeeld het geboortehuis van componist Peter Benoit in Harelbeke, vanuit architecturaal standpunt een 'kleintje', maar vanuit sociaal-cultureel oogpunt heel wat meer.

Of wat dacht je van een schandpaal; nu een louter decoratief element in het straatbeeld, in een ver verleden echter het middelpunt van rechtsspraak. Of de ijzeren leuningen aan de ernaar vernoemde IJzerenleen in Mechelen; het was misschien wel een plek om te verpozen voor de 16de-eeuwse 'hotsende botsende jeugd'.

Laatste dossier in 1940

Laten we ook niet vergeten dat water niet altijd uit de kraan kwam, maar dat de plaatselijke waterput of openbare pomp instond voor de levensnoodzakelijke watervoorziening. De pomp op de Kleine Markt in Antwerpen werd beschermd in het laatste besluit dat Leopold III ondertekende op 8 maart 1940.

Zou de toenmalige erfgoedonderzoeker nog zorgeloos gezongen hebben van "Twee emmertjes water halen…", aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog?

Meer weten?

Hoe dat ging tijdens de Tweede Wereldoorlog leest u in de volgende episode van deze handtekeningenreeks.

Voor vragen over beschermde monumenten kunt u terecht bij de collega’s van het projectteam. Zij zijn te bereiken via het mailadres beschermen@onroerenderfgoed.be

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.