Van Koning tot minister: de beschermingsbesluiten ondertekend tijdens de Tweede Wereldoorlog

vrijdag 27 februari 2015

Op 2 januari 2013 begon een projectteam bij het agentschap Onroerend Erfgoed aan de samenstelling van een geactualiseerde beschermingsdatabank. Er wordt gestreefd naar een gestructureerde database met alle informatie over beschermingen, geïntegreerd in de inventarissen van onder meer bouwkundig en landschappelijk erfgoed. Het project zal afgewerkt zijn in 2016.

Tijdens het project ging een wereld aan beschermingsbesluiten voor ons open. Een leuk historisch aspect van de dossiers is de sequentie aan bevoegde personen, die door het zetten van hun handtekening de beslissing namen het goed te beschermen. De eerste in de rij was Koning Albert I, waarna Koning Leopold III het van hem over nam. De Tweede Wereldoorlog was woelig, ook op vlak van monumentenzorg.

Ambtenaren ten strijde

Van de nood een deugd maken, heet het wel eens. "Hoe kunnen we ongemerkt de Duitse bezetter tegenwerken?" moeten erfgoedonderzoekers tijdens de Tweede Wereldoorlog gedacht hebben. Een opvallend groot aantal beschermde windmolens overal te lande, deed vermoeden dat er meer aan de hand was. Het team van de beschermingsdatabank ging op onderzoek en kwam uit bij een sterk staaltje administratief verzet. Een bescherming brengt immers een verbod op afbraak met zich mee, en vele windmolens waren 'toevallig' dicht bij militaire vliegvelden gelegen…

Een unieke bestuursperiode in de Belgische geschiedenis

Nadat Koning Leopold III op 8 maart 1940 zijn laatste beschermingsbesluit ondertekende, barstte op 10 mei 1940 – met de Duitse inval in België – de bom. In allerijl werd in het parlement nog de "wet op de overdracht van bevoegdheid in oorlogstijd" goedgekeurd. Deze wet regelde de overdracht van een substantieel deel van de uitvoerende en wetgevende macht van de regering en het parlement aan de hoogste ambtenaren, de secretarissen-generaal van de ministeries. De toenmalige regering ontvluchtte immers het land en kon pas na de bevrijding terugkeren. Al die oorlogsjaren had het comité van secretarissen-generaal het bestuur over België uitgeoefend, naast, met en vooral ook tegen de Duitse bezetter.

Marcel Nyns

IJverig beschermen

Secretaris-generaal Marcel Nyns, hoofd van het ministerie van onderwijs, en ook bevoegd voor het beschermen van monumenten en landschappen, slaagde er tijdens de vijf oorlogsjaren in maar liefst 89 beschermingsbesluiten te ondertekenen met daarin niet minder dan 304 beschermde objecten. Wetende dat het comité geen enkele actie kon nemen zonder voorafgaande goedkeuring van het militaire bestuur, lijkt het erop dat de Duitsers zich behoorlijk toegeeflijk opstelden tegenover de monumentenzorg. Na de inval duurde het echter meer dan een jaar vooraleer het eerstvolgende besluit werd ondertekend. Toch een indicatie dat de juiste 'draai' nog moest gevonden worden; de administratieve molen kwam pas in 1942 weer goed op gang.

Voorzichtig verzet?

De eerste indicatie van enig voorzichtig verzet is misschien de bescherming van de Oude Lakenhalle in Leuven, die tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Duitse troepen, inclusief boekencollectie, in de as was gelegd. Niet te verwarren met de Universiteitsbibliotheek die tijdens het interbellum was opgericht en ook inclusief boekencollectie op 16 mei 1940 werd vernield. Was het beschermen van de Lakenhal een subtiele maar niet mis te verstane hint aan de bezetter om tijdens het verdere verloop van de oorlog niet in de val van de herhaling van de geschiedenis te trappen?

Een rondje Duitsers pesten

Wat opvalt bij de besluiten ondertekend door Marcel Nyns is het overaanbod van windmolens, wel 88 exemplaren, wat neerkomt op circa 30% van het totale bestand beschermingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er lijkt toch meer aan de hand dan een serieuze inhaaloperatie, aangezien er voor de oorlog maar één molen was beschermd.

Verschillende van deze kersvers beschermde windmolens stonden immers in de buurt van militaire vliegtuigen in gebruik door de Duitsers. Vooral bij nachtvluchten vormden de molens een belangrijk obstakel en de Duitse militaire overheid wilde niets liever dan hindernissen in de aanvliegroutes weghalen. Het beschermen van deze molens getuigt van administratief verzet door de administratie van de secretaris-generaal, want een beschermd monument mag niet afgebroken worden. En de Duitsers, die respecteerden gelukkig de Belgische monumentenwet van 1931, ook al waren sommige molens een doorn in het oog van de Luftwaffe, zoals de Grote Molen van Meetkerke (Zuienkerke).

Voor een groot aantal windmolens werd de bescherming in de loop van de 20ste eeuw opgeheven waarvan het overgrote deel nog tijdens de jaren 1940, 1950 en 1960. Dit roept meteen de vraag op of al deze windmolens de Tweede Wereldoorlog dan wel heelhuids overleefd hebben? Op het eerste zicht zou je zeggen van niet, maar uiteindelijk blijkt dat de opheffing maar bij drie windmolens een rechtstreeks gevolg is van de oorlog. De houten staakmolen aan de Vaart in Sint-Lenaarts was te zwaar beschadigd door "oorlogsfeiten", de staakmolen van Herenthout kreeg een inslag van een vliegende bom te verduren en de Pannemolen in Heist werd "gesloopt tijdens bevrijdingsgevechten op de grond". Latere opheffingen waren veelal een gevolg van verval, instorting of (gedeeltelijke) afbraak, van onherstelbare schade na stormweer of blikseminslagen of in een enkel geval door de uitbreiding van de haven van Antwerpen.

Herman J. De Veelschouwer

Duits erfgoed in Vlaanderen

Dat administratief verzet niet eindeloos kon duren, mag blijken uit de bescherming als landschap van het Duits Militair Erekerkhof (uit de Eerste Wereldoorlog) in Langemark. Dit beschermingsbesluit werd niet door de secretaris-generaal opgesteld, maar wel door professor Herman J. De Vleeschouwer, die als uitgesproken Duitsgezinde op het Ministerie van Onderwijs benoemd was als hoofd van de Universitaire Afdeling. Deze appreciatie voor het Duitse erfgoed was duidelijk opgelegd, want één van de eerste besluiten die regent Karel na de oorlog ondertekende was het intrekkingsbesluit voor dit erekerkhof: "Er wordt met terugwerkende kracht een einde gemaakt aan de tijdelijke geldigheid van het besluit van de Secretaris-Generaal van 31 Juli 1943 houdende rangschikking als landschap van Duits militair kerkhof en zijn omgeving, te Langemark (West-Vlaanderen)". Duidelijke taal: met het einde aan dit besluit, ook het einde aan de oorlog. Konden we met het ongedaan maken van de bescherming ook de oorlog maar ongedaan maken…

De geschiedenis herinneren behoort gelukkig wel tot de mogelijkheden: meer dan 50 jaar later werd de begraafplaats toch opnieuw beschermd, ditmaal als monument.

Bronnen
  • OTTE E., VAN DEN BRANDEN W. & VAN ROYEN H. 2009: De molen in het landschap, Openbaar kunstbezit Vlaanderen 47.oktober-november, 26-28.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.