Relict van de maand maart: Klein Heide in Hoboken

maandag 30 maart 2015

Inventariseren en beschermen is selecteren. Met objectiviteit en ervaring afwegen welke constructie we een erfgoedlabel geven.

Maar af en toe verliezen we ons hart. Omdat het zo mooi is. Of zo raar. Omdat het verhaal erachter ons treft. Of omdat het zo zwijgt. Omdat het zo goed gerestaureerd is. Of omdat het er niet meer is. Elke maand zet een collega een inventarisitem in de kijker.

In maart stelt Karina Van Herck u Klein Heide in Hoboken voor.

Klein Heide

Hoe leerde je dit bouwkundig erfgoed kennen?

Als kind keek ik vanuit mijn slaapkamer uit over een groen voetbalveld, afgelijnd door straten met eindeloze rijen arbeiderswoningen. Bij helder weer torenden drie hoge woonblokken boven de huizen uit. Bij grijs weer waren ze amper zichtbaar.

Die torens: ik vond ze lelijk, en toch intrigeerden ze me. Ze vormden het hart van een in het bouwblok gelegen sociale-woningbouwwijk. De "Nief Waaik", zo werd ze in de Hobokense volksmond genoemd. Een gevaarlijke wijk, zo werd ook gefluisterd. Met al dat nieuw volk dat daar woonde was het oppassen geblazen. En van pure miserie sprong er ook af en toe eentje van de 17 verdiepingen tellende torens naar beneden, zo ging het voort.

Het was niet in dovemansoren gevallen. Op lange zomerdagen klommen mijn broer en ik in de bomen of verkenden we de ruïnes van in de bouwblokken gelegen fabrieken en loodsen. In een eenzaam achtergebleven stuk woest veld vonden we een geweer uit de Tweede Wereldoorlog. Stiekem fietsten we langs drukke banen naar de polders, maar ik kan me niet herinneren dat we ooit een voet hebben gezet in de "nieuwe wijk".

Die wijk, waar ik heel mijn jeugd vanuit mijn raam op heb uitgekeken: ik was er nooit geweest. Het zou tot 2014 duren, en totdat ik onderzoeker bouwkundig erfgoed was geworden, voordat ik een voet in de wijk zou zetten.

Waarom koos je de wijk als relict van de maand?

De wijk blijkt Klein Heide te heten. Ze maakt deel uit van een onderzoek naar de erfgoedwaarde van sociale woningbouw in Vlaanderen en is één van de weinige naoorlogse sociale woningbouwwijken die al opgenomen zijn in de Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed.

De sociale woningbouwmaatschappij Beter Wonen bouwde Klein Heide in het begin van de jaren 1970 volgens het model van de "gemengde ontwikkeling", met woningen in hoogbouw, middelhoogbouw, en laagbouw, gecombineerd met gemeenschappelijke voorzieningen en groenzones. Om de prijs zo goedkoop mogelijk te houden pasten de architecten doorgedreven rationalisatie en prefabricatie van gebouwonderdelen toe. De kruis-vorm van de torens was het resultaat van een zoektocht naar het meest geschikte grondplan voor hoogbouw, met een zo groot mogelijke lichtinval en zo weinig mogelijk verlies aan niet-nuttige ruimte.

En zo stond ik, op een mooie zomerdag, tussen spelende kinderen van alle mogelijke kleuren en leeftijden, in een blinde vlek uit mijn jeugd. Het probleemgehalte van de wijk bleek (op die dag toch) een suburban legend te zijn en “lelijk” geen argument. De wijk verborg een oase van groen, prefabricatie bleek hand in hand te gaan met zorgvuldige detaillering, de inplanting bleek zijn werk te doen.

Mijn hart heb ik ook die dag niet verloren aan de prefab-panelen, de straten en de pleinen, maar wel aan het verhaal dat ze vertellen: het verhaal van de solidariteit van de welvaartsmaatschappij, van de bekommernis om hechte en groene buurten te vormen en het samenleven te stimuleren, om zo goedkoop en zo snel mogelijk iedereen een woning te bezorgen.

Klein Heide getuigt ook van het verhaal van de nieuwkomers die in Hoboken terechtkwamen door de industriële groei tot midden 1970, gevolgd door de zware crisis in de jaren 1980.

Het zijn verhalen die zelden verteld worden, maar die evengoed deel uitmaken van 'onze' geschiedenis en 'ons' erfgoed en er een belangrijke stem aan toevoegen. Daarom is het ook belangrijk om erfgoed dat niet evident is, dat niet onmiddellijk (aan)spreekt, te laten meespreken.

"Hoe ben je hier geraakt?", vroeg mijn vader even later. Met de fiets, langs 'ons' Hobokens erfgoed van teloorgegane industrie en sociale woningbouw. Toch wel vreemd, dat werk van mij, kon ik in zijn ogen lezen.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.