Van Koning tot minister: de beschermingsbesluiten ondertekend door regent Karel

vrijdag 3 april 2015

Op 2 januari 2013 begon een projectteam bij het agentschap Onroerend Erfgoed aan de samenstelling van een geactualiseerde beschermingsdatabank. Er wordt gestreefd naar een gestructureerde database met alle informatie over beschermingen, geïntegreerd in de inventarissen van onder meer bouwkundig en landschappelijk erfgoed. Het project zal afgewerkt zijn in 2016.

Tijdens het project ging een wereld aan beschermingsbesluiten voor ons open. Een leuk historisch aspect van de dossiers is de sequentie aan bevoegde personen, die door het zetten van hun handtekening de beslissing namen het goed te beschermen.

Vandaag het derde deel, dat zich afspeelt in de periode na Tweede Wereldoorlog.

Op gespannen voet

De relatie tussen Leopold III en zijn regering was op zijn zachtst gezegd verzuurd te noemen. Reeds voor de start van de Tweede Wereldoorlog boterde het niet al te goed tussen beide partijen en bij de inval van nazi-Duitsland escaleerde het conflict toen Leopold III weigerde samen met zijn regering in ballingschap te gaan. Deze Koningskwestie zou pas in 1951 tot een einde komen met de overdracht van de koninklijke bevoegdheden aan prins Boudewijn. In tussentijd, meer bepaald vanaf 20 september 1944, werd prins Karel, de tweede zoon van koning Albert I en koningin Elisabeth, aangesteld als regent van het koninkrijk België.

Ongeveer een jaar ging voorbij tussen het laatste besluit ondertekend tijdens de Tweede Wereldoorlog en het eerste dat onder de pen van regent Karel schoof. Een oorlog opruimen vraagt tijd…

Bovendien waren alle beschermingen die tijdens de oorlog waren uitgevaardigd, gezien de wettelijke situatie, slechts tijdelijk geldig en dienden deze 'bekrachtigd' te worden. Moeilijk te vinden, maar concrete verwijzingen naar deze bekrachtigingen duiken bijvoorbeeld op in opheffingsbesluiten van beschermingen uit de periode van de Tweede Wereldoorlog: "[…] waarbij na 15 februari 1946 bindende kracht behouden werd […]".

Bekrachtiging besluit WOII

Prins Karel had voor tien dergelijke opheffingen het laatste woord: molens die wankel op hun pootjes stonden en een "bestendig gevaar" voor de omgeving opleverden, molens die reeds gesloopt waren, bijvoorbeeld bij "bevrijdingsgevechten" of doordat ze "bij hevig stormweder omgekanteld" waren, monumenten waarvoor "alle pogingen om dit geteisterd gebouw in zijn oorspronkelijke staat te herstellen, mislukten". Zo werd de bescherming van de Sint-Antoniuskapel en leprozerij in Tongeren opgeheven.

In de hoedanigheid van regent zou Karel tussen april 1945 en juni 1950 142 beschermingsbesluiten ondertekenen, goed voor 165 beschermde monumenten en landschappen. 'Zijn' ministers van Openbaar Onderwijs, die instonden voor de uitvoering van de besluiten, waren Auguste Buisseret, Herman Vos, voormalig premier Camille Huysmans en Léon Mundeleer. Occasioneel, en dan vooral bij afwezigheid van de bevoegde minister, werd het besluit ondertekend door een andere minister, zoals op 10 december 1947 gebeurde. Minister van Economische Coördinatie en van 's Lands Wederuitrusting – wat een titel – Paul De Groote nam de taak van Camille Huysmans even over voor de bescherming van de parochiekerk Sint-Gudula te Merchtem en de Brikkenmolen te Wervik.

Handtekening regent Karel

365 dagen per jaar

Alle dagen van het jaar zijn geschikt om beschermingsbesluiten te ondertekenen: op oudjaar 1945 vond de regent toch tijd om enkele houten windmolens in Limburg te beschermen. Oudjaar 1949 zelf hield Karel vrij, maar op 30 december was er nog plaats in zijn agenda voor de bescherming van het houten Christusbeeld boven de grafkelder van de familie Plantin-Moretus op het kerkhof van de Sint-Catharinakerk van Stabroek, de toren van de Sint-Ursmaruskerk van Baasrode, de voorgevel van het gemeentehuis en de voorgevel en toren met doopvont van de Sint-Quintinuskerk van Zonhoven en tot slot de voorgevel en 16de- en 17de-eeuwse delen van het Van Dalecollege in Leuven.

Back to the future

"Vroeger was het beter", moet Raymond Pelgrims de Bigard gedacht hebben. Deze rijke industrieel, kasteelheer en (historiserend) restaurateur van heel wat kastelen en historische gebouwen in Vlaanderen, gaf immers de aanzet voor de bescherming als monument van de Sint-Gillis- of Sint–Egidiuskerk van Groot-Bijgaarden "in den staat, waarin zij zich bevond vóór 20 februari 1945, datum, waarop zij geteisterd werd door een vliegende bom".

De kerk raakte zeer zwaar beschadigd: van het dak, de noordzijde en het interieur schoot bijzonder weinig over. Na de oorlog ontstond dan ook de discussie over het behoud van de oude kerk of de bouw van een nieuwe kerk. Uiteindelijk wonnen de voorstanders van behoud het pleit en startte in 1947 de restauratie onder leiding van architecten H. Sneiders (Brussel) en A. Balcaen (Wemmel). Bescherming als een soort teletijdmachine…

Sisyfusarbeid?

Wanneer delen van gebouwen beschermd worden, gaat het vaak om gevels, daken of ingangsomlijstingen. De laatste keer dat regent Karel beschermingsbesluiten ondertekende, bekrachtigde hij de bescherming als monument van een bijzonder deel van het kasteel van Beaulieu in Machelen: de Herculeszaal.

Dit salon was gedecoreerd met stucwerkpanelen uit 1659, gesigneerd door J.C. Hansche, ontworpen naar een serie gravures van de Antwerpse graveur Cornelis Cort (1533-1578) die op hun beurt vervaardigd waren naar schilderijen van de Antwerpse kunstenaar Frans Floris (1516-1770).

Ondanks het juridische statuut hadden dit kasteel en zijn interieur heel wat te lijden gedurende het verdere verloop van de 20ste eeuw. In het begin van de 21ste eeuw bleven na diefstal en vernieling slechts vier van de negen panelen, waarvan één in zeer slechte staat, in situ bewaard.

Landschappen bij de vleet

Net als zijn voorgangers bekrachtigde regent Karel verschillende beschermingen van landschappen, keurig verdeeld over de vijf provincies. Een steekproef van oost naar west levert bijvoorbeeld de volgende sites op: het domein van Bokrijk in 1947 (toen nog geen openluchtmuseum), het Handbooghof in Leuven, een prachtstukje 13de-eeuwse geschiedenis van de stad, de Antwerpse Kruidtuin en een deel van de Gentse Muinkkaai aan de linkeroever van de Schelde. Een klein, maar niet minder groot pareltje is de zevenstammige lindeboom op het kerkhof van Avekapelle, Veurne.

Karel was een toppertje. Als uitstekend diplomaat wordt hij immers wel eens beschouwd als de redder van de monarchie. Zonder hem had Boudewijn waarschijnlijk nooit aan kop gestaan in de top van de meest ondertekende besluiten.

Hoe vaak "Baudouin" signeerde, lees je in het volgende nieuwsbericht.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.