150 jaar serres in de Druivenstreek: help ons ze te vinden!

woensdag 24 juni 2015

Duisburg Voarenberg Achterstraat 23

Tijdens de inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in de gemeenten Tervuren, Overijse en Hoeilaart komen collega’s Hilde Kennes en Katrien Verwinnen het rijke verleden van de druiventeelt tegen.

De inventarisprojecten kaderen in de herinventarisatie van de gemeentes in de Vlaams Rand rond Brussel.

Ondergedompeld in deze druivenstreek ten zuiden van Brussel zijn zij nu op zoek naar de "oudste" nog bewaarde serres.

150 jaar druivenserres

Dit jaar is het precies 150 jaar geleden dat in Hoeilaart de eerste druivenserre werd gebouwd. Het was Felix Sohie die in 1865 de eerste druivenserre bouwde op de Berg in Hoeilaart, nadat hij in dienst op het kasteel van Huldenberg al experimenteerde met druiven onder glas.

Huldenberg Kasteelpark 1 monument Sohie

Het familiebedrijf Sohie kende een grote groei, waarop de druiventeelt onder glas navolging kreeg bij andere ondernemers in Hoeilaart en de omliggende gemeenten. In Overijse volgden de gebroeders Danhieux het voorbeeld van Sohie vanaf 1878.

De ontwikkeling van de druiventeelt ging samen met de algemene evolutie naar meer gespecialiseerde, intensieve teelten die zich na de landbouwcrisis van 1880 hadden ingezet en met de vraag naar meer verfijnde producten. Ook de betere infrastructuur, bijvoorbeeld onder de vorm van tramlijnen, zorgde voor een betere verbinding met steden zoals het nabijgelegen Brussel, wat de export ten goede kwam. Geografisch vormden de zuidgerichte hellingen van de IJsevallei en de leem- en zandgronden dan weer een ideale bodem voor de druiventeelt.

Glazen dorp met villa’s

Al tijdens het interbellum kon men spreken van de “glazen dorpen”. Op oude luchtfoto’s wordt het hele landschap bepaald door serres. Overijse en Hoeilaart hadden in 1936 samen meer dan 30.000 serres!

Serristenwoning Rausens

Samen met het oprichten van massa’s serres bouwden de ondernemers hun zogenaamde serristenvilla’s op het hoogste punt van hun bedrijf. Deze villa’s tonen vandaag de dag nog de welstand die men wou etaleren. Villa Rausens in het dorpscentrum van Overijse is een voorbeeld van zo'n villa uit het begin van de 20ste eeuw met bijhorende serre.

Ten zuidoosten hiervan ligt villa Charlier, wat dan weer een typevoorbeeld is uit het interbellum. Beide villa’s zijn beschermd als monument.

Vanaf de jaren 1950 werden de eerste tekenen van de achteruitgang merkbaar. Dit mede door de goedkopere import van druiven en de grote kosten die de serres met zich mee brengen onder andere door de energiecrisis. Deze tendens is nog steeds bezig en de meeste serres zijn ondertussen verdwenen.

Er zouden nog zo’n 3000 serres bewaard zijn in de streek, maar de in onbruik geraakte serres verdwijnen zienderogen.

Type serres

De meest typische en gekende vorm van serres zijn deze die tegen een muur zijn aangebouwd, de zogenaamde "halve" serres. Deze komen veelal voor in kasteeldomeinen, net zoals in het kasteeldomein van Huldenberg waar Sohie zijn eerste druiven teelde.

Overijse Solheide 16

Maar voor productie op grote schaal kwam men voor 1900 al tot het standaardtype van de zogenaamde "dubbele" serre. Deze serre bestaat uit een geknikte overspanning met een houten gebint. De serres waren ongeveer 20 op 7 meter en werden met een tussenruimte van één meter naast elkaar geplaatst. De basis was een gemetste bakstenen muur. Op deze muur steunen elf gebinten. Op het houten serregeraamte tenslotte plaatste men een constructie met T-ijzers waarop het glaswerk vastgemaakt werd met stopverf voor de waterdichtheid. Aan beide zijdes van de serres had men vijf ramen voor de verluchting, eerst manueel te bedienen, later met een gemeenschappelijke bediening.

Naast dit type met een houten gebint bestaat er ook één met een metalen gebint. Het is niet duidelijk wanneer dit in voege kwam, maar beide structuren bestonden naast elkaar al kwam het metalen gebint minder voor.

Als verwarmingssysteem gebruikte men een met kolen gestookt fornuis waarvan de warmte via aarden buizen doorheen de serre werd geleid. De rook werd via een schouwpijp afgevoerd. Tijdens het interbellum kwam het verwarmingssysteem via een centrale verwarmingsketel met stookolie in voege, al wordt er nog veel met kolen gestookt.

Overijse Solheide 16

Naast het standaardtype had men ook nog de zogenaamde "ronde serre" met een gebogen metalen of houten gebint. Deze serres kwamen voor rond 1900 naast het standaardtype en lijken qua vormgeving op een verdubbeling van de typische muurserre die men in kasteeltuinen aantreft. Vaak worden deze serres ook aangeduid als de oudste exemplaren. Waarom dit type werd verlaten is niet duidelijk. Mogelijk omwille van de hogere kostprijs in materiaal en constructie (voor de metalen gebinten) en de winddichtheid die minder verzekerd is door de kleinere overlapping van de glasplaten.

De serres die vandaag nog gebouwd worden zijn de zogenaamde "warenhuizen". Ze zijn groter in oppervlakte en efficiënter, hebben minder warmteverlies en er kan meer geautomatiseerd worden.

Zoektocht

Tijdens de inventarisatiecampagne die momenteel lopend is in Tervuren en Overijse en dit najaar opgestart wordt in Hoeilaart, komen de erfgoedonderzoekers in de gemeenten verschillende serres tegen. Hun zoektocht focust zich op oude serres en dan vooral in combinatie met een nog bewaarde serristenwoning.

Weet u achter een woning nog een "authentieke" serre staan, mag u ons steeds contacteren! Vooral de locaties met het schaars geworden ronde type van serres zijn welkom!

Deze zagen wij nog op Solheide in Overijse (met metalen gebint) waar ze beschermd zijn als monument en op enkele plaatsen met een houten gebint (bijvoorbeeld in Duisburg aan IJzerstraat nummer 25 of op verschillende plaatsen aan de Hoeilaartsesteenweg in Overijse).

Ook informatie omtrent de gebruikte constructies en waarom men al dan niet koos voor een ronde of standaard geknikte serre is meer dan welkom!

Feestjaar

Zin gekregen in het streekproduct dat momenteel in deze serres rijpt? Hou dan zeker het programma van de druivenfeesten in Duisburg, Overijse, Hoeilaart en Huldenberg in het oog vanaf half augustus tot oktober.

Druiven zijn te koop bij de erkende telers vanaf eind juli tot november. In Overijse is er ook Dru!f, het huis van de tafeldruif, een interactief bezoekerscentrum rond de tafeldruif. Naar aanleiding van het feestjaar is er ook het project "150 zoete zomers".

Bibliografie

  • STROOBANTS F. 2010: Geïllustreerde encyclopedie van de Brabantse druiventeelt onder glas (1865-2010), Bijdrage XXVIII tot de Geschiedenis van IJse-, Lane- En Dijleland. De Beierij van Ijse – Het Glazen Dorp, 2010.
  • VERSLUYS L. (red.) 1990: Ge-zon-d achter glas. 125 jaar druiventeeld achter glas (1865-1990), Bijdrage XIII tot de geschiendenis van IJse- Lane- en Dijleland, Hoeilaart.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.