Van koning tot minister: de beschermingsbesluiten ondertekend door Koning Boudewijn

vrijdag 31 juli 2015

Op 2 januari 2013 begon een projectteam bij het agentschap Onroerend Erfgoed aan de samenstelling van een geactualiseerde beschermingsdatabank. Er wordt gestreefd naar een gestructureerde database met alle informatie over beschermingen, geïntegreerd in de inventarissen van onder meer bouwkundig en landschappelijk erfgoed. Het project zal afgewerkt zijn in 2016.

Tijdens het project ging een wereld aan beschermingsbesluiten voor ons open. Een leuk historisch aspect van de dossiers is de sequentie aan bevoegde personen, die door het zetten van hun handtekening de beslissing namen het goed te beschermen.

Primeurs en superlatieven

Op 31 juli 2015 is het 22 jaar geleden dat het land wakker werd met het nieuws dat koning Boudewijn aan een hartstilstand was overleden. Hij was een geliefd en geprezen, maar soms ook bekritiseerd vorst. Onder zijn koningschap werd er ook heel wat verricht op het vlak van onroerend erfgoed. Zo startte de in 1972 opgerichte Rijksdienst voor Monumenten en Landschappen met de opmaak van een inventaris van het bouwkundig erfgoed en zorgde een nieuw decreet voor bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten vanaf 1976 voor een frisse wind in de erfgoedzorg. Onder Boudewijns beschermingsbesluiten zitten ook 'primeurs' of 'superlatieven': het eerste besluit ondertekend door een vrouw (Rika De Backer, minister van Nederlandse Cultuur en Vlaamse Aangelegenheden), het besluit met het grootste aantal beschermde objecten (200 stuks in de historische binnenstad van Antwerpen!), het allereerste beschermde dorpsgezicht (omgeving van de standaardmolen De Merelaan in Gistel), het eerste industrieel erfgoed (stokerijsite Stellingwerff/Theunissen in Hasselt), het eerste besluit dat niet in Brussel werd ondertekend, de eerste beschermde orgels... De aandacht voor een zo divers mogelijke staalkaart van het onroerend erfgoed groeide.

Tweetalig beschermingsbesluit

Wie is onze baas?

Politieke verschuivingen zijn van alle tijden. Waar tot 1960 alle beschermingsbesluiten onder de bevoegdheid van het Ministerie van Openbaar Onderwijs vielen, verschijnt vanaf het nieuwe decennium een andere hoofding: Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur. Even benadrukken dat het culturele luik ook aandacht verdient! Gelijklopend met deze verandering werden ook maatregelen getroffen om de taalwetgeving door te voeren bij de administratie: vanaf 1964-65 werden de beschermingsbesluiten dan ook niet langer tweetalig opgesteld.

Bij de eerste staatshervorming van 1970 werd een bescheiden stap gezet naar culturele autonomie. Op vraag van Vlaanderen kwam er autonomie op het vlak van taal en cultuur, en werden cultuurgemeenschappen opgericht, voorlopers van onder meer de Vlaamse Gemeenschap. Wetgevende bevoegdheden werden vanaf nu uitgeoefend door middel van decreten.

Erfgoed boven

Vanaf de jaren 1970 werd een stevige tand bijgestoken. Waar het aantal definitieve beschermingsbesluiten in de jaren 1950 en 1960 gemiddeld tot een twintigtal per jaar beperkt bleef, werd de reeks benodigde handtekeningen opgedreven tot meer dan 100 in 1974, 1975 en 1976 en zelfs meer dan 200 in 1980 en 1981. Na de Tweede Wereldoorlog had de zorg voor monumenten en landschappen een terugval gekend. Logischerwijs ging de aandacht (en het geld) naar wederopbouw en economische heropleving; de toekomst van het land met andere woorden, en niet het verleden. Het Charter van Venetië zorgde vanaf 1964 voor verandering. In België vond het charter onder meer weerslag in de opstart van een gebiedsdekkende inventarisatie (gepubliceerd als de reeks Bouwen door de eeuwen heen). Samen met de oprichting van de Rijksdienst voor Monumenten en Landschapszorg werd een meer systematische aanpak van bescherming mogelijk.

Handtekening Rika De Backer

Een mooi voorbeeld van een gebiedsdekkend overzicht is de bescherming van al het bouwkundig erfgoed van vóór 1750 in de historische Antwerpse binnenstad. Best een hele brok leeswerk voor Boudewijn en toenmalig minister van Nederlandse Cultuur en Vlaamse Aangelegenheden Rika De Backer. Op 2 september 1976 ondertekenden zij het meest omvangrijke beschermingsbesluit ooit met maar liefst 200 objecten! En het jaartal 1750 als 'limiet' mag je wel heel letterlijk nemen. Zo werden van de stadswoning aan de Wijngaardbrug enkel de overblijfselen van de verbouwde 17de-eeuwse trapgevel beschermd. Maar niet alleen wat zichtbaar is, wilden ze bewaren: verschillende kelders kregen de status monument zoals die van Herenhuis Den Wolsack in Oude Beurs of van de Grooten Leypaert op de Grote Markt. Schatten van historische informatie zijn het!

De wereld, mijn dorp

Het merendeel van de beschermingsbesluiten werd ondertekend in Brussel. Maar ook elders in het land, in Europa en zelfs ver buiten de grenzen van het continent zette Boudewijn zijn handtekening. We beginnen in augustus 1956 en 1958 nog dicht bij huis in Ciergnon, waar de Belgische koninklijke familie een buitenverblijf heeft. Enkele jaren later, in 1960, zou de koning op dit domein zijn toekomstige koningin Fabiola voorstellen. Ook in Frankrijk en in Crans sur Sierre in Zwitserland ondertekende Boudewijn enkele besluiten.

Beschermingsbesluit ondertekend in Motril, Spanje

De meeste 'buitenlandse' beschermingsbesluiten werden echter in Motril bekrachtigd. Algemeen geweten, maar ook vastgelegd in besluiten uit de jaren 1970, is dat Boudewijn geregeld en soms meerdere malen per jaar in het zuiden van Spanje vertoefde. Maar we gaan nog een paar 1000 kilometer verder! In het vroege voorjaar van 1975 werden onder meer het begijnhof van Antwerpen, de omgeving van de Huiskoutermolen in Zingem en tolhuis Het Witpeerd op de Markt van Scherpenheuvel-Zichem beschermd; beschermingen die respectievelijk in Tunis, Dakar en Lusaka werden bekrachtigd!

Wie had gedacht dat een beschermingsbesluit inzicht kon geven in de koninklijke vakantieverblijven of buitenlandse missies? Wij alvast niet!

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.