Relict van de maand december: sociale woonwijk Oud Begijnhof van Aalst

dinsdag 15 december 2015

Elke maand presenteert één van de medewerkers van Onroerend Erfgoed een erfgoedsite waar hij of zij zich mee verbonden voelt. Deze maand vertelt Evert Vandeweghe over zijn band met het oud begijnhof van Aalst.

Hoe leerde je deze site kennen?

Fort 5

Tijdens mijn schooltijd passeerde ik wekelijks voorbij het voormalige begijnhof van Aalst, op weg van het Sint-Jozefscollege naar het stadspark waar we rondjes dienden te lopen rond de ballonvijver. Een enkele maal gingen we zelfs op retraite in een 19de-eeuwse woning van het begijnhof, die zich net voorbij de ingangspoort bevond. Toch liet de wijk geen blijvende indruk na. Eind jaren negentig ruilde ik Aalst in voor Gent maar toch kruiste deze site nog regelmatig mijn pad. In een thesis uit 2001 bleek ze het perfecte voorbeeld van de wereldvreemde neogotische verfraaiingspolitiek in de 19de-eeuwse industriestad Aalst, en meer dan tien jaar later beschreef ik het wedervaren van het begijnhof tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw als de eindeloze kroniek van een aangekondigde sloop.

Fort 5

Toen ik in de lente van 2013 begon te werken bij het agentschap Onroerend Erfgoed aan een project over de erfgoedwaarde van sociale huisvesting, werd ik op mijn eerste dag opnieuw begroet door het Aalsterse begijnhof, met dank aan het alfabetische klassement van de te onderzoeken sites. Na de sloop van het begijnhof in 1952 was er immers een sociale woonwijk opgetrokken op die plek. En zo bevond ik me op een mooie zomerdag in 2013 weer aan de ingang van het begijnhof. De omgeving bleek de voorbije vijftien jaar vrijwel onveranderd: schoolcomplexen aan weerszijde van de smalle en drukke Pontstraat, een gigantisch winkel- en appartementencomplex links van het begijnhof en hoog uittorenend boven alles en iedereen, het industriecomplex van Amylum (heden Tereos-Syral) met de kenmerkende geur van glucose. Het begijnhof daarentegen, bleek een verademing.

Waarom relict van de maand?

De sociale woonwijk Oud Begijnhof werd tussen 1954 en 1959 gebouwd door de Samenwerkende Maatschappij van Goedkope Woningen voor het Gewest Aalst. De toenmalige voorzitter Romain Moyersoen – die sinds begin 20ste eeuw als katholieke volksvertegenwoordiger en minister een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van de sociale woningbouw in België – zag deze wijk duidelijk als zijn visitekaartje.

Fort 5

Het aanlegplan van de woonwijk behield niet alleen de overgebleven historische gebouwen zoals de classicistische kerk en de neobarokke kapel maar ook de sfeer en de aanleg van het begijnhof met een beperkte toegang voor auto’s via het poortgebouw in de Pontstraat en een centrale groenzone. Die groenaanleg werd trouwens in 1960 door het Nationaal Instituut voor de Huisvesting bekroond met de Groenprijs en het bijhorend beeldhouwwerk (“Dromend Meisje” van Frans Lamberechts) is er nog steeds te bewonderen. Ook de bescheiden, homogene architectuur van de gezinswoningen (1954) getuigt van de ambitie om traditie en moderniteit te verzoenen, terwijl het iets jongere poortgebouw met appartementen en winkels in de Pontstraat reeds een opening maakt naar het speelse modernisme van de expo-stijl.

Hoofdontwerper van deze wijk was de Aalsterse architect Antoon Blanckaert die begin jaren dertig een opgemerkte entree maakte als collega van de modernist Gaston Eysselinck. Net als Eysselinck leverde hij met zijn eigen woning aan de Capucienenlaan in Aalst een staaltje van compromisloos modernisme. Omwille van deze woning en enkele andere modernistische burgerwoningen die hij in Aalst tijdens het interbellum realiseerde, werd Blanckaert opgenomen in de architectuurgeschiedenis. Zijn naoorlogse oeuvre daarentegen – waarbij hij de sociale functie van architectuur liet primeren op het vormelijke – is tot op vandaag veel minder bekend. Ten onrechte. Lichte, kwalitatieve stadswoningen in het groen: wie zou daar niet willen wonen?

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.