Relict van de maand: de Muur van Geraardsbergen met kapel Onze-Lieve-Vrouw van de Oudenberg

donderdag 31 maart 2016

Oudenberg

Elke maand kiest een collega uit het agentschap Onroerend Erfgoed zijn favoriete erfgoed uit onze inventarisdatabank. Deze maand presenteert Gonda Callaert, afdelingshoofd Beheer, ons de Oudenberg in Geraardsbergen.

Ik ben opgegroeid aan de voet van een "berg", in Vlaams perspectief dan. De Oudenberg met zijn muur en kapel op de top vormde het decor voor een door mij geliefd moment van het jaar: de viering van de intrede van de lente. Meermaals figureerde ik in mijn jeugd in de Krakelingenstoet, waar ik, gehesen in een veel te dunne plunje, als middeleeuws volkskind probeerde de statige passen te volgen van de voorname figuranten die het geluk hadden gehuld te zijn in warme gewaden van rijkelijke stoffen. En maar schreeuwen dat we nog genoeg eten hadden, terwijl we de laatste resten uit de voorraadkasten gooiden naar de bezetters die we moesten misleiden. Terwijl ik net nog mijn zondags ontbijt had verorberd, uitkijkend naar die spannende dag waarop ik bereid was kou te lijden om de overdracht in ere te houden.

De Oudenberg was ’s avonds de plek waar zich magische rituelen afspeelden tijdens het heidense, Keltische feest dat opgeluisterd werd door in witte gewaden gehulde lieden met lange haren bijeengehouden door een bloemenkrans. Gefascineerd keek ik vanuit mijn kamer in de benedenstad naar de Tonnekensbrand, het door de dansende bezweerders ontstoken vuur op de berg, waar mijn ouders me niet naar toe namen wegens volgens hen niet voor kinderen bestemd.

Oudenberg met kapel

Mijn moeder reserveerde het beklimmen van de berg met de kinderen dan maar voor een koude, klaarlichte dag na afloop van het heidense feest. De tocht naar en over de Muur verliep te voet en in flinke tred, zodat de hellingen en kasseien onze kuiten voldoende deden trillen om de "bedevaart" wat inhoud te geven. Het was altijd spannend om uit te kijken naar het moment wanneer het silhouet van de Onze-Lieve-Vrouwekapel bovenaan de muur zou opduiken: was het na die bocht, of na de volgende? En telkens even stilstaan bij de bloemen op de bergflank waar ooit een spelend kind fataal de diepte indook.

Eens aangekomen bij de kapel overviel de rust ons en met een laatste blik op de weidse omgeving gingen we in de koelte van de kapel een kaarsje aansteken. Elektrisch al, met een "plok" op een niet te voorspellen plaats, waarover ik met mijn oudere zus steeds vooraf weddenschappen afsloot.

We waren ook kinderen van de koers, want de Muur daagde in deze periode van het jaar ook de haarloze benen en ingesmeerde kuiten uit. Het was een plezier voor ons om te voorspellen in welke bocht de coureurs leken stil te staan, immers daar waar de buggy van mijn jongere zus een extra duwtje nodig had. We wisten perfect waar je vooraf wat snelheid moest nemen en we lachten elke keer opnieuw wanneer we zagen dat de jonge garde zich telkens weer liet beetnemen door de ervaren kasseibijters.

Toen ik een wat meer uitgaansgerechtigde leeftijd bereikt had, bleef ik de Muur opzoeken om samen met mijn vrienden een andere overgang te vieren, die van oudejaar op Nieuwjaar. Het heidense van de Tonnekensbrand zat toen dichter in de buurt van de beleving van mijn omgeving dan de meer altruïstische bedevaart met mijn moeder.

Oudenberg met kapel

Niemand had me toen op het erfgoed gewezen waarin ik deze mythische overgangsrituelen beleefde. Maar ik respecteerde spontaan de waarde ervan. Dat mijn kinderen het lenteovergangsritueel nu even intens beleven in een andere Oost-Vlaamse stad waar men ook in te dunne plunjes de vrieskou trotseert en de visjes niet in de wijn drijven maar aan een kooi hangen, is een mooie verderzetting van de traditie. En de liefde voor de koers heb ik hen direct ingelepeld.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.