Van Koning tot minister: over de Vlaamse Executieve, de Vlaamse Regering en ministeriële besluiten

vrijdag 6 mei 2016

Tussen 1931 en nu tellen we zo'n 5.000 besluiten, goed voor 14.000 beschermingen. Op de oudste dossiers vinden we handtekeningen van koningen, een regent en een secretaris-generaal. In 1982 is de tijd van de ministers aangebroken.

Project beschermingsdatabank

Op 2 januari 2013 begon een projectteam bij het agentschap Onroerend Erfgoed aan de samenstelling van een geactualiseerde beschermingsdatabank. Er wordt gestreefd naar een gestructureerde database met alle informatie over beschermingen, geïntegreerd in de inventarissen van onder meer bouwkundig en landschappelijk erfgoed. Het project zal halfweg 2016 afgewerkt worden.

Tijdens het project ging een wereld aan beschermingsbesluiten voor ons open. Een leuk historisch aspect van de dossiers is de sequentie aan bevoegde personen, die door het zetten van hun handtekening de beslissing namen het goed te beschermen.

Wat voorafging

In de jaren 1930, na het in werking treden van de 'Wet op het behoud van Monumenten en Landschappen', waren dit koningen Albert I en Leopold III. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam secretaris-generaal Marcel Nyns het roer over. Even rustte de verantwoordelijkheid over onroerend erfgoed op de schouders van regent Karel en vanaf de jaren 1950 waren de signaturen van de hand van Boudewijn, zowel in hoedanigheid van koninklijke prins als van koning.

Besluit met handtekeningen regering Geens

Iedereen mee?

Het eerste beschermingsbesluit na de uitgebreide ronde van koning Boudewijn werd op 18 januari 1982 getekend: het Wilderhof in Bierbeek werd als landschap beschermd. En iedereen ging akkoord, want deze bescherming werd bekrachtigd door… de voltallige regering Geens! Alle gemeenschapsministers zetten hun handtekening onder dit document. Dit is een unicum in de historiek van het beschermd onroerend erfgoed in Vlaanderen.

Waarden zoals de industrieel-archeologische worden in deze periode duidelijk erkend en gevat door het monumentendecreet van 1976, wat leidt tot een belangrijk aantal beschermingsdossiers. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden al heel wat windmolens beschermd, maar in de jaren 1980-90 is er een grote toename van beschermde watermolens en hun bedrijf. Belangrijk is dat daarbij de omgeving in acht genomen werd, vaak in de vorm van een dorpsgezicht. Verschillende Limburgse mijnsites werden om industrieel-archeologische waarde beschermd, net als het Antwerps havenerfgoed.

Aan hetzelfde zeel

Na de koninklijke besluiten volgen nog niet onmiddellijk de ministeriële, maar wel besluiten van de Vlaamse Executieve. Deze was de voorloper van de Vlaamse Regering en zou in deze hoedanigheid bestaan tot 1993, bij het in voege treden van de vierde staatshervorming. Het laatste beschermingsbesluit van de Vlaamse Executieve dateert echter al van 1988 en omvat een reeks gebouwen en klein erfgoed in de stad Antwerpen.

In de jaren 1990 werden heel wat besluiten door twee of drie personen ondertekend. Vijftig definitieve beschermingsbesluiten vallen onder de categorie 'besluiten van de Vlaamse Regering'. Dit zijn besluiten die telkens door drie ministers werden ondertekend. Minister-president Luc Van den Brande ondertekende van 1993 tot 1995 de dossiers samen met ministers Theo Kelchtermans en Johan Sauwens. In 1996 en 1997 zetten ministers Eric Baldewijns en Luc Martens hun handtekening naast die van minister-president Van den Brande.

In deze gevallen gaat het om een overlap aan bevoegdheden tussen de ministers. Meestal werd in de hoofding van deze besluiten ook het desbetreffende Bijzonder Plan van Aanleg vermeld waarbinnen het erfgoed zich bevond. Samenwerking over de grenzen van de ministeries heen… Een voorbeeld van zo'n dossier is de bescherming als dorpsgezicht van de Rijbaan Adjudant Van Vletingen in Gent, de midden-19de-eeuwse manege van de rijschool voor de ruiterij van de Krijgsbezetting.

Diversiteit troef in het nieuwe millennium

Ondertussen namen al heel wat ministers onroerend erfgoed bij hun bevoegdheden op. Sinds de millenniumwisseling waren dat Johan Sauwens, Paul Van Grembergen en Dirk Van Mechelen en sinds 2009 is huidig minister-president Geert Bourgeois aan de beurt.

Chartreuse

Het nieuwe millennium leidde tot een aantal nieuwe typedossiers. Site Chartreuse was in 2005 de eerste definitief beschermde archeologische site volgens het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium. De Crangon, één van de laatste houten vissersvaartuigen in Vlaanderen, werd als eerste varend erfgoed definitief beschermd in 2007, volgens het decreet van 29 maart 2002.

Sinds het nieuwe millennium worden beschermingsbesluiten vaak opgesteld op basis van een geografische inventarisatieronde of volgens een concreet thema. Gemeenten waarvan het bouwkundig erfgoed werd geïnventariseerd, kregen bijvoorbeeld op basis van die inventaris een overkoepelend beschermingspakket. Thema’s als houtig erfgoed, het 'jonge bouwen' (bijvoorbeeld architectenwoningen of wederopbouw) of universitair erfgoed (zoals Leuvense universiteitscolleges) leidden tot typologisch gekaderde beschermingspakketten.

In de beschermingen ondertekend door de huidige minister bevoegd voor Onroerend Erfgoed, minister-president Geert Bourgeois, tekenen deze ingezette ontwikkelingen zich verder af. Relicten die getuigen van de Wereldoorlogen (van bunkerlinies tot herdenkingsmonumenten) worden over de provincies heen thematisch aangepakt. Geografische herinventarisaties leiden eveneens tot selecties voor beschermingsdossiers. Denken we bijvoorbeeld aan het bouwkundig erfgoed in de Vlaamse Rand.

De algemene aanvaarding van typologische variatie binnen het onroerend erfgoed zorgt er voor dat naast dossiers voor evidenties zoals de Nationale Bank in Antwerpen of de internationaal gewaardeerde Sint-Ritakerk in Harelbeke, plaats is voor een buitenbeentje als de afsluitingshaag gesnoeid in de vorm van een kip en haan in Buggenhout. En ook het bosarboretum van Koekelare passeerde op Bourgeois' bureau.

Afsluitingshaag met topiary

Voorlopig einde

Dit bericht vormt voorlopig het laatste in de reeks Van Koning tot Minister. Voorlopig? Ja, voorlopig, want er waait een nieuwe wind door het erfgoedlandschap. Het nieuwe onroerenderfgoeddecreet zorgde voor een nieuwe manier van dossieropmaak, waarbij veel meer aandacht wordt besteed aan onder meer erfgoedelementen en -kenmerken, maar ook aan beheersaanbevelingen. Dit nieuwe hoofdstuk schoot volop uit de startblokken met de definitieve bescherming van de schoorsteen van Agfa-Gevaert.

Huzarenstukje

Drie jaar project beschermingsdatabank! Honderden besluiten passeerden op het computerscherm, duizenden beschermingen interpreteerden we. We verdiepten ons in 85 jaar monumentenzorg en alle wetgevingen die daaraan te pas kwamen. We herkenden maatschappelijke evoluties op een blaadje papier. We maakten kennis met de wondere wereld van kadastrale mutaties en groetten onze overleden koningen. Gesprekken tussen collega's gaan niet zelden meer als volgt: "Die gemeente? Ja die ken ik, ik heb daarvan de beschermingen ingevoerd."

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.